Het vreemde met vrouwen

Het vreemde met vrouwen is dit. Eerst hebben zij een lange strijd gestreden tegen mannelijke stereotypen en vooroordelen over vrouwen. Die strijd is met succes gevoerd en met glorie gewonnen. Geen man zal meer een column beginnen met zinnen als: “Het vreemde met vrouwen is dit”. Maar tegenwoordig lees je juist vaak bij vrouwen dat zij iets doen, denken of voelen dat zij vreemd en vaak ook verkeerd vinden, maar tevens als typisch vrouwelijk beschouwen.

Dat vind ik vreemd. Wij leven snel en vergeten snel, zodat wij ons bepaalde veranderingen nauwelijks meer realiseren. Nog maar kort geleden was het heel gewoon te zeggen dat meisjes niet konden vangen en vrouwen niet konden autorijden. Zelfs eigenschappen die als positief werden gepresenteerd, de beroemde 'vrouwelijke intuïtie' bijvoorbeeld, waren in werkelijkheid vernuftige eufemismen om iets heel anders te zeggen: vrouwen kunnen niet logisch denken.

Het bekende boek van de beroemde psycholoog F.J.J. Buytendijk De vrouw. Haar natuur, verschijning en bestaan. Een existentieel-psychologische studie, uit 1958, begon met de vermaarde woorden: “Het uitgangspunt van deze studie is geweest, dat de vrouw een mens is”. Na deze kloeke, zij het weinig verrassende constatering, nam de auteur echter ruim de tijd om op de vele verschillen tussen mannen en vrouwen te wijzen en zo, op existentieel-psychologische wijze, naar ik aanneem, het typisch vrouwelijke vast te stellen. De kern van het vrouwelijk bestaan is volgens de zielkundige het zorgend in de wereld zijn: “De wereld van de vrouw is [...] de wereld van het zorgen”. Dat zorgen betekent natuurlijk in de eerste plaats de zorg voor gezin en huis. Toch werken sommige vrouwen buitenshuis, maar ook in die arbeid zullen zij “een zorgend element tot ontwikkeling” brengen.

Overigens ligt hier volgens Buytendijk wel een probleem: “De vrouwen, evenals alle mensen, die zwakker zijn of minder uithoudingsvermogen hebben, zijn geneigd ofwel te veel van haar krachten te vergen en zich te overwerken, ofwel de passiviteit en de onmacht te kiezen als een middel tot zelfbescherming.”

Over het probleem van het buitenshuis werken van vrouwen of over welke 'typisch vrouwelijke' problemen, eigenschappen, (on)deugden en dergelijke dan ook, wordt door mannen zelden meer geschreven en al helemaal niet op de manier van Buytendijk. Vrouwelijke columnisten en andere vrouwelijke auteurs daarentegen schrijven juist vaak over diverse aspecten van het vrouw c.q. huisvrouw en/of moeder zijn, over relaties, liefde, huwelijk, geboorte, kinderen en dergelijke. Renate Rubinstein, de moeder van alle vrouwelijke columnisten, schreef met evenveel verve over poezen, planten, minnaars en ziekten als over pacifisten, kruisraketten, het Palestijnse vraagstuk en het Chinese experiment. De laatste onderwerpen zijn - dit is geen stereotiep, maar een op degelijk onderzoek gebaseerde generalisatie - ook nu nog typisch mannelijke column-onderwerpen. De eerste daarentegen worden vrijwel uitsluitend door vrouwen behandeld.

Hier is niets op tegen. Arbeidsverdeling moet er zijn. Maar wat mij wel verbaast, is dat in dit soort columns en stukken tal van verschijnselen, gedragingen en problemen die mijns inziens algemeen menselijk zijn, als typisch vrouwelijke verschijnselen, gedragingen en problemen worden aangeduid. Zo lees je vaak dat vrouwen de neiging hebben harder te werken dan mannen, omdat zij meer plichtsgevoel hebben. Dit doet sterk denken aan Buytendijks opvattingen over de vrouwelijke neiging tot 'overwerken'. Bij Beatrijs Ritsema las ik ergens: “vrouwen hebben altijd de neiging zichzelf klein te maken”, wat aan Buytendijks opvattingen over zelfbescherming doet denken.

