Korte Europese films wemelen van de rare mannetjes

Europese Dag van de Korte Film. In: Den Haag, Haags Filmhuis (8 juni), en daarna onder meer in Lantaren/Venster, Rotterdam (11 juni) en Chassé Theater, Breda (12 juni).

De sinds kort herlevende belangstelling voor de korte film, al jarenlang vrijwel geheel verdwenen uit het voorprogramma van de bioscopen, kan alleen maar van harte toegejuicht worden. Het Amsterdamse Kriteriontheater is dit seizoen begonnen met regelmatige vertoningen van uit meerdere korte films opgebouwde programma's. In Den Haag is nu het initiatief genomen tot een jaarlijkse Europese Dag van de Korte Film, met als principe dat er uit elk van de lidstaten van de Europese Unie een enkele korte film geselecteerd wordt.

Zo'n Eurovisie Songfestival (vooralsnog zonder prijzen) doet misschien wat kunstmatig aan, maar het is helemaal geen gek idee. Per slot van rekening besteedt in de vijftien lidstaten elke nationale overheid een deel van zijn subsidiebudget systematisch aan korte films, die slechts zelden te zien zijn. Keuze is er dus, zelfs in zo'n keurslijf van een film per land, in overvloed.

Alle uitverkoren films zijn korter dan een half uur, op drie na zelfs korter dan een kwartier. De stelling dat de korte film niet alleen een leerschool vormt voor aspirant-makers van lange films, maar ook een op zichzelf staande, noodzakelijkerwijs geconcentreerde explosie van creativiteit oplevert, is in beginsel juist. Op grond van kennisname van negen van de vijftien Europese korte films, kan men constateren dat die beknoptheid ook een nadeel kan zijn. In de meeste inzendingen overheerst een soort pregnante gekkigheid, alsof een personage dat niet zorgvuldig opgebouwd kan worden, het dan maar moet hebben van een direct in het oog springend uiterlijk. Korte films wemelen van de rare mannetjes, grappige uitvindingen, koddige decors en woest gecondenseerde plots.

Groovemasters van de Nederlander Brian Meijers en The Bloody Olive van de Belg Vincent Bal zijn goede voorbeelden van vormgrapjes. In de laatste film vinden binnen tien minuten minstens zo veel moordaanslagen plaats, en dat vermoeit snel.

Voor een animatiefilm is een kort bestek, gezien de evidente kosten en moeite, vaak de natuurlijke begrenzing. De animatiefilms behoren dan ook tot het beste in dit gemêleerde gezelschap. De bewonderenswaardige Duitse klei-animatiefilm Quest van Tyron Montgomery en Thomas Stellmach won eerder dit jaar een Oscar. De Oostenrijkse stop-motion-film Air Fright van Hubert Sielecki biedt een troostrijk compendium van de absurde ongemakken tijdens een vliegreis.

Net als vaak bij het Songfestival steekt de Ierse inzending een hoofd boven de rest van het veld uit. Thirty Five Aside is een veelbelovend visitekaartje van regisseur Damien O'Donnell, vol inventief plezier in het in scène zetten van kolderieke tragedies rondom een door zijn klasgenoten gepest jongetje met grote bril.

Over het geheel genomen vertoont het niveau van het programma van deze eerste Europese Dag van de Korte Film de sporen van een haastige samenstelling. Uit Nederland, België en Groot-Brittannië ken ik zeker een handvol interessantere recente korte films, van veel andere landen valt dat te vermoeden. De traditie moet zeker voortgezet worden, waarbij de culturele attachés van de ambassades, die uitgenodigd zijn voor de feestelijke opening, misschien in de toekomst voor een ruimere voorselectie kunnen zorgen.