'Seul' van Productiehuis Brabant biedt letterlijk theater tussen de schuifdeuren; Trappen beklimmen naar krappe kamers

Voorstelling: Seul van Productiehuis Brabant. Route 1: tekst: Heleen Volman; Marjolein Cleysen; Hein Verhees; Marian Boyer; regie: Carla Bakker; Marcel Lenssen; Hans Tuerlings; Merel Beernink; spel: Lies Pauwels; Ben Ramaker; Walter Horsten; Vivian Bastiaense. Gezien: 3/6 Den Bosch. Aldaar t/m 8/6. Daarna in Eindhoven, Goes en Tilburg t/m 28/6. Informatie route 1 en 2: 073-6125579.

Geef je de bewoners bij het binnenkomen en weggaan nu wel of geen hand? Het is een vraag waarvoor geen algemeen geldende regels zijn en die tijdens de avond een paar maal voor lichte verwarring zorgt. Hoe dan ook voel je je in de woonkamer van wildvreemden betrapt als een voyeur en dat heeft iets gênants, al is het nog zo spannend om te kunnen gluren in iemands privédomein.

Seul is een huiskamerproject en biedt letterlijk theater tussen de schuifdeuren. Het is een variatie op een inmiddels beproefd idee dat in verschillende kunsten is toegepast, zoals de beeldende kunstprojecten in Gentse huiskamers jaren geleden en - veel recenter - de door dichters verzorgde poëzieavonden in Haagse herenhuizen.

Seul begon in 1995 met theater-bij-de-mensen-thuis. Het tweede project is nu georganiseerd door Productiehuis Brabant, een door de theaterwerkplaatsen in Den Bosch, Tilburg en Eindhoven nieuw opgezet samenwerkingsverband dat zich richt op Brabantse kunstenaars.

Het Productiehuis vroeg vier auteurs, van wie sommigen twee jaar geleden ook aan Seul hebben meegewerkt, een monoloog van elk een kwartier te schrijven. Acht regisseurs en acht acteurs bewerkten de vier teksten tot acht solovoorstellingen, opgevoerd in acht tijdelijk afgestane huiskamers waaraan door de theatermakers niets werd veranderd of toegevoegd. Langs de verschillende adressen stippelde men twee routes uit; het publiek kan op een avond één route lopen en op die manier vier voorstellingen bezoeken.

Met zo'n 25 man, het absolute maximum zo blijkt al gauw, volg ik in Den Bosch route 1. Tweemaal beklimmen we hoge trappen om ons te laten samenpersen in krap bemeten ruimtes; tweemaal mogen we een plaats zoeken in een grotere woonkamer op de begane grond.

Het bezoek aan die uiteenlopende huizen is eerlijk gezegd het leukste en meest bevredigende onderdeel van de avond. We zien een huis dat, op enkele kruizen aan de muur na, ontruimd is en ruikt naar bloemenzeep, we betreden een huis via een gang vol ingelijste gezinskiekjes, we werpen in het voorbijgaan vlugge blikken in zijvertrekken, keukens en tuinen en in één huiskamer worden we verwelkomd door het tevreden gespin van een zwart-witte kater die zich op het tapijt heeft uitgestrekt.

Het ligt niet alleen aan al die details in een steeds andere omgeving dat de voorstellingen tegenvallen. Het ligt vooral aan de teksten zelf. De eerste, van Heleen Volman, (uitgesproken door Lies Pauwels, geregisseerd door Carla Bakker) is het bleekst: een vrouw probeert uit alle macht “op commando te schreien” bij het beluisteren van Jessye Norman, maar de muziek doet haar niets en haar ogen blijven droog.

De overige teksten, van Marian Boyer, Hein Verhees en Marjolein Cleysen, zijn minder mager maar echt veel om het lijf hebben ook die niet. Alleen voor Hein Verhees is het huiskamerdecor duidelijk de inspiratiebron geweest: hij laat een man (Walter Horsten) teruggaan naar het huis waar hij jaren met zijn eerste vriendin heeft gewoond en herinneringen ophalen aan een tijd die voorgoed voorbij is. Het is een tamelijk sentimentele tekst die droogweg achter een tafel wordt voorgelezen.

Als voorstelling is de door Marcel Lenssen geënsceneerde tekst van Marjolein Cleysen het meest geslaagd. Hier heb je werkelijk het idee dat je een kijkje krijgt bij iemand thuis. De bewoner (Ben Ramakers) komt binnen met een brommerhelm op en een krat pils in de hand; hij loopt wat heen en weer van kamer naar keuken, knipt de tv aan, schuift een paar keer de vitrage opzij om op straat te kunnen loeren en ploft zuchtend neer op de bank om een shagje te rollen.

in een gewone theaterzaal zou van deze minivoorstellingen weinig overblijven. Nu we noodgedwongen zo dicht op de huid van de acteur zitten, leven we misschien intenser mee, maar dat is van korte duur. Zodra we de zoele buitenlucht in stappen en naar het volgende adres lopen zijn de woorden vervlogen.