E.A. Haars 1913-1997; Kundige 'haaibaai'

In Breukelen is gisteren de oud-politica mr. Elberta Alijda Haars overleden. Juffrouw Haars die 83 jaar werd, behoorde tot de voormalige Christelijk Historische Unie (een van de 'bloedgroepen' van het CDA) en was van 1977-1981 staatssecretaris van justitie in het Eerste Kabinet-Van Agt.

Onder de staatssecretarissen van justitie (K. Wiersma, J.H. Grosheide, J.F. Glastra van Loon en H. Zeevalking) die sinds 1970 vreemdelingen- en gevangenissenbeleid in hun takenpakket hadden, hoorde Haars tot de bewindslieden met een heel stevige, volgens sommige tegenstanders zelfs liefdeloze aanpak. Ze wist van wanten, maar haar opvolgers, onder wie mevrouw Korte-Van Hemel en A. Kosto, waren niet minder restrictief en stringent in hun aanpak.

Haars werd op 1 september 1913 in het Overijsselse Lochem geboren. Via Deventer en Meppel kwam het gezin Haars (vader, moeder en vier dochters) in Amersfoort terecht waar haar vader gemeentesecretaris werd. 'Bert', de oudste van de dochters, ging daar naar het gymnasium. Haar vader wilde dat zijn kinderen echt een vak zouden leren om in hun eigen onderhoud te kunnen voorzien. In een interview in 1978 zei staatssecretaris Haars dat de opvattingen van haar vader 'heel modern' waren en 'geëmancipeerd' waren. Hetzelfde gold volgens haar ook in godsdienstig opzicht. “We mochten thuis alles. Een hervormd gezin, maar geen dwang. We werden verondersteld elke zondag naar de kerk te gaan, maar hoefden niet.”

Haars ging rechten studeren in Utrecht. Ook haalde zij in die tijd tot haar grote trots het rijbewijs voor alle categorieën, inclusief vrachtwagens. Van 1937 tot 1977 was Haars advocaat en procureur in Breukelen. In haar woon-en werkplaats was ze voor de CHU ook gemeenteraadslid. Van 1950 tot 1977 zat zij ook in de Staten van Utrecht. Bovendien was zij lid van de Tweede Kamer (1967-1972), wat haar onmiddellijk de naam opleverde een flinke 'haaibaai te zijn die wel wat kan'. In 1972 verliet Haars de volksvertegenwoordiging en werd ze lid van de Staten van Utrecht. Na twee jaar kwam ze niet terug als provinciaal bestuurder en werd ze volop actief in de advocatuur, samen met haar kantoor- en huisgenote mr. Baud.

In 1977 werd Haars staatssecretaris van justitie. Haar kandidatuur daarvoor kwam nogal overwachts. De minister had zich heel iemand anders voorgesteld. De 'kennismaking' op het departement met minister De Ruiter zou zo zijn verlopen dat zij tegen hem zei: “Je wilde een jongeman die kan delegeren maar je krijgt een oude die niet kan delegeren.” Al vanaf het begin af was staatssecretaris Haars door haar strenge optreden een zeer omstreden bewindsvrouw. Ze wilde beslist niet 'soft' zijn of als vertegenwoordiger van de 'zachte sector' worden beschouwd. Haar 'doorzettingsvermogen' werd nogal eens als 'hardheid' gezien. Actiegroepen die voor met uitzetting bedreigde vreemdelingen op de bres stonden, meenden zelfs van Haars' 'liefdeloosheid' te kunnen spreken.

Onder haar geringe populariteit heeft de staatssecretaris zeer geleden. Zij vond dat haar daardoor veel onrecht werd aangedaan en heeft zich daarover meer dan eens beklaagd, vooral ook omdat ze zelf vond dat ze haar vak uitstekend verstond en haar zaakjes goed kende.