Fiscaal tarief 'buitenlanders' ter discussie

DEN HAAG, 5 JUNI. Het zogenoemde buitenlandtarief in de loon- en inkomstenbelasting staat ter discussie. Het speciale belastingtarief van 25 procent over de eerste belastingschijf is in strijd met het Verdrag van Rome.

Dat heeft de belastingkamer van de Hoge Raad gisteren bepaald in de zaak-Asscher. Volgens de raad zouden Nederlanders die in het buitenland wonen, niet langer het speciale 25 procentstarief hoeven te betalen over de eerste belastingschijf, maar 5,05 procent.

Het buitenlanderstarief is, op instigatie van de toenmalige Kamerleden Vermeend en Kombrink (beiden PvdA) en Linschoten (VVD) ingevoerd bij de verandering in de belastingwetgeving in het kader van de 'operatie Oort' in 1990. Sindsdien betalen Nederlanders in het buitenland die minder dan 90 procent van hun inkomen in Nederland verdienen, 25 procent belasting over de eerste belastingschijf. Over de tweede en derde schijf betalen deze mensen het normale tarief van 50 en 60 procent.

Via die eerste schijf van 37,3 procent worden de sociale premies betaald voor onder meer de AOW. Het grootste deel van de eerste schijf (32,25 procentpunten) gaat op aan dergelijke premies. Omdat deze categorie Nederlanders niet premieplichtig is, meent de Hoge Raad dat de 'buitenlandse Nederlanders' niet 25 procent, maar alleen het belastingdeel van de eerste schijf van 5,05 procent - het verschil tussen de 37,3 en 32,25 procent - dienen te betalen.

Vorig jaar oordeelde het Europese Hof van Justitie al dat het buitenlanderstarief niet rechtsgeldig is in verband met een vrij verkeer van diensten binnen de Europese Unie. De Hoge Raad had de zaak-Asscher voorgelegd aan het Europese Hof.

In het gisteren uitgesproken arrest neemt de Hoge Raad de argumentatie over en concludeert dat het buitenlanderstarief in strijd is met het Verdrag van Rome. Volgens de raad hoeven mensen als de in België gevestigde diamantair Asscher over de laagste belastingschijf geen premies volksverzekeringen te betalen.

Een woordvoerder van het ministerie van Financiën wil nog niet inhoudelijk op de uitspraak van de Hoge Raad reageren. Over de gevolgen voor de schatkist en de komst van mogelijke nieuwe wetgeving wil het ministerie nog geen uitspraak doen voordat de uitspraak is bestudeerd. Volgens prof. dr. Feteris van het belastingadvieskantoor Coopers & Lybrand zijn de mogelijkheden voor Financiën “zeer beperkt”. “Europese wetgeving gaat altijd boven nationale wetgeving”, zegt hij.