Late hulpactie bij vliegramp voor Dijkstal raadsel

DEN HAAG, 4 JUNI. Minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) beantwoordde gisteren 120 Kamervragen over de vliegramp met de Belgische Hercules, maar hij kon niet duidelijk maken waarom er zeventien minuten verstreken voordat de eerste reddingsactie werd ondernomen. Bij de ramp op Welschap bij Eindhoven kwamen op 15 juli vorig jaar 34 van de 41 inzittende militairen om het leven.

Dijkstal citeerde uit oude rapporten en kon ook nu geen verklaring geven voor dat tijdsverlies. Hij zei in zijn antwoorden dat zowel de civiele als militaire brandweer geen ervaring had met rampen met de Hercules en dat daarvoor ook niet was geoefend. Terwijl de verkeerstoren wel degelijk op de hoogte was van het feit dat het Hercules-transporttoestel leden van het fanfarekorps van de Koninklijke Luchtmacht aan boord had, wist de brandweer van niets.

De rampenbestrijders gingen uitsluitend uit van vier bemanningsleden die vermoedelijk dood waren door de ontstane brand bij het neerstorten. Pas zeventien minuten na een melding om 18.24 van een civiele brandweerman dat er toch passagiers aan boord waren, kwamen de eerste slachtoffers naar buiten. Dijkstal noemde dat 'onwaarschijnlijk lang'. De militaire en civiele brandweer spreken elkaar over de verloren gegane minuten tegen.

Morgen spreken leden van de Defensiecommissie in de Tweede Kamer met de commandant van de militaire brandweer, Kappert, die inmiddels is overgeplaatst en daartegen beroep heeft aangetekend. Voor Kamerlid M. Zijlstra (PvdA) blijven er na de vele antwoorden van de regering toch nog vele vragen over, met name over de commandovoering en de verantwoordelijkheid van de Luchtmachtstaf in Den Haag.

Zijlstra wil het debat op 10 juni in de Kamer afwachten, maar in een reactie vanochtend op de antwoorden van de regering hield hij de mogelijkheid open om alsnog een parlementair onderzoek in te stellen. Hij vroeg hij zich wel af wat de gevolgen zullen zijn van alle nieuwe publiciteit bij zo'n onderzoek voor de nabestaanden. Ook twijfelde hij “of de gehele waarheid alsnog boven water zal komen”.