Memphis Belle

Memphis Belle (Michael Caton-Jones, 1990, Engeland). RTL5, 20.30-22.20u.

De fanatiekeling, de bijgelovige, de plichtsgetrouwe, de dichter: ze vliegen allemaal mee aan boord van de 'Memphis Belle', de B-17 bommenwerper uit de gelijknamige speelfilm van Michael Caton-Jones. Het is 1943 en er worden dagelijks geallieerde bombardementsvluchten op Duitse doelen uitgevoerd. De beeldenparade die dat oplevert heeft in talloze formulefilms over WOII zijn effectiviteit bewezen. Van de noodlottige pas-de-deux van snelle Messerschmitts en de logge, bijna onverwoestbare Vliegende Forten (zoals de B-17's werden genoemd), het hysterische gekrijs van de neerstortende vliegtuigen tot het doffe geplof van het luchtafweergeschut.

Caton-Jones modelleerde Memphis Belle (1990) naar de oorlogsdocumentaire The Memphis Belle (1944) van William Wyler, een zogenaamde 'bugle-call' film. Het is de naam die documentarist Erik Barnouw gaf aan de non-fictiefilms die tijdens WOII werden gemaakt met het doel de oorlogszin te wekken. De eerste 'bugle-calls' werden in Duitsland geproduceerd, maar na de Japanse aanval op Pearl Harbor werden ook in de VS speelfilmregisseurs zonder pardon door het Amerikaanse leger gerecruteerd. Hollywood ging met grote ijver films maken die de bevolking mentaal moesten mobiliseren. Als documentair materiaal niet voorhanden was, schrokken de regisseurs er niet voor terug (eventueel bestaande) speelfilmscènes tussen authentieke oorlogsbeelden te monteren. Hoogtepunt waren de Why we fight-films van Frank Capra en in zijn kielzog werden regisseurs als John Huston, John Ford en voornoemde Wyler (hij zou na de oorlog succes oogsten met Ben Hur) aangetrokken. Caton-Jones heeft in Memphis Belle zoveel geromantiseerd, ingedikt en uitvergroot dat waarschijnlijk alleen de plot van een vliegtuigbemanning die ondanks veel tegenslagen haar laatste vlucht volbrengt, nog trouw aan het origineel is. Wel maakt hij spaarzaam gebruik van de ingrediënten van de 'bugle-call': de bewogen voice-over, de terloopse geschiedenislessen en fictief als documentair materiaal. Midden in de film zit een gevechtssequentie die uit Wylers film is overgenomen: de bommenwerpers dwarrelen als papieren vliegtuigjes door elkaar heen. Misschien is het door die fragiele authentieke beelden dat je tegen het einde elk cliché met een brok in je keel wegslikt en Caton-Jones veel van zijn jongensheroïek vergeeft.