De Zwarte Gazelle

Sarah Loyson woont in een van de betere wijken van het Zuidsenegalese stadje Ziguinchor. De huizen die er staan zijn in verval geraakte koloniale bouwsels. Het zijn paleizen in vergelijking met de lemen hutjes met daken van stro of golfplaat die je elders in de stad aantreft.

Maar ook hier zijn de meeste wegen ongeplaveid. