Geherstructureerd uitzendbureau stuit op verzadiging van thuismarkt; Start zoekt expansie in buitenland

DEN HAAG, 5 JUNI. Kan het succes van de Nederlandse uitzendformule in het buitenland gekopiëerd worden? De uitzendorganisaties zelf menen van wel. Na Randstad, dat vorig jaar furore maakte bij de Olympische Spelen in Atlanta, en Vedior, dat met de recente overname van de Franse uitzendgroep BIS een grote klapper maakte, wil ook uitzendbureau Start zijn vleugels uitslaan buiten Nederland.

“We richten ons vooral op Duitsland en Spanje. We voeren daar serieuze gesprekken”, zei Start-voorzitter ing. S. Attema gisteren tijdens de eerste persconferentie die het bedrijf ooit heeft gegeven.

Voor de buitenlandse expansieplannen zijn volgens mede-directeur ir. F.L. Beringen grofweg twee belangrijke drijfveren aan te geven. “Onze klanten vragen erom. Niet in de zin dat ze zeggen 'ga naar het buitenland', maar ze willen offertes hebben voor hun hele werkgebied. Niet alleen dus voor hun vestigingen in Nederland, maar ook voor die in het buitenland.”

Diezelfde argumentatie gebruikte ook Vedior-topman drs. G. Smit begin dit jaar bij de overname van BIS: “Grote ondernemingen in de industrie, maar ook het bankwezen, die vroeger misschien elke vestiging individueel lieten beslissen over het inhuren van uitzendkrachten, werken nu met raamovereenkomsten en een kort lijstje met twee of drie favoriete bureaus waar zij uitzendkrachten inhuren. Die trend zie je niet alleen op nationaal niveau, maar ook al internationaal.” De tweede factor die Nederlandse uitzendbureaus over de grens drijft is de verzadiging van de thuismarkt. De omstuimige groei die de uitzendbureaus de afgelopen jaren hebben doorgemaakt lijkt te stabiliseren. Ondernemers hebben weer veel vertrouwen in de economie, de orderportefeuilles blijven goed gevuld en dus durven organisaties weer het risico te nemen extra personeel in vaste dienst te nemen.

Uitzendorganisaties die extra omzet willen blijven boeken moeten op zoek naar overnamekandidaten.

Die zijn in Nederland niet eenvoudig te vinden, stelde Beringen gisteren : “Er zijn in Nederland veel spelers op de markt, maar de grotere zijn niet te koop. Om omzetgroei te blijven genereren moeten we op zoek in het buitenland.” Hoeveel geld Start te besteden heeft wilden beide directeuren gisteren niet kwijt. “We hebben voldoende in kas om datgene te acquireren waarmee we uit de voeten kunnen”, aldus Beringen.

Het aantrekken van extra vreemd vermogen of een beursgang zijn volgens hem “op dit moment” niet aan de orde, al wordt niets uitgesloten. Start boekte vorig jaar een netto resultaat van 31,4 miljoen gulden, op een omzet van 1,6 miljard gulden. De cash flow kwam vorig jaar uit op iets meer dan 43 miljoen gulden.

Dat Start daarmee in het buitenland grote vissen aan de haak zal slaan lijkt onwaarschijnlijk. Ter vergelijking: voor de uitzendketen BIS, nummer drie in Frankrijk, legt Vedior ruim 800 miljoen gulden op tafel.

Financieel staat Start er nu veel beter voor dan enkele jaren geleden. In 1990 dook de uitzendorganisatie (in 1977 opgericht door overheid en sociale partners als middel tegen de oprukkende werkloosheid) voor het eerst in haar bestaan in de rode cijfers. Te optimistische prognoses over de groei van de markt hadden geleid tot forse investeringen in allerlei nieuwe projecten, waar werkgevers geen belangstelling voor bleken te hebben. Bovendien kreeg Start steeds meer concurrentie van puur commerciële uitzendbureaus en was het zowel voor de eigen medewerkers als voor de buitenwereld niet langer duidelijk waarin Start, dat was opgezet met een duidelijke maatschappelijke doelstelling, zich nog onderscheidde van andere uitzendbureaus.

Om de verhouding tot overheid en sociale partners duidelijker te krijgen is de structuur van Start vorig jaar ingrijpend gewijzigd. De banden tussen Start en Arbeidsvoorziening zijn doorgesneden. Start is een structuurvennootschap geworden, waarvan de aandelen in handen zijn van een stichting. Via hun aanwezigheid in zowel stichtingsbestuur als raad van commissarissen houden overheid en sociale partners wel een vinger in de pap.

Naast de vorm is ook de inhoud aangepakt. Beringen: “We hebben de cultuur tegen het licht gehouden. Het was wellicht allemaal iets te vrijblijvend. We zijn zakelijker geworden.”