Criminele overheden

OVERHEDEN DIE DE wet overtreden bij de uitvoering van hun taken kunnen niet strafrechtelijk worden vervolgd. Het kabinet heeft met dit standpunt het zogeheten Pikmeerarrest van de Hoge Raad bevestigd. Dit betrof een gemeente-ambtenaar die opdracht had gegeven tot het dumpen van vervuild slib.

Deze juridische procedure is overigens nog niet definitief afgerond, dus in beginsel is nog van alles mogelijk. De procedure heeft in elk geval al wel afschrikwekkend gewerkt op de justitie in het geval van Nijmegen. Deze gemeente zal niet worden vervolgd wegens gesjoemel met vervuilde bouwgrond.

De Tweede Kamer zet met reden vraagtekens bij deze gang van zaken en het standpunt van minister Sorgdrager (Justitie). De bewindsvrouw erkent op zichzelf dat ook de overheid aan het recht is gebonden. Men zou zeggen dat daartoe ook het beginsel van gelijkheid voor de (straf)wet behoort, maar Sorgdrager vindt juist dat overheid en burgers in dit opzicht niet op één lijn zijn te stellen. De correctie op wetsschennis voor overheden dient niet te worden gezocht in strafdreiging maar in democratische en bestuurlijke controle.

Vanuit de gedachte van de scheiding der machten in de staat is zeker iets te zeggen voor terughoudendheid van de rechter. Zijn oordelen zullen in het geval van strafzaken tegen de overheid immers veelal hun politieke uitwerking niet missen. Het is niet denkbeeldig dat er na een veroordeling van een overheidsinstantie politieke koppen rollen. 'Justitialisering' van de politieke controle dient te worden voorkomen. Daarvoor is echter geen blanco-immuniteit voor overheden nodig. De strafrechter kan zonodig speciale rechtvaardigingsgronden voor aangeklaagde overheden hanteren.

De strafrechtelijke uitzondering gaat alleen maar op voor de harde overheidstaken, zegt Sorgdrager ter verdediging van het kabinetsstandpunt: voor niet-specifieke overheidstaken kunnen overheden en hun ambtenaren wel degelijk worden vervolgd. De officiële bestuurstaak - en daarmee de vrijdom van strafvervolging - wordt echter wel zeer ruim bemeten, zo blijkt uit een recente studie van de nieuwe Utrechtse hoogleraar strafrecht C. Brants. Zij vindt dat een strafrechtelijke uitzondering voor de overheid hooguit op zijn plaats is wanneer een bepaalde bestuurshandeling rechtstreeks voortvloeit uit een wettelijke opdracht. Dan is er immers sprake van een direct conflict van wettelijke verplichtingen voor de overheid.

DE VASTSTELLING OF dit inderdaad het geval is, vormt eerder een reden voor strafrechtelijk onderzoek dan dat het een argument is bemoeienis van de justitie op voorhand uit te sluiten, zoals nu het geval is. Natuurlijk verdient betere politieke en bestuurlijke controle op slordige overheden de voorkeur. Het strafrecht is niet meer dan een sluitstuk. Maar dit is onmisbaar om de druk op de ketel te houden. Jarenlang kwam het begrip milieukosten in Nijmegen niet voor bij grote projecten, zo concludeerde het dagblad De Gelderlander onlangs uit de dossiers over de vuile-grondaffaire. Dat werd pas anders toen de politie een onderzoek begon.

Soms is een opsporingsonderzoek de enige mogelijkheid de feiten boven tafel te krijgen, erkent ook Sorgdrager. Dit nog afgezien van de principiële vraag of de overheid zichzelf boven haar eigen strafwetten mag stellen.