Provincie wil zwemverbod in vuilstort

In 1995 werd de Nedereindse plas als recreatiegebied in gebruik genomen. Liefhebbers konden zwemmen in een voormalige vuilstort. Het lijkt voorbij.

IJSSELSTEIN, 4 JUNI. Het experiment in de Nedereindse plas bij IJsselstein was uniek: zwemmen in een vuilstort was nog nergens in Nederland vertoond. Maar het heeft niet lang mogen duren. Vandaag vergadert de commissie Water en Milieu van Provinciale Staten van Utrecht over het voorstel van Gedeputeerde Staten in de plas een permanent zwemverbod in te stellen.

Het besluit komt na een jarenlange vergeefse strijd van bewoners tegen de stort en de zwemplas. “Er ligt een chemische tijdbom en hij gaat een keer af. Het kan vandaag gebeuren of over 25 jaar”, zegt apotheker Th. Hebinck uit IJsselstein, lid van de bewonersgroep Mens en Milieu.

De Nedereindse plas, voorheen de Put van Weber, heeft een rijke geschiedenis van bestuurlijke kopzorgen. In 1970 waren er al klachten bij de bevolking, omdat uit de plas wolken zwavelwaterstof opstegen. De ontzandingsput was sinds 1963 tevens in gebruik als afvalstort. Het ging om een dertig meter diep gat van 75 hectare. Weber BV was aanvankelijk de exploitant, later nam het aannemingsconcern Mourik die rol over.

In de jaren zeventig traden de eerste signalen van dubieuze praktijken aan het licht. Agrariër L. van Woudenberg, voorzitter van Mens en Milieu, woonde bij de stort. Als onbezoldigd veldwachter maakte hij 's nacht jacht op stropers, maar hij zag dan ook regelmatig vrachtwagens vuil dumpen. “Als je de volgende dag ging kijken, was alles met bulldozers dichtgeschoven”, zegt hij. “Toen in 1974 het plan kwam er een recreatiegebied van te maken, hebben wij meteen gezegd: dat kan niet.” Het verzet was echter vruchteloos. Ook de regionale inspecteur van de volksgezondheid waarschuwde (in 1990) de provincie vergeefs.

Twee jaar geleden werd de zwemplas in gebruik genomen, nadat onderzoek had aangetoond dat het water van goede kwaliteit was. De stort was omgetoverd in een bekoorlijk landschap met een meer van veertig hectare aan de voet van echte heuvels. Maar de tegenstanders kregen snel hun gelijk. Nadat duikers allerlei obstakels en zakken met ziekenhuisafval hadden aangetroffen, besloot de commissaris van de koningin, P. Beelaerts van Blokland, vorig jaar juni een tijdelijk zwemverbod in te stellen.

Er volgde een zelfonderzoek van de provincie en een strafrechtelijk onderzoek. Provinciale Staten concludeerden dat de provincie ernstig tekort was geschoten, maar dat de precieze toedracht niet meer was te achterhalen. “We hebben ons afgevraagd waar de druk vandaan kwam om er een zwemplas van te maken, maar dat hebben we niet onderzocht”, zegt PvdA-statenlid P. Rombouts, voorzitter van de onderzoekscommissie. “We hadden niet de opdracht onderzoek te doen naar de rol van andere overheden of instanties.” Rombouts denkt dat de toenmalige 'verkokering' van het provinciale apparaat een belangrijke verklaring is voor het bestuurlijk falen.

Ook het justitieel onderzoek toonde aan dat er van alles was mis gegaan. Duikers van de marine troffen een groot aantal lege vaten, plastic cans en oliedrums op de bodem aan. Uit de boeken bleek dat met een ontheffing van de provincie miljoenen kilo's laspasta waren gestort. Schuldigen waren niet meer te traceren en de feiten waren verjaard, zo concludeerde justitie.

Omdat de veiligheid niet meer kan worden gegarandeerd willen GS nu een permanent zwemverbod. “Provinciale Staten zitten nu met het schaamrood op de kaken”, zegt Hebinck van Mens en Milieu. “Ze hebben zitten maffen, terwijl GS als een stoomwals op weg waren naar die zwemplas.”