De bekende econoom Deirdre McCloskey zei in een recent interview: “Heb je die prachtige lucht gisteren gezien? Natuurlijk heb je hem gezien, want je bent een vrouw. Het was prachtig, net een 17de-eeuws schilderij. Maar geloof me, de meeste mannen zien dat niet, want ze zijn altijd met iets bezig. Ze repareren de auto, gaan naar het voetballen, of werken aan een carrière als econoom.”

Deirdre kan het weten, want zij is nu weliswaar vrouw, maar tot voor kort was zij man en heette zij Donald McCloskey. Toch betwijfel ik of zij gelijk heeft, want ik ken heel wat mannen die nooit auto's repareren en liever naar de lucht dan naar het voetballen kijken.

Yvonne Kroonenberg is, zoals bekend, een expert op het gebied van de vrouw-man-relatie. Zij schreef er verscheidene boeken over. In een daarvan vertelt zij over zichzelf, hoe gek zij deed als zij verliefd was. En zij niet alleen. Want, zo vertelde haar zuster haar: “Ik zie me nog staan aan de rand van het hockeyveld.” Waarop de schrijfster vervolgt: “De liefde duurde niet lang, mijn zuster is verstandig. Dat zie je niet vaak bij vrouwen.” Bij mannen ligt het volgens haar anders: “Mannen doen niet zo.”

Zou het echt zo zijn? Ik heb heel wat hockeyvelden gezien, waar vrouwen op speelden en mannen naar keken. Waarom zouden die mannen daar hebben gestaan? Niet voor de lol, want geen spel is dodelijker vervelend om aan te zien dan hockey en er zijn weinig vormen van vrouwelijke klederdracht die minder elegant of opwindend zijn dan de hockeykleding. Waarom staan en stonden zij er dan? Verliefd!

Yvonne Kroonenberg is gespecialiseerd in de liefde, andere vrouwen zijn dat in het ouderschap. Zo schreef Rita Kohnstamm in deze krant eens een column over “Het lege nest en de werkelijkheid”. Deze beschouwing ging over 'moederlijke bezorgdheid' en het feit dat veel van die zorg wegvalt als de kinderen het huis / nest uit zijn. Rita Kohnstamm beschrijft die gevoelens vanuit haar eigen ervaring met een dochter die in het weekend vaak uitging en zich niet wilde vastleggen op een tijdstip van thuiskomst. Dat was moeilijk. “Ik moest vooral gewoon gaan slapen. Maar dat lukte niet, ik bleef luisterend wakker liggen. Ik heb wel eens beschreven hoe dat voelde. Hoe er tussen mijn oor en het sleutelgat van de voordeur een onzichtbaar snoer hing, waarlangs mijn aandacht voortdurend heen en weer gleed. Totdat het heerlijke geluid van de sleutel in het slot omhoog klom. Ik viel dan onmiddellijk in slaap en hoorde niet eens meer dat zij langs onze slaapkamer de trap op kwam.”

Ik heb geen dochters, alleen maar zonen en 'moederlijke' bezorgdheid is mij per definitie vreemd. Zelden echter heb ik een eigen ervaring zo voortreffelijk, zo glashelder, zo evocatief beschreven gezien. En even helder herinner ik mij dat de andere ouder na de hele dag 'zorgend in de wereld' te zijn geweest, genoot van een even volmaakte als verdiende nacht- en gemoedsrust. Ik bedoel maar, om met Kaatje Kater te spreken.

Het vreemde met vrouwen is dat zij zoveel dingen die algemeen menselijk zijn typisch vrouwelijk noemen. Dat is jammer, want zo schieten wij niet op. Daarom wil ik deze typisch vrouwelijke column, die naar aanleiding van een typisch ouderlijke gebeurtenis is geschreven, besluiten met een typisch mannelijke oproep: “Vrouwen van Nederland, dispereert niet! generaliseert niet! ontziet uw vijanden niet! En gij zult ontdekken dat er meer geestverwanten bestaan dan seksegenoten.”