Van Amelsvoort: kritiek belachelijk

DEN HAAG, 4 JUNI. Voormalig staatssecretaris Van Amelsvoort (Financiën) vindt de kritiek van de technolease-werkgroep uit de Tweede Kamer dat hij te weinig politieke leiding heeft gegeven aan de ambtelijke dienst “gezocht” en “belachelijk”. Dat zegt Van Amelsvoort in een reactie op het rapport van de commissie-Wolters die de informatievoorziening van Van Amelsvoort aan de Kamer over de technolease heeft onderzocht.

De commissie stelde gisteren vast dat Van Amelsvoort de Kamer niet onjuist heeft geïnformeerd. Wel had hij onvoldoende politieke leiding gegeven aan zijn ambtelijke dienst. Het duurde te lang voordat er criteria voor technolease op papier stonden waardoor er onvoldoende rechtszekerheid was voor bedrijven die van deze fiscale constructie gebruik wilden maken. “Daaruit blijkt dat de commissie, de Kamerleden in het algemeen, de gang van zaken op een departement helemaal niet kennen”, zegt Van Amelsvoort. Volgens hem had de commissie “kennelijk de behoefte om iets te vinden, hoe klein dan ook”.

Centrale vraag in het onderzoek van de commissie was of Van Amelsvoort de Kamer goed heeft geïnformeerd over een technolease tussen Philips en de Rabobank uit 1993. Eerder dit jaar ontstond daarover twijfel. In juli 1993 gaf Van Amelsvoort, nadat hij de belastingdienst had gesteund in een afwijzing, zijn goedkeuring. Dit gebeurde na overleg met premier Lubbers, minister Andriessen (Economische Zaken) en minister Kok (Financiën). Een paar dagen later schreef Van Amelsvoort zijn drie collegae-bewindslieden dat “alle betrokkenen” het erover eens waren dat inzake Philips-technoleae het “eens maar nooit weer was”. Dit week af van een vertrouwelijk overleg met de Kamer waarin hij zei dat de technoleae voor alle bedrijven toegankelijk was.

In verhoren met de werkgroep zeiden de vier bewindslieden dat het 'eens maar nooit weer' sloeg op de langdurige, een half jaar slepende procedure voor de goedkeuring van de Philips-technolease. Een argumentatie die de werkgroep-Wolters zich eigen maakt.

“Een gelegenheidsargument”, meent het Tweede-Kamerlid Rabbae (GroenLinks). “Met dit rapport is allerminst de onderste steen boven.” De vier grote fracties in de Kamer delen de conclusies van de werkgroep. De VVD, die het meest aandrong op nader onderzoek, constateert dat er “nu ten minste duidelijkheid is gekomen over de manier waarop de Kamer destijds is geïnformeerd”. PvdA en D66 vinden dat het onderzoek niet tot nieuwe inzichten heeft geleid. Het CDA benadrukt dat premier Kok, die minister van Financiën was ten tijde van de technoleaseconstructies, zich weinig heeft aangetrokken van de gang van zaken.