Sjeik Nahnah eist zege in Algerije al op

Morgen hebben parlementsverkiezingen plaats in Algerije, en de inwoners houden de adem in. Politiek geweld overschaduwt immers het leven van de Algerijnen.

ALGIERS, 4 JUNI. De afgelopen dagen zijn er bij drie bomaanslagen in het hart van de Algerijnse hoofdstad zeker 17 doden en meer dan 100 gewonden gevallen, en meteen is de spanning ook in Algiers opnieuw tastbaar geworden. De bevolking is door de overheid opgeroepen tot grote waakzaamheid tegen moslim-extremistisch geweld. In de stad worden sinds dinsdag geen vrachtwagens meer toegelaten en de autobussen van het openbaar vervoer worden extra gecontroleerd. Zondag ontploften er immers tijdens het spitsuur twee bommen in overvolle stadsbussen. Langs de hoofdwegen van Algiers mag al sinds de vorige bommencampagne tijdens de islamitische vastenmaand Ramadan, begin dit jaar, helemaal niet meer worden geparkeerd uit angst voor bomauto's.

De parlementsverkiezingen worden overschaduwd door het politieke geweld. Op de voorpagina's van de Algerijnse kranten wordt het nieuws over de verkiezingscampagne verdrongen door de foto's van verwrongen en uitgebrande geraamtes van getroffen autobussen en door de officiële oproep tot waakzaamheid. President Liamine Zéroual bezweert dat de verkiezingen in alle rust zullen verlopen, hoewel dat volgens hem niet wil zeggen dat er geen terroristische acties kunnen zijn. “Maar wij zijn er zeker van dat criminelen de Algerijnen niet van de stembusgang zullen afhouden”, aldus Zéroual vanmorgen geciteerd in de krant Liberté. “De kiezers zullen massaal opkomen zoals bij de presidentsverkiezingen in 1995 en het referendum (over de grondwet) van vorig jaar.”

Het zijn de eerste algemene verkiezingen sinds die van de jaarwisseling '91-'91, die door leger en regering werden geannuleerd toen het fundamentalistische Front van Islamitische Redding (FIS) - nu van deelneming uitgesloten - als overwinnaar uit de bus leek te komen. Er zijn honderden buitenlandse journalisten en internationale waarnemers uitgenodigd, maar zij worden angstvallig van de werkelijkheid afgeschermd door de Algerijnse veiligheidsdiensten. Er is geen sprake van een wandelingetje of bezoek een café zonder escorte.

Drie agenten, mijn escorte, brengen mij naar het hoofdkwartier van de MSP, de Beweging voor Maatschappij voor de Vrede, in de wijk Le Golfe. Er is geen ontsnappen aan, ze volgen als gewillige schaduwen. De MSP zit nog altijd in hetzelfde vaalgele kantoorgebouw als de MSI-Hamas, zoals deze in wezen fundamentalistische maar door het regime getolereerde partij heette vóór de naamsverandering krachtens de nieuwe grondwet, die verbiedt dat partijen zich baseren op de islam of regionalisme. Ook binnenin het gebouw is alles bruin en geel en een beetje groezelig. Alle vrouwen dragen een lang, bruin kleed tot op de grond en een bruine of witte hoofddoek, bijna als partij-uniform. De mannen zijn in hemdsmouwen en onder hen is een baard opvallend populair.

Er heerst nog een drukte van belang al is de verkiezingscampagne officieel afgesloten. Sjeik Mahfoud Nahnah, die bij de presidentsverkiezingen in november 1995 ruim 28 procent van de stemmen behaalde, wordt de hele dag door de pers opgeëist. Zelf is hij geen kandidaat voor het nieuwe parlement maar de MSP wordt naar alle waarschijnlijkheid de grootste fractie in de Assemblée na de RND, de Rassemblement National Démocratique, de partij die gesteund wordt door president Zéroual. “Ik kreeg in 1985 drie miljoen stemmen dus ik ga nu niet op een lager niveau meedingen. Ik word president van de republiek in het jaar 2000”, zegt sjeik Nahnah.

Zijn zelfverzekerdheid is typisch voor de fundamentalistische partijen. Ook de Ennahda, een nog meer uitgesproken fundamentalistische partij, toont zich zeker van de overwinning. Tijdens zijn verkiezingsbijeenkomsten verzekert Nahnah zijn sympathisanten dat zij zó talrijk zijn komen opdagen dat de overwinning eigenlijk al vaststaat: “wij moeten meer dan 50 procent van de zetels binnenhalen als er niet op massale schaal wordt geknoeid”. Hij heeft het nu al over fraude bij de voorafgehouden stemming voor de militairen en politie, die immers morgen allemaal zijn gemobiliseerd voor de veiligheid van de overige kiezers.

Maar of het zo'n vaart loopt met de “gematigde fundamentalisten” van de MSP en met Nahnah's “opmars door de instellingen” is nog zeer de vraag. Nog afgezien van de vraag of het regime dat zou toestaan “is het zeer onwaarschijnlijk dat er in Algerije een meerderheid zou stemmen voor de fundamentalistische politieke islam”, zegt een Westerse diplomaat in Algiers. Hij wijst erop dat in de hele Arabische wereld de fundamentalisten ten hoogste 30 procent van de stemmen halen. “Het is ook niet zo'n nieuw fenomeen, ook het FLN, de vroegere eenheidspartij heeft sinds de onafhankelijkheid begin jaren zestig in Algerije een bewuste islamiseringspolitiek gevoerd. Er werden sinds 1962 duizenden moskeeën gebouwd en wegens het schrijnend gebrek aan kader in het onderwijs kregen de ulema's in die sector haast een monopolie.”

Dat het nu verboden FIS, dat zich alleen nog in het buitenland kan manifesteren, in 1991 de meerderheid dreigde te halen in het parlement, lag volgens de diplomaat mede aan de kieswet en die is nu veranderd. “De fundamentalisten hebben nooit meer dan 25 hooguit 30 procent van de kiezers weten te winnen en nu is dat met al dat geweld zeker niet meer geworden”, aldus de diplomaat.

En of er veel kiezers zullen komen opdagen, is ook nog niet zo zeker. “Ik ga wel stemmen ja, maar niet als eerste, zegt Rachid, die naar de verkiezingsaffiches staat te kijken voor het MSP-hoofdkwartier. “Het is me te link met die aanslagen. Dus ik blijf rustig thuis zitten, tot de middag. Als er tegen die tijd geen bommen zijn ontploft, ga ik stemmen. Ik vind dat het moet en ik stem voor voor de RND en onze president.”