Hype en historie

Naarmate de volgende eeuw dichterbij komt, stijgt de behoefte aan het veroorzaken van grote, historische gebeurtenissen. Dat houdt verband met de enorme, nog altijd groeiende ballon publiciteit, voortgekomen uit de politiek, de reclame en de media, het met opgewarmde lucht gevulde gevaarte dat voortdurend de leiders van stad, land en wereld vergezelt.

Daaruit volgt dat we steeds voorzichtiger moeten zijn als deze bestuurders aankondigen dat ze bezig zijn “richting te geven aan de geschiedenis”.

Dat de uitbreiding van de NAVO in volle vredestijd door de volgende generaties als een historische gebeurtenis zal worden gezien is niet uitgesloten. Maar dan: of de staatslieden van nu zich door een gelukkige vooruitziende blik hebben laten leiden, danwel dat ze een domheid van historisch kaliber voor hun rekening hebben genomen, dat komen we pas in, bij voorbeeld, het jaar 2010 te weten.

De uitbreiding van de NAVO, de overeenkomst met Rusland, en de grote sprong voorwaarts naar de eenwording van Europa door de introductie van de Europese munt worden in deze maanden gezien als drie kanten van dezelfde zaak: die van het Westen dat daarmee de grondslag legt voor vrede en welvaart in de volgende eeuw. Met minder dan een eeuw wordt op het ogenblik in de politieke publiciteit niet gerekend. De conjunctuur van het stellen van historische daden wordt daarbij bevorderd door de herdenking van het Marshallplan. Het vervolg op deze historische onderneming zal nu, in de nieuwe grootschalige, en ver in de toekomst reikende Atlantische en Europese strategie zijn beslag krijgen.

Nog steeds neemt de kritiek toe, vooral in de Verenigde Staten. De kern is telkens dat deze uitbreiding van de NAVO een averechts resultaat zal hebben. Niet nu, maar later, onder omstandigheden die buiten het bereik van de vooruitziende blik der macrostrategen vallen, zal Rusland inzien dat het zich heeft geïsoleerd. Het zal beseffen dat het de Koude Oorlog heeft verloren en in een of andere vorm van revanchisme een politiek van eerherstel ontwikkelen. Niet alleen in de internationale politiek zal het zich buitengesloten voelen. Het besef van isolement wordt versterkt doordat de rijke, best georganiseerde Europese staten, ook door hun gemeenschappelijke munt, de kloof tussen de arme en de rijke naties hebben vergroot. De uitbreiding van de NAVO en de introductie van de euro zijn factoren die elkaar onderling versterken bij het veroorzaken van een averechts effect: de verdere verdeling van Europa. Dit, ongeveer, is de mening van de The New York Times.

De politicoloog en historicus Richard Steele verklaart in de Herald Tribune nog eens de verschillen tussen het Marshallplan en deze pan-Europese onderneming. De ontwerpers van het Marshallplan hebben een geweldig gevaar bezworen; ze werden bewogen door de wil om zich daartegen te verweren; ze hadden geen keuze. De uitbreiders van de NAVO worden eerder gedreven door een mengsel van eerzucht en opportunisme. Ze willen naar het voorbeeld van hun beroemde voorgangers een duurzame constructie bouwen om daarmee een erfenis achter te laten die de vorige zal overschaduwen. Marshall en de zijnen hebben de deur voor Rusland geopend, maar Stalin weigerde. Nu sluiten de Westelijke leiders de deur voor een Rusland dat daar vergeefs aanklopt.

Even duidelijk is William Pfaff, de evenwichtige en scherpe Amerikaan wiens columns in de Tribune worden afgedrukt. “Pompeus en onnodig”, noemt hij president Clintons wereldprojecten. Ook hij komt tot de slotsom dat daardoor eerder sluimerende tegenstellingen zullen worden aangewakkerd dan dat de eenheid, steunend op vrede en toenemende welvaart, zal worden bevorderd. In zijn hang naar een grote reputatie in de geschiedenis, richt Clinton zich op het publicitair kabaal van vandaag, en hij vertilt zich. Pfaff citeert generaal De Gaulle. Als leider van de Vrije Fransen inspecteerde hij in 1944 de troepen, kwam aan bij een tank waarop geschilderd stond: 'Mort aux Cons!' “Een heel werk”, zei de generaal.

In hoeverre zijn de blaasbalg van de publiciteit en de ballon met opgewarmde lucht factoren in de internationale politiek en “het vormgeven aan het Europa van na de Koude Oorlog”? Anders gevraagd: draagt het verlangen van de staatslieden naar het stellen van historische daden met bijbehorend getetter bij tot het maken van historische vergissingen? Dat komen de volgende generaties te weten. Een manier voor de tijdgenoten om dichterbij de waarheid te komen bestaat hierin dat ze zich afvragen waartoe de NAVO en Europese Unie nu, op dit ogenblik in staat zijn, en wat op grond daarvan voor de komende jaren kan worden verwacht.

Verhoudingsgewijs gaat het goed in de Verenigde Staten en West-Europa, na de oorlog in Bosnië. Zó goed, dat de belangstelling van de kiezers voor internationale verhoudingen gering is. Deze vredigheid is niet uit een proclamatie voortgekomen. In Bosnië handhaaft Radovan Karadzic zijn gangsterbewind. In Frankrijk hebben de kiezers, onder wie de 12,6 procent werklozen, besloten dat het land zich niet volgens de eisen van de vrije markt zal moderniseren, maar aan de oude verzorgingsstaat zal vasthouden. De Duitse kiezers zien daarin misschien wel een aanmoediging, en president Clinton is terug in Washington om aan Paula Jones het hoofd te bieden. Dit is geen tijd voor grote plannen die de wereld hervormen. De kiezers hebben er geen zin in. Dit is de tijd van de publiciteit die probeert de kiezers te doen geloven dat ze weer door grote Marshall-achtige staatslieden worden aangevoerd. Als de ballon van de publiciteit is weggewaaid zullen we het zien: veel op het Marshallplan lijkt het niet.