Europese socialisten rukken op

De Europese socialisten gaan vandaag in het Zweedse Malmö een gezellig feestje bouwen. Nog even, zo lijkt het, en heel Europa wordt geregeerd door links.

ROTTERDAM, 5 JUNI. De vlag hangt uit bij de Europese socialisten. Van de twee laatste landen waar ze niet aan de regering deelnemen, maakt alleen Spanje een redelijk stabiele indruk. De christen-democratische Duitse bondskanselier heeft de grootste moeite om pleisters te vinden voor op de gapende financiële wonden.

De Britse verkiezingsuitslag was al een voorbode van de aardverschuiving. Maar Labour is in de eerste plaats door de Conservatieven in het zadel geholpen. In een twee-partijensysteem blijft er weinig anders over, voor een land dat genoeg heeft van zijn regering.

Pas de onverwachte overwinning van de Franse Parti Socialiste, hoewel iets minder groot, laat de linkse mistral voelen die nu over Europa waait. De Italiaanse communistenleider Armando Cossutta zei deze week: “Links in Frankrijk heeft campagne gevoerd met een veel vooruitstrevender programma (dan in Groot-Brittannië), gebaseerd op verkorting van de werkweek en verdediging van de welvaartstaat.” Daarom stelt de winst van Lionel Jospin pas echt iets voor, vindt Cossutta.

Grote woorden klonken er dan ook na de overwinning van Lionel Jospin. De Italiaanse linkse premier, Romano Prodi, sprak van een “terugkeer naar de wortels van de grote continentale traditie”.

Rechts begint zich zorgen te maken. Jose Maria Robles Fraga, woordvoerder voor buitenlandse zaken van de Spaanse Partido Populár, vroeg zich onlangs af hoe iemand het in zijn hoofd kon halen om de toekomst van Europa in handen te leggen van socialisten en communisten. Wie dat doet, heeft niets begrepen van de gebeurtenissen sinds de val van de Muur.

Hebben de kiezers het werkelijk niet begrepen? Of hebben ze gewoon genoeg van het voortdurende gehamer op het aambeeld van de Economische en Monetaire Unie (EMU)? Kunnen ze woorden als criteria, EMU-norm en financieringstekort niet meer horen? Vooral niet als ze steeds weer in één adem genoemd worden met werkloosheid, loonmatiging, onrust op de arbeidsmarkt? Niet voor niets moesten de Europese leiders vorige maand uitwijken naar Noordwijk, omdat president Chirac tijdens de verkiezingscampagne liever niet in Maastricht gezien wilde worden. Alleen al de naam van de stad waar het verdrag over de Europese munt tot stand kwam, werkte bij Franse kiezers als een rode lap op een stier.

Des te opmerkelijker is het dat de rechtse campagne in Frankrijk toch gewoon in het teken stond van 'Europa', ook al was het een fluisterend uitgesproken Europa. Maar zelfs op die toon kon iedere Franse kiezer vermoeden dat een regering-Juppé zou voortgaan op de ingeslagen weg. Dat de arbeidsonrust verder zou toenemen, omdat Juppé zich meer zorgen maakte over het financieringstekort dat hij onder de drie procent moest zien te krijgen, dan over de werkloosheid die de twaalf procent inmiddels ruimschoots is gepasseerd.

Dit betekent overigens niet dat de kiezers in Europa nu ineens allemaal anti-Europees zijn geworden. Waarom zouden de Britten anders zo massaal de Conservatieven, de grootste Europa-haters, de rug hebben toegekeerd? De kiezers hebben geen hekel aan Europa, ze zijn er niet al te zeer in geïnteresseerd. Als een Europese eenheidsmunt noodzakelijk is, vinden ze dat best - ondanks een zeker heimwee naar de eigen nationale bankbiljetten en munten. Als voor de euro aan bepaalde criteria voldaan moet worden, ook nog best. Zelfs als dat ten koste moet gaan van een klein beetje sociale zekerheid, kan dat nog worden geaccepteerd. Maar de zure appel lijkt inmiddels wel erg groot.

Rechts blijft roepen dat ook linkse regeringen aan de EMU zullen moeten geloven, als Europa zich op de wereldmarkt staande wil houden. Jacques Santer, voorzitter van de Europese Commissie, maakt zich daarom geen grote zorgen over recente verkiezingsuitslagen. “Ik weet zeer dat Frankrijk voort zal gaan op de weg van Europese integratie en vooral op die van de ene Europese munt”, zei hij naar aanleiding van de verkiezingsuitslag. Ook een vooraanstaande Franse socialist als Elisabeth Guigou (onder Mitterrand een van de architecten van het Franse Europese beleid en sinds vandaag minister van Justitie) heeft al gezegd “natuurlijk de deadline te zullen respecteren” om aan de EMU-criteria te zullen voldoen.

Maar tot aan die deadline zou er wel eens het nodige kunnen veranderen. De eerste tekenen daarvan zijn al zichtbaar. De regering-Blair kondigde gisteren een plan aan over werkgelegenheid, flexibele arbeidsmarkt en betere scholing om de Europese concurrentiepositie te verstevigen. Blair kan ongetwijfeld rekenen op de steun van Jospin, die tijdens zijn campagne steeds heeft geroepen dat hij voorstander is van een EMU met een socialer gezicht - desnoods door iets minder hardnekkig vast te houden aan de vereiste criteria.

Niemand weet nog hoeveel minder. En de grote de vraag blijft, welke consequenties een versoepeling zou kunnen hebben voor de Europese eenheidsmunt.

Het noodlot wil dat de verantwoordelijkheid voor de stabiliteit van de Europese munt nu op de schouders lijkt te rusten van de Duitse bondskanselier Helmut Kohl, een van de laatsten der Mohikanen. Uitgerekend hij komt op het ogenblik met oplossingen voor interne financiële problemen, die een grotere bedreiging vormen voor de EMU dan de regeringswisselingen in Groot-Brittannië en Frankrijk.

Major en Juppé werden door de kiezers de laan uitgestuurd, nu Kohl nog, roepen de Duitse sociaal-democraten optimistisch. Misschien. Maar dan zullen ze wel de gematigde Gerhardt Schröder als kandidaat voor het kanselierschap moeten aanwijzen, en niet de veel radicalere Oskar Lafontaine. Want het Europese socialisme van vandaag heeft pas succes als het zich presenteert als liberalisme met een vriendelijk gezicht.