Terugkeerbeleid asielzoekers; Schmitz krijgt kritiek van VVD en CDA

DEN HAAG, 4 JUNI. De Tweede-Kamerfracties van VVD en CDA zijn tegen invoering van een nieuwe tijdelijke verblijfsstatus voor uitgeprocedeerde asielzoekers die vrijwillig willen terugkeren naar hun land van herkomst.

Ook zijn de fracties ontevreden over het ontbreken van een uitgewerkt beleid voor gedwongen terugkeer van vreemdelingen die niet aan hun uitzetting willen meewerken.

Het Kamerlid Verhagen (CDA) zei “zwaar teleurgesteld” te zijn over de gisteren verschenen notitie van staatssecretaris Schmitz (Justitie) over het terugkeerbeleid van het kabinet. Ook de Kamerleden Rijpstra (VVD) en Dittrich (D66) hadden “meer verwacht” van de nota, zo bleek gisteren uit hun reacties.

Schmitz wil uitgeprocedeerde asielzoekers die meewerken aan hun terugkeer, maar van hun geboorteland geen papieren krijgen, in aanmerking laten komen voor een speciale, tijdelijke verblijfsvergunning. De vergunning wordt na drie jaar omgezet in een permanente verblijfstitel.

Rijpstra sprak van een “typische Schmitz-notitie die de persoonlijke filosofie van de staatssecretaris ademt”. “Over gedwongen terugkeer, gecontroleerde uitzetting en het illegalenvraagstuk wordt nauwelijks gesproken.” Verhagen en Rijpstra zijn tegen de nieuwe tijdelijke verblijfsstatus voor vreemdelingen wier terugkeer door het land van herkomst wordt gedwarsboomd.

Rijpstra vreest bovendien een nieuwe juridische strijd als rechtshulpverleners tegen intrekking van de verblijfsstatus in beroep willen gaan. Hij wil dat vliegtuigmaatschappijen een computerscan maken van de identiteitspapieren van vreemdelingen die naar Nederland willen uitwijken. Verder vindt hij dat vreemdelingen duidelijk moeten maken waarom zij zonder papieren ons land binnenkomen. Hij erkent dat deze omgekeerde bewijslast een probleem kan opleveren voor bonafide vluchtelingen.

Ook de fractie van D66 is niet onverdeeld gelukkig met de notitie van Schmitz. Dittrich constateert eveneens dat “er veel woorden op paper staan, maar geen uitwerking is gegeven aan de niet-vrijwillige terugkeer”.