Oranje voert eendjes en verslaat Bafana Bafana

JOHANNESBURG, 5 JUNI. Aron Winter en Phillip Cocu dollen gezamenlijk een hele kluit Zuid-Afrikaanse spelers. De Oranjehemden kunnen het met z'n tweeën gemakkelijk af, de tegenstanders zijn niet meer dan drie turven hoog. Het zijn weeskinderen uit SOS kinderdorp Ennerdale, nabij Johannesburg, waaraan een groepje van zes Nederlandse spelers samen met bondscoach Guus Hiddink gisteren een bezoek bracht.

De spelers lopen wat onwennig rond, maar Hiddink voelt zich tussen het kleine grut duidelijk in zijn element. De kinderen kruipen tegen hem aan, hij aait ze over de bol. “Je ziet hier veel rijke patsers in Zuid-Afrika”, zegt een duidelijk meelevende Hiddink, “maar dit hoort er ook bij”. De kinderen hebben de dag van hun leven. Ze krijgen Oranjevaantjes, een paar ballen van de KNVB en mogen op de foto met buitenlandse voetbalsterren waar ze tegenop kijken als mensen van een andere planeet.

Vooral de donkere Nederlandse spelers trekken veel bekijks. Kleur is in Zuid-Afrika zeer belangrijk. Achtergebleven zwarte groepen richten zich op zwarte helden. “Ik wist helemaal niet dat er zwarte mensen in Holland wonen”, zegt de 14-jarige Brendan, een van de oudere jongens in het kinderdorp. Gretig toont hij de buitenlandse gasten hoe vaardig hij zelf een balletje kan rondtrappen. Johnny Bosman van FC Twente is onder de indruk: “Je kunt wel op je reet in het hotel blijven liggen, maar dit wilde ik toch wel graag zien.”

Ook staatssecretaris voor sport Erica Terpstra heeft de moeite genomen naar de afgelegen township Ennerdale te komen. Onderweg naar het kinderdorp rijdt de bus eerst langs de goudmijnen en vervolgens langs enkele krottenwijken van Johannesburg, waar mensen tussen golfplaten en kartonnen dozen leven. Een paar uur later lopen de spelers weer door de glimmende luxe van Sandton City, de gigantische shopping mall waar de rijkdom geen grenzen kent.

Zo ziet de Nederlandse delegatie tot haar verbijstering de twee werelden van Zuid-Afrika, de sloppen van de zwarte townships aan de zuidrand van Johannesburg en de extravagante rijkdom in de noordelijke wijken. Een spottende Zuidafrikaanse aanwezige in het kinderdorp merkt terloops op: “Dit is de typische Europese manier om Zuid-Afrika te bezoeken. Even de eendjes voeren in een township om wat blanke schuld af te lossen en vervolgens weer terugkeren naar de goed gevulde tafel.”

Parallel aan de ongelijke sociale ontwikkeling liep in het 'oude Zuid-Afrika' langs de lijnen van blank en zwart een verschil in sportbeleving. Op uitstekende accommodaties beoefenden de blanken rugby en cricket. Op armetierige veldjes en met lekke ballen speelden de zwarten een potje voetbal.

Die raciale verdeling is nog vrijwel onveranderd. Het nationale rugbyteam is nog bijna geheel blank. Bafana Bafana, het nationale voetbalelftal, is grotendeels zwart. De naweeën van de oude tijd zijn voor het voetbal ook nog lang niet voorbij. Hoewel de apartheid al weer vier jaar tot het verleden behoort en Zuid-Afrika een door het ANC geleide regering heeft, moeten veel voetbalclubs zich nog steeds redden in zware omstandigheden.

Zuid-Afrika werd in 1992 na een jarenlange status als paria, weer toegelaten tot de internationale voetbalbond FIFA. Nederland is na Duitsland het tweede Europese land dat de zuidpunt van Afrika aandoet. De KNVB heeft zich het lot van het Zuidafrikaanse voetbal aangetrokken. Het bezoek van de Nederlanders stond vooral in het teken van samenwerking en ondersteuning. KNVB-voorzitter Jeu Sprengers en zijn collega van de Zuidafrikaanse bond SAFA, Molefi Oliphant, tekenden een overeenkomst waarbij de KNVB zich verplicht tot financiële en technische ondersteuning.

