Cutter's Way

Cutter's Way (Ivan Passer, 1981, VS). BBC1, 1.00-2.45u.

“Jij had ook drie reacties toen je televisiebeelden van Vietnam zag. Allereerst: ik haat de Verenigde Staten. De volgende dag dacht je: God bestaat niet. En tenslotte: ik heb honger, I'm fucking starved.” De monoloog van Alex Cutter (John Heard), een der hoofdpersonen in Cutter's Way, klinkt als een beginselverklaring. Verminkt keerde hij terug uit Vietnam. Hij mist een oog, een arm en een been. En nu heeft hij honger, naar vergelding. Aan zijn cynische provocaties in de kroeg heeft hij niet meer genoeg. Zijn ongerichte woede concentreert zich op oliebaron Cord. Niet zozeer omdat deze misschien schuldig is aan een lustmoord. Cord is voor Cutter vooral een exponent van de heersende klasse, van de politieke en economische eikels die altijd buiten schot blijven. De magnaat gaat in de film consequent verscholen achter een zonnebril die even reflecterend is als de voorgevel van zijn kantoorgebouw.

De kreupele Cutter heeft een maatje die in menig opzicht zijn tegenpool vormt. Misschien zijn het wel twee verschijningsvormen van dezelfde persoonlijkheid. Het is niet de enige vraag die de film onbeantwoord laat. Richard Bone (Jeff Bridges) bezit niks anders dan zijn fysieke charme waarmee hij gefortuneerde Californische pleegt dames te verleiden. Voor het overige is hij een ambitieloze wegloper.

Tussen hen in staat, en drinkt, Cutters vrouw Mo (Lisa Eichhorn). Ze deelt één nacht het bed met de mooie Bone, al zou het hun vriendschap kunnen schaden. “Maar ach, we hebben niet zoveel te verliezen.” Soms staat ze midden in de nacht op “om te kijken of ik er nog ben.” De drie hoofdpersonen in Cutter's Way passen als geen ander in het nog steeds bescheiden oeuvre van Ivan Passer. Van de sinds 1968 in Amerika werkzame Tsjech (Praag, 1933) wordt al jaren weinig meer vernomen, maar in de speelfilms die hij tot vroeg in de jaren tachtig regisseerde, draaide het steevast om solitaire figuren, die zich door het leven verraden voelden. Cutter's Way (uit 1981) geldt nog steeds als het hoogtepunt van zijn oeuvre. Op raadselachtige wijze is deze karakterschets van drie verliezers die niets anders rest dan de fles, inertie òf het uitleven van een ongerichte wraakfantasie, minder deprimerend dan je op papier zou verwachten. Misschien komt dat door Passers nuchtere, gelaten vertelwijze. De regisseur had zich kennelijk al neergelegd bij de draaglijke droefheid van het bestaan.