Onderzoek naar prijsafspraken kunsthandel VS

NEW YORK, 5 JUNI. De Amerikaanse justitie onderzoekt of kunsthandelaren onderling afspraken maken over prijzen en veilingbiedingen. Bij meer dan tien New-Yorkse kunsthandels is de boekhouding opgevraagd.

Ook heeft de antitrustdivisie van justitie om inzage in de boeken van de veilinghuizen Sotheby's en Christie's verzocht. Christie's, dat in Londen aan de beurs genoteerd staat, maakte melding van het onderzoek. Justitie bevestigt dat het kijkt 'naar de mogelijkheid van anticoncurrerende praktijken in de veiling van beeldende kunst'.

Doel van het onderzoek is uit te vinden of kunsthandelaren samenspannen bij de aankoop van kunst. Kartelvorming in deze sector is verboden. Als handelaren afspreken hoeveel ze op een veiling willen bieden of in overleg willen voorkomen dat ze tegen elkaar opbieden, overtreden ze de wet. Dit soort praktijken wordt beschouwd als in strijd met het vrije-marktprincipe van vraag en aanbod. De reële marktprijs zou daardoor te laag uitkomen.

Gespecialiseerde kunsthandelaren maken inderdaad soms afspraken met elkaar. Ze laten een van hen bieden om een werk tegen een lage prijs in handen te krijgen en houden vervolgens een particuliere bieding. De winst wordt daarna verdeeld. Ook geven handelaren collega's soms opdracht niet te bieden op een werk. Volgens kenners van de kunstmarkt is dit soort praktijken in Europa gangbaarder dan in de Verenigde Staten, juist omdat Amerikaanse handelaren zich bewust zijn van de strenge wetgeving op het gebied van kartelvorming. In 1991 nog is de New-Yorkse handelaar Bernard & S. Dean Levy veroordeeld tot het betalen van 100.000 dollar boete.

Het gaat justitie kennelijk om het systematisch vervalsen van de markt, denken betrokkenen, anders zouden ze niet op zo'n uitgebreide schaal boekhoudingen hebben opgevraagd.

Kunsthandelaren willen geen commentaar geven of verwijzen naar de Art Dealers Association of America. Die doet geen verdere mededelingen. Volgens een van hen heeft justitie hen meegedeeld dat ze niets naar buiten mogen brengen.

Volgens de New York Times zouden wellicht vijfentwintig handelaren zijn benaderd, onder wie William Acquavella, Colnaghi, Simon Dickinson, Otto Naumann en Newhouse Galleries.

De betrokken handelaren hebben uiteenlopende specialisaties. Justitie verzamelt de informatie om uit te zoeken of een rechtszaak haalbaar is.