Ook het Nederlands Olympisch Comité is al enige tijd bezig met het geven van sportieve ontwikkelingshulp aan Zuid-Afrika. NOC*NSF steunt de non-profit organisatie SCORE, die duizenden kinderen in achtergestelde gebieden de gelegenheid biedt zich sportief te ontwikkelen.

Sport en politiek zijn een onlosmakelijk geheel in Zuid-Afrika. In dat kader nodigde de Zuidafrikaanse regering Ruud Gullit uit om hem te bedanken voor zijn opstelling tegen de apartheid in de jaren tachtig. De “thuisgekomen” zoon Gullit ontving gisteren van president Nelson Mandela de hoogste onderscheiding die een buitenlander kan krijgen, de medaille van De Goede Hoop.

In 1987 werd Gullit in Europa gekozen tot voetballer van het jaar; hij droeg zijn prijs op aan Nelson Mandela, op dat moment - tot zijn vrijlating in 1990 - gevangene van het apartheidsregime. Een lyrische Mandela zei gisteravond: “Wij blijven altijd dank verschuldigd aan Ruud en het Nederlandse volk voor hun solidariteit.” Na de door een koor uit Soweto gezongen volksliederen (twee coupletten van het Wilhelmus) poseerde Mandela met de Nederlandse ploeg, elf glunderende gezichten om hem heen.

Zuid-Afrika verloor vervolgens tamelijk kansloos van Nederland, maar dat kon de pret van Mandela niet drukken. “Ons team heeft zich kranig geweerd', zei hij, “jammer dat we niet hebben gescoord.”

In de feestzaal van het FNB-stadion van Johannesburg mocht Gullit na de wedstrijd van de SAFA ook nog een borstbeeld van Mandela in ontvangst nemen. De voormalige international werd door de Zuidafrikanen met lof overladen. “Onze grote vriend uit Holland”, noemde minister van sport Steve Tshwete hem. Terwijl de officials om hem heen stonden, zat het feestvarken zelf op een leren driezitsbank en hoorde de loftuitingen met een brede glimlach aan.

Een helft lang kon het Zuidafrikaanse elftal gisteravond de tegenstanders uit Nederland redelijk bijbenen in de strijd om de Mandela-cup, een oefenduel ter ere van de inauguratie van de zwarte president, drie jaar geleden.

Maar voetbal gaat om het maken van doelpunten en daarin slaagden de Zuidafrikanen niet, ondanks twee opgelegde kansen. Oranje scoorde wel, in de negende minuut via een afstandsschot van Giovanni van Bronkhorst. In de tweede helft konden de Nederlanders het duel eenvoudig uittikken, de Afrikaanse kampioenen uit 1996 kwamen er niet meer aan te pas. In de zestigste minuut bepaalde invaller Jean-Paul van Gastel met een onhoudbaar schot vanaf twintig meter de eindstand op 2-0.

Zuid-Afrika speelde, zoals van te voren door bondscoach Clive Barker aangekondigd, niet in zijn sterkste opstelling. De coach spaarde de meeste van zijn vaste krachten voor het WK-kwalificatieduel tegen Zambia van aanstaande zondag. Zuid-Afrika moet die wedstrijd winnen om in de race te blijven voor het WK 1998 in Frankrijk. Van de zeventien Zuidafrikaanse spelers die gisteren werden ingezet, komen er zondag naar verwachting maar vier in het veld.

Barker gebruikte zijn gelegenheidsopstelling niet als excuus voor de nederlaag: “In alle eerlijkheid, we zijn overklast.” Zijn Nederlandse collega Guus Hiddink was tevreden: “We waren technisch en mentaal het betere team. In zijn geheel was het voor ons een eenvoudige partij.”