Alleen Eindhoven blij met stadsprovincie

Staatssecretaris Van de Vondervoort (Binnenlandse Zaken) voert vandaag de eerste gesprekken met bestuurders uit de regio's over de vorming van stadsprovincies. In Noord-Brabant woedt daarover een hevige strijd.

DEN BOSCH, 5 JUNI. “Een aanslag op de best presterende provincie van Nederland.” Zo reageerde commissaris der koningin F. Houben op het voorstel in de Tweede Kamer om van het gebied rond Eindhoven een stadsprovincie te maken. “Dit is een serieuze bedreiging voor Brabant”, zei de gedeputeerde W. van Beek. Het feest in verband met het 200-jarig bestaan van Nederlands grootste provincie is nog maar nauwelijks uitgewoed of het tumult over een eventuele afsplitsing van Zuidoost-Brabant is losgebroken.

Nagenoeg alle partijen in de provincie roepen om het hardst dat Brabant één en ongedeeld moet blijven. Maar burgemeester R. Welschen van Brabants grootste stad, Eindhoven, nam alvast een voorschot op wat er feitelijk nog allemaal moet gebeuren. “Er wordt nu gelukkig niet meer gesproken over de vraag of de stadsprovincie er komt maar hoe die er moet komen.” De gemeenten in de onmiddellijke nabijheid van Eindhoven waren met hem blij over het voorstel. Daarmee kunnen ze immers dreigende annexatie voorkomen. Maar burgemeesters uit verderaf gelegen gemeenten die ook tot de nieuwe stadsprovincie moeten gaan behoren waren weer tegen. Evenals burgemeester W. van Elk van Helmond, de op een na grootste stad in het gebied. “Omdat”, zoals men in Eindhoven enigszins vals zegt, “hij bang is dat hij bij elk akkefietje hier zijn hand moet ophouden”. De leden van het voormalige comité Brabant Eén dat al in actie moest komen toen in de jaren zeventig een vierendeling van Brabant dreigde, kunnen hun stellingen weer innemen - voor zover ze na al die tijd tenminste nog in leven zijn.

Vandaag ontving staatssecretaris A.G.M. van de Vondervoort (Binnenlandse Zaken) deputaties uit de provincie te beginnen met die van het Samenwerkingsorgaan Regio Eindhoven. De commissaris der koningin kondigde al aan dat hij zijn ongenoegen over de wijze van besluitvorming kenbaar zal maken. Zoals bekend verliep die nogal wonderlijk. Nadat men er in het 'paarse' kabinet maar niet over eens kon worden, kwamen de drie 'paarse' partijen een compromis overeen waar het kabinet in principe mee instemde: de regio's Rotterdam en Eindhoven-Helmond worden een stadsprovincie en in ruil daarvoor wordt de vorming van een stadsprovincie Haaglanden gestaakt en krijgt ook Twente die voorlopig niet. Commentatoren in de landelijke en provinciale media waren onverdeeld afwijzend. “Een duur speeltje waaraan slechts weinigen genoegen zullen beleven”, schreef het Brabants Dagblad. Van de Vondervoort ziet er evenwel een “passende oplossing” in voor de problemen van Eindhoven en Helmond.

Een stadsprovincie krijgt dezelfde samenstelling als een provincie, dus met een commissaris der koningin, die overigens niet per se de burgemeester hoeft te zijn van de grootste stad, een College van Gedeputeerden en Provinciale Staten. Ze neemt specifieke taken van de gemeenten over onder meer op het gebied van infrastructuur, economie, werkgelegenheid en bouwen. Het is daarom dat burgemeester Welschen zich in een van de provinciale kranten als volgt uitdrukte: “Belangrijke objecten moeten niet langer afhankelijk zijn van een collecte onder 22 gemeenten en de provincie maar in één hand komen, democratisch gecontroleerd.”

Opvallend was de opstelling van de VVD. In de Kamer ging de vertegenwoordiger van deze partij uiteindelijk achter het compromis staan. Maar VVD-gedeputeerde Van Beek en de VVD-fractie van Provinciale Staten in Noord-Brabant zien in de tweedeling niets omdat “een breed bestuurlijk draagvlak voor de stadsprovincie ontbreekt en zij zal leiden tot een aantasting van de taken van de gemeenten waardoor er ook negatieve gevolgen voor de rest van de provincie zullen optreden”, zo staat het in een commentaar van de fractie in de Provinciale Staten.

Er zijn al driftig rekensommetjes gemaakt. De provincie Noord-Brabant, die nu 2,3 miljoen inwoners telt, zal er daarvan 800.000 moeten afstaan. Daardoor ontstaat er een verlies van 150 mijoen gulden aan inkomsten uit het Provinciefonds en uit de motorrijtuigenbelasting. Daar staat een lastenvermindering voor de provincie tegenover van slechts 30 miljoen gulden. Het ambtelijk apparaat met 1.200 ambtenaren zal er 400 moeten inleveren. Gevreesd wordt dat de subsidies aan instellingen met 30 procent worden gekort. Verder breekt men zich het hoofd over hoe het nu moet met de subsidiëring van het Noord-Brabants Museum in Den Bosch en van het Van Abbemuseum in Eindhoven.

De “gewone burger” laat weinig van zich horen. Maar allerlei “vooraanstaande” Brabanders des te meer. “De burger is niet gediend met weer een nieuw soort overheid”, aldus directeur P. de Kroon van het instituut voor advies, onderzoek en ontwikkeling PON in Tilburg. En directeur M. van Boven van het Noord-Brabants Museum in Den Bosch: “Als het er werkelijk van dreigt te komen zou dat voor mij een reden zijn weer actie te gaan voeren voor Brabant Eén.”