Haarlemmermeer: Schiphol mag groter

HOOFDDORP, 4 JUNI. Burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer hebben er geen bezwaar tegen dat Schiphol op de huidige locatie verder groeit dan de grens van 44 miljoen passagiers die de Tweede Kamer heeft gesteld. Dit hebben B en W gisteren besloten. Haarlemmermeer is de gemeente waarin Schiphol ligt.

Aan de verdere groei van de luchthaven stellen B en W wel een aantal voorwaarden. In de eerste plaats dienen de grenzen voor geluidshinder, luchtverontreiniging en risico's voor veiligheid en gezondheid die tegelijk met de grens van 44 miljoen passagiers zijn vastgelegd in het besluit over de aanleg van de vijfde baan wel te worden gehandhaafd. In de tweede plaats dient het rijk extra geld te investeren in de bereikbaarheid van Schiphol en omstreken, met name per openbaar vervoer. Het doortrekken van de Noord-Zuid-lijn van de Amsterdamse metro naar Schiphol en het aanleggen van een railverbinding over de zogeheten Zuidtangent - de speciale busbaan die uiteindelijk van IJmuiden naar Weesp moet lopen - staan bovenaan het verlanglijstje.

Het standpunt van B en W wordt op 26 juni behandeld in de gemeenteraad. “Het zal ongetwijfeld een vrij pittig debat worden”, verwacht wethouder S. de Pont. Een deel van Haarlemmermeer ondervindt veel hinder van Schiphol. Tegelijk is de luchthaven verantwoordelijk voor veel werkgelegenheid en welvaart in de gemeente.

Het loslaten van de grens van 44 miljoen passagiers zou ook door Schiphol worden verwelkomd, blijkens eerdere mededelingen van de directie. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft deze mogelijkheid in de discussienota ten behoeve van het sinds enkele maanden lopende debat over de toekomst van de nationale luchtvaartinfrastructuur buiten beschouwing gelaten. De Tweede Kamer had immers - tegen de zin van het kabinet - besloten om die grens vast te leggen. Nu daaraan tornen zou onmiddellijk politieke heibel betekenen.

Overigens zou loslaten van de grens van 44 miljoen passagiers de discussie over een eventuele nieuwe of tweede nationale luchthaven niet overbodig maken. Indien de grenzen voor geluidshinder, luchtverontreiniging en risico wel worden gehandhaafd zal er altijd een bovengrens zijn aan het aantal vliegtuigbewegingen op de luchthaven en dus ook aan het aantal passagiers, ook al worden stillere en schonere vliegtuigen ingezet.