Genesis 19; De familie Lot

Aartsvader Abram en zijn neef Lot zijn mythologische gestalten. Maar waar de figuur van Abram althans enige diepte kent - we kunnen ons hem met een sceptische glimlach voorstellen - daar is Lot nauwelijks meer dan een tweedimensionale omtrek. Om van Lots vrouw en dochters maar te zwijgen. Lot is er ter stoffering van Abrams achtergrond. Hij fungeert ook als contrast. Want hij is toch net een beetje minder rechtschapen.

Lot speelt zijn rol, net als zijn oom, in een kader dat bepaald wordt door het thema vruchtbaarheid. Met Abram trekt hij weg uit Mesopotamië, maar na aankomst in het beloofde land scheiden zich hun wegen. Er is niet voldoende ruimte voor twee herders. De nadrukkelijk edelmoedige Abram laat aan Lot de eerste keus. Zonder aarzelen kiest deze 'de gehele streek van den Jordaan' (Gen. 13:12). Van begin af aan wordt Lot in een minder gunstig daglicht gesteld. Hij kiest inhalig voor het vruchtbaarste gebied, bij de stad Sodom, die meteen al geïntroduceerd wordt als een poel des verderfs: 'De mannen van Sodom nu waren zeer slecht en zondig tegenover den HERE' (13:13).

Nadat Lot zijns weegs gegaan is, krijgt Abram van de HERE dit te horen: 'Sla toch uw ogen op, en zie de plaats, waar gij zijt, naar het Noorden, Zuiden, Oosten en Westen, want het gehele land, dat gij ziet, zal ik u en uw nageslacht voor altoos geven.' Abram slaat zijn tenten op 'bij de terebinten van Mamre' en bouwt daar een altaar voor de HERE. Het staat er, alweer, in een onnadrukkelijk contrast tot Lot, van wie iets dergelijks niet vermeld wordt.

Het eigenlijke verhaal van Lot, zijn ontsnapping aan de verwoesting van Sodom en Gomorra, vormt een intermezzo in de geschiedenis van Abram. Het gaat vooraf aan de lang verbeide en ten slotte nauwelijks meer echt verwachte geboorte van Isaak. En het volgt direct op de visite die de HERE, in de gedaante van drie mannen, bij Abraham afsteekt. De drie mannen krijgen te eten en te drinken: kalf, koeken, boter, melk. Het is een mooie scène. Van dit hoge bezoek krijgt Abraham - voor de zoveelste keer - te horen dat Sara een zoon zal krijgen. Sterker, dat zij er over een jaar een zal hebben.

Sara, die zich oosters onzichtbaar in de tent ophoudt maar het gesprek heeft aangehoord, moet erom lachen. Nu vindt er iets aardigs plaats. De HERE, scherpe oren, roept Abraham ter verantwoording: 'Waarom lacht Sara daar?' Hij herhaalt en versterkt zijn belofte. 'Toen loochende Sara het: Ik heb niet gelachen, want zij was bevreesd; doch Hij zeide: Neen, gij hebt wel gelachen.' Dit nietes-welles tussen mens en God heeft ontegenzeggelijk een lichte toets. Het is tevens de eerste keer dat God iets tegen een vrouw zegt. En vice versa.

Er lijkt zich hier een klimaatsverandering voor te doen in de betrekkingen tussen God en mensen. Want God geeft voor het eerst opening van zaken aan Abraham, die de drie mannen na de visite uitgeleide doet. 'En de HERE dacht: Zou Ik voor Abraham verbergen wat Ik ga doen?' Hij vertelt dat zorgelijke berichten over Sodom en Gomorra Hem ter ore zijn gekomen en dat Hij er een kijkje zal gaan nemen. 'Ik wil het weten'. Twee van de drie mannen begeven zich vervolgens op weg naar Sodom en Abraham gaat met de derde, de nog even achterblijvende HERE zelf, in debat.

Want zo mag je de onderhandelingen die hij opent wel noemen. 'Zult Gij dan den rechtvaardige met den goddeloze verdelgen?' Abraham, die aan zijn neef Lot denkt, zet in op vijftig rechtvaardigen. God belooft de stad in dat geval te zullen sparen. Abraham vervolgt met: En wat, als het er vijfenveertig zijn? Veertig, dertig, twintig, tien? Abraham denkt aan Lot: een groot verschil met Noach die zonder boe of ba aan boord ging van zijn ark en die toch ook wel ergens een neef zal hebben gehad.

Voor de uiterst merkwaardige geschiedenis van Lot verwijs ik de lezer naar Genesis 19. Hij is een man tussen drie vrouwen en bewoont een stad die wordt voorgesteld als agressief homoseksueel, juist ten opzichte van Lots twee bezoekers, de engelen die de familie Lot de stad uit moeten escorteren: 's nachts immers eisen de mannen van Sodom gemeenschap met hen te hebben, op straat; waarop Lot verbijsterend genoeg zijn twee dochters ter compensatie aanbiedt; welk aanbod gelukkig wordt afgeslagen. Daar is ook het even roemruchte als treurige einde van Lots naamloze Vrouw Zoutpilaar te vinden, evenals het opmerkelijkste incestverhaal aller tijden, dat van Lots beide naar nakomelingschap smachtende, hun vader met het oog op gemeenschap dronkenvoerende, al evenzeer naamloze dochters: een geschiedenis uiteraard die in de beeldende kunst vanwege het legitieme naakt veelvuldig is uitgebeeld. Over de vrouw van Lot heeft Wislawa Szymborska overigens een prachtig gedicht geschreven. Postuum oppert zij, die vrouw van Lot, daarin reden na reden voor dat omkijken van haar. Het gedicht staat in 'Uitzicht met zandkorrel'.

Ik wijs er hier alleen maar op hoezeer Lot, man met slechts dochters, vader van twijfelachtig nageslacht, met zijn keuze voor het maar heel even vruchtbare land nabij het liederlijke Sodom in de aap gelogeerd raakte, en het aflegde tegen zijn kinderloze, maar tot patriarch voorbestemde oom. De Dode Zee, want daar lag Sodom, is het gedenkteken van Lots verkeerde vruchtbaarheid.