Oplossing in conflict Nederlandse muziek; Alternatief orkesten voor norm van Nuis

ZOETERMEER, 5 JUNI. Staatssecretaris Nuis (OCW) zal mogelijk een eind maken aan de verplichting dat de orkesten zeven procent van hun tijd op het podium besteden aan Nederlandse muziek. Deze zevenprocentsmaatregel is op 1 januari van kracht geworden.

Nuis heeft afschaffing daarvan gisteren in het vooruitzicht gesteld tijdens een overleg met het Contactorgaan van Nederlandse Orkesten (CNO). Voorwaarde is dat de orkesten uiterlijk in oktober komen met een deugdelijk eigen plan om het Nederlandse repertoire een blijvende plaats in de programmering geven. Het plan zal dan worden beoordeeld door de Raad voor Cultuur en het ministerie van OCW.

In een gezamenlijke verklaring van OCW en CNO erkennen de orkesten hun eigen verantwoordelijkheid bij de uitvoering van Nederlands repertoire. De orkesten tonen zich ook bereid daarvoor een bijzondere inspanning te leveren. Uitgangspunt voor de orkesten blijft echter het kwaliteitscriterium.

De zevenprocentsmaatregel, waarover Nuis geen advies had gevraagd aan de Raad voor Cultuur, werd een half jaar geleden goedgekeurd door de Tweede Kamer bij de behandeling van de Cultuurnota voor de periode 1997-2000. De ensembles kregen daarin een norm van tien procent Nederlandse muziek opgelegd.

Beide maatregelen, die met subsidievermindering konden worden afgedwongen, waren sterk omstreden. De componistenorganisatie Geneco en het Documentatiecentrum voor Nederlandse muziek Donemus waren er voor. De orkesten en ensembles waren fel tegen en vonden de ministeriële richtlijn een aantasting van hun vrijheid om autonoom invulling te geven aan hun artistieke beleid.

Het Koninklijk Concertgebouworkest zei in februari zich niets van de maatregel te zullen aantrekken. Het orkest verklaarde dat het bereid was eerder boetes te betalen dan zich te laten dwingen muziek te spelen die het niet wenste te programmeren. De hoeveelheid Nederlandse muziek op de programma's van het Concertgebouworkest daalde de afgelopen jaren van 2,59 tot 1,36 procent. Voor het komende seizoen staat 1,33 procent geprogrammeerd.

Ook tal van andere orkesten waren er tegen, vaak om principiële redenen, zoals het Nederlands Philharmonisch Orkest, dat ruimschoots aan de norm voldoet.

Het Koninklijk Concertgebouworkest, dat meent dat de norm van Nuis in strijd is met Europese regelgeving, begon een procedure bij de beroepscommissie van het ministerie van OCW. De uitspraak daarover zal naar verwachting binnenkort worden gepubliceerd.

De ensembles hebben inmiddels in een brief aan Nuis stelling genomen tegen de hen opgelegde tienprocentsmaatregel. “We doen juist veel aan Nederlandse muziek, maar ook aan buitenlandse eigentijdse muziek. We willen dat niet allemaal gaan tellen, dat is beledigend voor de componisten”, aldus een woordvoerster. Het ministerie van OCW liet vanmorgen weten ook graag bereid te zijn tot overleg met de ensembles over een andere wijze van uitvoering van de wensen van staatssecretaris Nuis.