Replica van Dajak-boerderij in de Apenheul; Koppensnellers in Apeldoorn

De Dajak Farm ligt op ongeveer een kwartier lopen van de ingang van de Apenheul. Die is gevestigd in Park Berg en Bos aan de J.C. Wilslaan 21-31 in Apeldoorn. Het Apenheulkaartje geeft tevens toegang tot Berg en Bos en kost voor volwassenen ƒ 17,50. Kinderen van 3 t/m 9 jaar en 65-plussers betalen ƒ 12,50. Tot 3 jaar is de toegang gratis. De Apenheul is dagelijks geopend van 9u30-17u. Inl. 055-3575700

Wie naar de Apenheul komt in de veronderstelling uitsluitend apen te zien, zal verbaasd de begroeting van de krom-geneusde geiten ondergaan. De Nubische geiten bewonen de Dajak Farm, een nieuw bouwwerk in het Apeldoornse dierenpark en een replica van de graanschuren van de Dajak in de oerwouden van Kalimantan.

De Apenheul besloot tot de bouw van de tropische boerderij omdat de bestaande kinderboerderij aan vernieuwing toe was en het park aandacht wilde vestigen op de waarde van de regenwouden. De inspiratie werd gevonden op het eiland Kalimantan, beter bekend als Borneo. Daar leven al duizenden jaren leden van de Dajak-stammen. Volgens het bord bij de ingang van de Farm leven zij 'in harmonie met de natuur' en zijn zij 'een voorbeeld van hoe men met de regenwouden om zou moeten gaan'. De Dajak verbouwen gewassen in het woud 'zonder de natuur al te veel aan te tasten', volgens Apenheul. Onder hun op palen gebouwde huizen en schuren houden de Dajak geiten, varkens en kippen.

De 'lang-huizen', zoals de woningen van de Dajak heten, zijn zo'n tweehonderd meter lang, twintig meter breed en bieden leefruimte aan wel veertig families. Dát werd de Apenheul te groot en dus is gekozen voor replica's van graanschuurtjes. Deze waren bestemd voor de opslag van graan, peper en rijst. Op vijf meter hoogte ligt het voedsel veilig voor hongerige woudbewoners. Bovendien bestaat in de nabij gelegen lang-huizen altijd gevaar voor brand, omdat 'het dorp op palen' (zoals de longhouses ook wel worden genoemd) tientallen kookplaatsen heeft. Door de voedselvoorraad apart te bergen, blijft die gespaard in geval van brand. De kopie van de schuur in de Apenheul is een houten bouwwerk, waarin in vitrines gebruiks- en kunstvoorwerpen van de Dajak te zien zijn, zoals aardewerken potten, gevlochten hoeden en manden en houtsnijwerk voor de decoratie van ramen en deuren.

Hoe fraai het bouwsel in de Apenheul ook is, de term 'tropische kinderboerderij' is wat overdreven. Onder de lang-huizen op Kalimantan is het een gekroel, gekakel en geschreeuw van kippen en varkens. In het Apeldoornse langhuis heerst echter een serene stilte. Alleen het cassettebandje met krekelgeluiden dat verborgen achter een paal afgespeeld wordt, zorgt voor wat oerwoudambiance in het duister onder de paalschuren. Het tropische kinderboerderijtje steekt wat armoedig af tegen de knap nagebouwde paalschuren. Hebben de Dajak gemiddeld honderd varkens per langhuis, in Apeldoorn scharrelen slechts twee Vietnamese hangbuikzwijntjes tussen de palen. De paar honderd kippen en hanen zijn in de Hollandse versie gereduceerd tot enkele koppels.

Voor de jongste bezoekers van het dierenpark is het echter voldoende. De combinatie van verstoppertje spelen onder de trappen van het bouwwerk en de hoge aaibaarheidsfactor van de Nubische geitjes zorgt ervoor dat de krekelgeluiden in de loop van de middag overstemd worden door gelach en geschreeuw. “Ik schiet eerst je geiten dood, dan hak ik je schuur om en steek ik het bos in de fik”, roept een jochie naar een vriendje. Een medewerker van de Apenheul fronst zijn wenkbrauwen. De boodschap van harmonie en milieubewustzijn die de Apenheul met de tropische boerderij wil uitdragen, moet wellicht nog even inzinken bij de Hollandse jeugd. Intuïtief voelen de jonge gebruikers de Dajak-sfeer echter beter aan dan de Apenheul-medewerkers. Want de Dajaks mogen dan volgens de informatieborden altijd in harmonie met de natuur hebben geleefd, ze staan ook bekend om hun bloedige onderlinge oorlogen waarbij ze er op uittrokken om hun buren het hoofd af te hakken.