Landbouwbeleid

Met de strekking van het artikel van J. Kol en B. Kuijpers over het failliet van het Europese landbouwbeleid ben ik het hartgrondig eens (NRC HANDELSBLAD, 30 mei). Eén onderdeel echter van het Europese landbouwbeleid komt niet voldoende uit de verf.

Behalve de autarkische levensmiddelenvoorziening voor Europa - ook op lokaal niveau - was ook de inkomenspositie met behoud van de werkgelegenheid van miljoenen Europese kleine boeren één van de doelstellingen.

Een geciteerde studie vermeldt dat de liberalisering van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid zou leiden tot een extra economische groei van 3 procent en een daling van de werkloosheid met 4 procent, resulterende in een 'schepping' van ca. 2 à 4 miljoen extra banen in de Europese Unie.

Als men dit gegeven combineert met de waarschijnlijk bijna zekere opheffing van enige tientallen miljoenen kleine boerenbedrijven, vooral ten zuiden van de lijn Duinkerken-Trier, dan volgt hieruit dat men dan meer werk- en inkomenloze personen genereert, dan opheft. Tevens moet men dan goede titels geven aan de dan tijdelijk (hoelang?) noodzakelijke overdrachtsinkomens, die de totale verpaupering van het (Zuid-)Europese platteland moeten helpen voorkomen.