Waarom ik doodziek word van de barbaarse varkensindustrie

Het gaat wel heel ver dat mijn belastinggeld wordt besteed aan dingen die ik walgelijk vind, schrijft Koos van Zomeren. Waarom wordt de behandeling van varkens altijd van de vleesprijzen afgeleid in plaats van omgekeerd?

Het is lang geleden dat ik heb gedemonstreerd. En het is wel twintig jaar geleden dat ik een roerige menigte heb toegesproken. Maar vorige week moest het. Want ik werd er behoorlijk ziek van.

Ziek van de 'sector'. De sector wil zus, de sector zal zo. Hoe die mannen het woord sector in de mond nemen. Alsof het iets heiligs is, een ridderorde of zo, terwijl het iets macabers is. De sector is dat wat levende dieren - of het nu gekgemaakte koeien of verpeste varkens zijn - in gevaarlijk afval verandert.

Ik werd ook ziek van de minister, die als een soort reserveofficier eindelijk zijn oorlogje gevonden had. Flinke man, flinke woorden. Kan geen pottenkijkers gebruiken aan het front. Geen journalisten, geen inspecteurs van Dierenbescherming. Een oorlog is nu eenmaal geen theekransje. Nee, maar je vraagt je wel af of die flinkheid niet vooral bedoeld is om flinke blunders te verbergen. Hoeveel moet een minister daarvan maken voor hij van zijn commando wordt ontheven?

Goed ziek ben ik van de wanhopige boeren die hun verdriet om de varkens zo goed weten te combineren met de zorgen voor hun portemonnee. Ze houden van varkens, zeggen ze. En dat geloof ik, en ik vraag me af of varkens niet beter af zouden zijn bij mensen die niet van varkens houden, mensen desnoods die een hekel aan varkens hebben, maar wel zo netjes zijn om hun rechten en behoeften te respecteren.

En doodziek ben ik van de man met de pijp die zijn achterban de snelweg opstuurt als de gemeenschap ze tot een beetje maatschappelijk gedrag probeert te bewegen. Van de tractorterreur tegen de mestwetgeving die nog maar het begin was van de aanpak van het mestprobleem. Toen gaven de varkensboeren niet thuis, en nu hangen ze bij dezelfde gemeenschap aan de bel om hen uit de brand te helpen. Die man met die pijp was helemaal in het begin van de pestepidemie op de radio. Wist hij toen al hoeveel de overheid voor geruimde varkens ging vergoeden? Nee, dat wist hij nog niet, maar één ding wist hij wel: het was niet genoeg.

Ziek van de gedachte dat mijn belastinggeld, ons belastinggeld, door deze pijp, deze boeren en deze minister wordt gebruikt om die sector in stand te houden. Ik begrijp best dat mijn belastinggeld niet alleen kan worden besteed aan dingen die ik leuk vind. Maar het gaat wel heel ver dat het nu wordt besteed aan dingen die ik walgelijk vind. Op die manier betaal ik daar aan mee, en werk ik daar aan mee. En dat wil ik niet. Ik pas daarvoor.

Ziek van het argument dat telkens de kop opsteekt, dat deze dieren toch voor de dood geboren worden. Wat maakt het uit of ze vandaag worden afgemaakt of morgen, of ze naar het slachthuis gaan of naar de vuilverbranding?

Geldt dat niet voor ons allemaal. We worden allemaal voor de dood geboren, en dat weerhoudt niemand ervan om zich over de kwaliteit van zijn leven druk te maken? Ik voel me niet bepaald lekker in een land waar zo cynisch over het leven wordt gedacht en gesproken, ook al is het dan leven in de vorm van varkens.

Ziek van het gevoel van machteloosheid dat me bekruipt, en dat iedereen lijkt te bekruipen. Want wie, behalve die pijp, die varkensboeren en die minister, wil dit eigenlijk? Iedereen weet toch wat deze vorm van veehouderij betekent voor het betrokken vee, voor de inrichting van ons landschap, en voor de gezondheid van ons milieu. Argumenten zijn allang niet meer nodig. En toch gaat het maar door. Waar wachten ze op? Moeten er eerst ongelukken gebeuren? Zijn er nog niet genoeg ongelukken gebeurd?

Doodziek word ik ervan dat ik van dit alles de schuld krijg. Ik, als vleeseter, als consument. Omdat consumenten industrieel varkensvlees boven scharrelvarkensvlees verkiezen. Maar dan moet je er wel bij zeggen dat Industrievlees bij iedereen op de hoek ligt, terwijl de meesten voor scharrelvlees een paar kilometer verder moeten zijn. Bovendien: waarom moet hier een vrije keus worden gelaten? Als de één bereid is varkens goed te behandelen, moet een ander dan de vrijheid hebben om ze slecht te behandelen? Als ik een auto met remmen koop, moet een ander dan een auto zonder remmen kunnen kopen? Het is hoog tijd dat de zaken worden omgedraaid. De behandeling van varkens hoort niet te worden afgeleid van de vleesprijzen. De vleesprijzen moeten worden afgeleid van een behoorlijke behandeling van varkens.

Daar hebben we geen andere slagers voor nodig. Daar hebben we andere politici voor nodig. Dan is deze barbaarse affaire misschien toch nog ergens goed voor. Dan worden de varkens er misschien toch nog beter van.