Akkoord VN en Irak verlengd

NEW YORK, 5 JUNI. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft gisteren zijn 'olie-voor-voedsel' akkoord met Irak voor een periode van zes maanden verlengd. De huidige periode loopt 10 juni af. De olieprijs daalde licht na het bekend worden van de verlenging, die Irak toestaat opnieuw voor 2 miljard dollar olie te verkopen om met name levensmiddelen en medicijnen te kunnen betalen.

De Verenigde Staten, die aanvankelijk aarzeling toonden, hadden eerder deze week al aangekondigd toch in te stemmen met verlenging van de regeling, die beoogt de Iraakse bevolking na zeven jaar handelssancties enige verlichting te geven. Maar Amerikaanse en Britse diplomaten klaagden gisteren opnieuw “niet helemaal tevreden” te zijn met de tenuitvoerlegging van de maatregel, zowel door de Irakezen als door de VN. Volgens de Britse VN-ambassadeur, Sir John Weston, moeten de VN beter, sneller en accurater gevens verschaffen over de manier waarop de Iraakse autoriteiten de levensmiddelen verdelen die zij met het oliegeld kopen. De Amerikaanse ambasadeur, Bill Richardson, meende dat de Irakezen “spelletjes spelen met statistieken, met cijfers”.

De Veiligheidsraad staat erop dat alle sectoren van de Iraakse bevolking profiteren van de regeling, niet alleen groepen die in de gunst staan van het regime van president Saddam Hussein. Daarom zijn 151 VN-waarnemers in Irak gestationeerd.

De Iraakse autoriteiten hebben geklaagd dat de VS de levering van voedsel en medicijnen ophouden om druk uit te oefenen op het regime - de eerste levensmiddelen werden pas in april, vier maanden na het van kracht worden van de regeling, geleverd. Washington ontkent politieke oogmerken; volgens Amerikaanse functionarissen is de vertraging althans deels de schuld van de Irakezen zelf die zich niet aan de regels van de overeenkomst houden. Een Amerikaanse zegsman verklaarde dat de levering van medicijnen is vertraagd omdat de VN niet voldoende waarnemers ter plaatse hadden.