Gevlucht naar het paradijs

Grandeur Bosnië, Ned.1, 22.59-23.56u.

Het leven van de 2.500 vluchtelingen op het voor de Kroatische havenstad Split gelegen eiland Bra lijkt in veel opzichten op dat van andere vluchtelingen. De meesten bivakkeren met te veel mensen in te kleine, bedompte en rokerige kamers. Ze voelen zich leeg en nutteloos. De jongeren willen zo snel mogelijk weg, de ouderen leven met hun herinneringen. Maar er is één ogenschijnlijk belangrijk verschil met het lot van andere vluchtelingen: het decor. Bra is een prachtig eiland, een toeristenparadijs met een weldadig klimaat.

Toch speelt die aangename locatie voor de meeste vluchtelingen geen rol van betekenis, zo blijkt uit de documentaire Grandeur Bosnië. Want, schrijft Adisa Agic in haar dagboek: “Pas als alles tot je doordringt en 't verdriet je hart in bezit neemt en de dagen voorbijgaan zonder enige hoop, word je overmand door moedeloosheid. De leegte dringt door in je ziel.”

De vluchtelingen op Bra, Bosniërs en - in tegenstelling tot wat de titel van de documentaire en het begeleidende schrijven van de Humanistische Omroep suggereren - ook Kroaten, verblijven er in principe tijdelijk. De uit etnisch gezuiverde gebieden afkomstige vluchtelingen kunnen niet meer terug. Anders, zo zegt een aantal van hen, waren ze al lang terug gereisd: liever de puinhoop van wat ooit hun huis was, dan het idyllische paradijs waar ze nu leven, want het is niet hún paradijs. Maar op de vraag waarom de vluchtelingen uit Sarajevo en de Kroaten uit Vukovar niet terug gaan naar hun geboortestad - hetgeen wel mogelijk zou zijn - geeft de documentaire geen antwoord.

Wel laat regisseur Emmanuel Jespers zien hoe de oorlog voor altijd in het leven van deze vluchtelingen verankerd zal zijn. Een blond meisje tekent haar opa. “Wat is er met het been van je opa gebeurd?”, vraagt een stem. “Die is er afgevallen”, antwoordt het meisje. “Hoe dan? Gewoon.” Een man van middelbare leeftijd - in deze documentaire hebben de vluchtelingen die aan het woord komen geen namen - heeft een maquette gemaakt van de boerderij waar hij met zijn familie woonde. “Nu kan ik mijn gevoelens op een concrete manier vorm geven.” Alle gebouwen op zijn maquette zijn door de Serviërs in brand gestoken. Terug kan hij niet meer. Maar zouden de fruitbomen nog leven? Dat is de vraag die hem dagelijks kwelt.

Bij afwezigheid van de graven van hun dierbaren leggen sommige vluchtelingen regelmatig bloemen op graven van mensen die ze nooit hebben gekend, meldt de beheerder van het plaatselijke kerkhof. Uiteindelijk verwordt iedere oorlog tot dagboeken, foto's of herinneringen. Een van de vluchtelingen bladert door zijn album. “Hier staat het allemaal in.”

Zijn vingers glijden langs de krantenknipsels, de foto van de paus, de etiketten van de kazen die hij in de oorlog kreeg. “Ik beschrijf hoe we geen water hadden en hoe we ons warm moesten houden. Ik telde zelfs het aantal honden. Dit boek is alles voor mij.” Deze man uit Vukovar heeft tijdens zijn ballingschap een nieuwe bestemming gevonden: met behulp van een Zwitsers zakmes en een hamer maakt hij beelden uit steen. Hij zegt niet meer aan materiële zaken te denken en zich zelfs gelukkiger te voelen dan vroeger. Voor hem was er dus hoop na de hel van de oorlog.

Dat geldt ook voor de jongen die weigert te laten vastleggen of hij Serviër, moslim of Kroaat is. Maar in voormalig Joegoslavië zal deze anti-nationalist nooit terugkeren: terwijl hij aan het woord is, bekijkt zijn vader een fotoboek van Australië. Trots laat de jongen zijn identiteitsbewijs zien: “Geboorteplaats- en datum: Sarajevo, 10 maart 1981”, staat er. “Gemeente: Sarajevo; Beroep: scholier; Nationaliteit: mens.”