Kenneth Branagh repeteert Hamlet

In the Bleak Midwinter. Regie: Kenneth Branagh. Met: Michael Maloney, Nicholas Farrell, Joan Collins. Uitgebracht door: Columbia TriStar Homevideo.

“Hamlet is niet zomaar Hamlet. Oh nee, Hamlet dat ben ik, Hamlet is Bosnië, Hamlet is tafel, de lucht, alles waar je ooit aan gedacht hebt: seks, geologie...” “Geologie?” vraagt de regisseur verbijsterd. Nee, deze acteur zal hij vandaag niet aannemen om de hoofdrol te spelen in zijn enscenering van William Shakespeare's Hamlet. Dat doet hij trouwens ook liever zelf, want zijn manier om van een mislukte liefde, een weinig succesvolle acteercarrière en wat midwinter blues te genezen, is het tijdens de kerstdagen op de planken brengen van Hamlet in een vervallen kerk in het Engelse dorpje Hope.

Je zou In the Bleak Midwinter een companion piece bij Kenneth Branaghs in Cannes gepresenteerde integrale Hamlet-verfilming kunnen noemen. Net als Peter's Friends (1993), een lichtvoetige komedie waarin Branagh afrekende met het Orson Welles-epigonisme dat hem in zijn eerste twee films werd verweten, heeft ook In the Bleak Midwinter (1995) een onmiskenbaar autobiografisch karakter. De film doet verslag van Branaghs worsteling met de vraag wat Hamlet het hedendaagse publiek nog te bieden heeft. Een stortvloed van grapjes en verbale spitsvondigheden vormt de bodem voor venijnige overpeinzingen over Shakespeare, het nut van toneelspelen en de moed der wanhoop waarmee acteurs zich keer op keer overgeven aan de grillen van een regisseur.

In the Bleak Midwinter is Branaghs eerste regie waarin hij niet zelf optreedt. Hij nam de zwart-wit low budget film in drie weken op. De statische cameravoering, die uit een opeenvolging van totaalshots bestaat, lijkt wel een parodie op de traditionele toneelverfilming. Op de klanken van Noel Cowards 'Why must the show go on?' worden in korte, cartoonachtige scènes de personages geïntroduceerd. Een zuiplap, een bijziende debutante, een afgeschreven veteraan-acteur, de clichés over toneelspelers zijn verrukkelijk banaal. En dat is ook meteen het grootste bezwaar van deze film: hij is té nadrukkelijk voor insiders. Niet alleen is het een pre om Hamlet op je duimpje te kennen, en je moet ook weten dat de geëxalteerde wanhoop van de acteurs slechts een mentale warming up is.

Het lijkt erop dat ook Branagh zo'n warming up nodig heeft gehad. In zijn film rekent hij af met de boze droom dat een hedendaagse Hamlet een flop zou worden. De voorstelling die zijn alter ego Joe Harper (Michael Maloney) aan het slot van de film brengt is grof, brutaal en gedurfd. Het publiek juicht en joelt. Op dat moment is Branagh waarschijnlijk ontwaakt uit zijn nachtmerrie en aan het werk gegaan. Het uitbrengen van zijn échte Hamlet laat hopelijk niet lang meer op zich wachten.