De Antwoordman

Duizend brieven per week ontving de Antwoordman, en twee keer per week - op dinsdagavond en donderdagochtend - verzorgde hij voor de AVRO-microfoon een programmaatje van een kwartier, waarin enkele van die brieven ter sprake kwamen. De vragen die hem door zijn luistervinken werden toegestuurd, konden overal over gaan: over de vraag of de vrouwen in het oude Rome bang waren voor muizen, maar ook over de herkomst van de naam Schiphol.

Nooit zat de Antwoordman met zijn mond vol tanden. En het viel bijna niemand op dat hij altijd minstens één keer per uitzending aanleiding vond iets te zeggen over de democratische vrijheden in de Amerikaanse samenleving, de sterkte van de economie aldaar of de politieke gevangenen achter het ijzeren gordijn.

Tot de Antwoordman op 11 augustus 1951 door de Volkskrant werd ontmaskerd. Hij bleek een creatie te zijn van de Bruce Chapman-organisatie in Parijs, een publiciteitsbureau dat in dienst stond van de Marshall-organisatie. Net als in andere Europese landen was het programma erop gericht de luisteraar ongemerkt ontvankelijk te maken voor de ideologie achter de Marshall-hulp. “Het zijn vraag- en antwoordrubrieken voor de radio, doorschoten met onopvallende propaganda voor de economische en militaire hulpprogramma's van het State Department in het bijzonder en voor de Amerikaanse gedachten in het algemeen”, aldus het onthullende bericht. “Het hele vraag- en antwoordspel is opgezet als camouflage voor deze propaganda.”

Hoewel de Antwoordman niet voorkomt in de drie gedenkboeken die dezer dagen zijn verschenen bij het vijftigjarig jubileum van de Marshall-hulp, trok zijn geheimzinnige identiteit in die zomer van 1951 een week lang sterk de aandacht. Het programma was dan ook tamelijk populair, ondanks de 'iets geblaseerde stem' van de anonieme presentator die in werkelijkheid Ven Schadd bleek te heten - een voormalig RVD-employé die nu in dienst was van de Bruce Chapman-organisatie. De vragen werden hem voor de microfoon voorgelegd door de toenmalige AVRO-omroepster Netty Rosenfeld, waardoor des te meer de indruk werd gewekt dat het hier een onafhankelijke activiteit van de AVRO betrof.

Uitgesproken gecompliceerd was de kwestie voor het communistische (en dus anti-Amerikaanse) dagblad De Waarheid. Enerzijds zag men er de zoveelste bevestiging in voor de stelling dat de Nederlandse media waren geïnfiltreerd door 'anti-Sovjet-propaganda', maar anderzijds kon men er niet onderuit te melden dat de onthulling was gepubliceerd in de Volkskrant, de katholieke krant die doorgaans trouw aan de kant van de regering stond. Welke duivelse samenzwering moest dáár nu weer achter worden gezocht? De Waarheid wist het antwoord: de Volkskrant was niet boos om het feit “dat wederom het bewijs is geleverd dat Nederland een satelliet-staat van Amerika is, maar dat een andere omroepvereniging dan de KRO dollars ontvangt.”

Sussend bracht AVRO-voorzitter Willem Vogt naar voren, dat hij in de overeenkomst met de Amerikaanse propagandadienst niet 'iets berispelijks' kon zien. Weliswaar werden de uitzendingen voorbereid en betaald door de ECA, de organisatie achter de Marshall-hulp, maar de eindredactie berustte naar zijn zeggen bij de AVRO. Maar toen niemand hem bleek te geloven, kwam al snel het bericht dat de ECA, 'om zelfs de geringste vorm van misverstand uit de weg te ruimen', had besloten met de Antwoordman te stoppen.

De laatste uitzending had plaats op 29 augustus 1951, achttien dagen na de ontmaskering. Netty Rosenfeld legde de Antwoordman als altijd de vragen voor die in het draaiboek voor haar waren vastgelegd. Ditmaal waren ze echter geheel gewijd aan het programma zelf. Het was geen wonder, vond de Antwoordman, dat de AVRO voor financiële steun had aangeklopt bij de ECA, want anders zou een rubriek als deze 'duizenden guldens' hebben gekost. Op deze manier werden AVRO én ECA er beide beter van: “De AVRO heeft een leuke rubriek tegen weinig of geen kosten en de ECA heeft er nu eenmaal plezier in een groot bureau in stand te houden om de vragen die ze krijgt goed te beantwoorden.” Maar helaas was dit nu door de pers onmogelijk gemaakt.

“Ja maar, Antwoordman”, wierp de omroepster tegen, “hebben de mensen dan geen eigen gezond verstand om de werkelijkheid te zien?”

“Dat is juist de moeilijkheid”, verklaarde de Antwoordman. “Nee, tenminste niet alle mensen. In een in de grond fatsoenlijk land als het onze scheppen blijkbaar enkelen er behagen in om bij gebrek aan misstanden die zelf te bedenken.”

En zo verdween hij uit de ether, vergeten door de geschiedschrijvers.