Paus ziet een 'nieuwe muur' in Europa

GNIEZNO, 4 JUNI. Paus Johannes Paulus II heeft gisteren tijdens een openluchtmis in het Poolse Gniezno, in aanwezigheid van zeven presidenten en een kwart miljoen gelovigen, gezegd dat Europa wordt verdeeld door “een muur van economisch en politiek egoïsme”.

De paus vierde in Gniezno, Polens eerste hoofdstad, de duizendste sterfdag van de Boheemse heilige Adelbert, die het christendom preekte in wat nu Polen, Bohemen en Hongarije is. In Gniezno worden relikwieën van Adelbert, waaronder een vinger, bewaard. De paus had voor de gelegenheid de presidenten uitgenodigd van zeven landen waar dat christendom mede dankzij de inspanningen van de als martelaar gestorven Sint Adelbert is doorgedrongen: Polen, Duitsland, Litouwen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije en de Oekraïne.

In zijn preek dankte de paus God voor “het geschenk van de vrijheid”, het resultaat van de val van het IJzeren Gordijn en de Muur. Maar tegelijkertijd stelde hij vast dat er in Europa een nieuwe muur is opgetrokken, “de muur in de harten van de mens”, een “onzichtbare muur” die het continent evenzeer verdeelt als het vroegere IJzeren Gordijn. “Het is een muur, gemaakt van angst en agressie, en van het gebrek aan begrip voor mensen met een andere achtergrond, een andere kleur en een andere godsdienstige overtuiging. Het is de muur van politiek en economisch egoïsme”, aldus de paus. Volgens hem kan zelfs de niet te ontkennen vooruitgang op politiek, economisch en sociaal gebied niet verhullen dat die muur daadwerkelijk bestaat en dat hij een schaduw werpt over Europa. “Het doel van de authentieke eenheid van het Europese continent is nog ver weg. Er zal geen Europese eenheid bestaan zolang die niet is gebaseerd op de eenheid van de geest.”

In een kennelijke verwijzing naar de voorgenomen uitbreiding van de NAVO en de Europese Unie zei de paus dat “geen land, hoe arm ook, buiten de gemeenschappen kunnen worden gelaten die nu worden geschapen.” De mensen in de Oost-Europese landen, zo zei hij, hebben deze eeuw net zulke “verschrikkelijke beproevingen doorstaan” als duizend jaar geleden Sint Adalbert. (Reuter, AP)