Referendum Europa

“Het Nederlands parlement heeft thans overigens niet de bevoegdheid een raadplegend referendum uit te schrijven”, zo schrijft de politieke redactie van NRC Handelsblad op 30 mei naar aanleiding van de oproep van 150 Nederlanders aan de Tweede Kamer om het initiatief te nemen tot een raadplegend referendum over het Verdrag van Amsterdam.

Hier wordt ten onrechte de suggestie gewekt dat zo'n referendum in strijd zou zijn met de Grondwet. Ook premier Kok heeft zich in die zin uitgelaten. Echter, vorig jaar nog schreef hij samen met minister Dijkstal aan de Kamer dat “de Grondwet toelaat dat de wetgever het initiatief kan nemen tot een raadplegend referendum”. De wetgever, dat zijn regering en Eerste en Tweede Kamer. De volksvertegenwoordigers kunnen dus ofwel van de regering een voorstel voor een raadplegend referendum verlangen, ofwel zelf met een initiatief komen. Een raadplegend referendum kan in principe over alle soorten besluiten gaan. Ook over de goedkeuring van internationale verdragen. Deze goedkeuring valt, anders dan de uitvoering van internationale verdragen, overigens niet buiten het door de regering voorgestelde correctief wetgevingsreferendum. Ook hier heeft NRC Handelsblad het mis.

Of er een raadplegend referendum komt over het Verdrag van Amsterdam hangt dus af van de politieke wil van parlement en regering. Aan de vorming van die politieke wil heeft de 'Groep van 150 voor een Europa-referendum' met haar oproep willen bijdragen. Hoe paradoxaal het ook klinkt: alleen met debat en controverse kan het afbrokkelend draagvlak voor de Europese integratie worden hersteld. En als politici aan het Verdrag van Amsterdam te weinig argumenten kunnen ontlenen om de bevolking te overtuigen, dan kan dat Verdrag maar beter opnieuw gedaan worden.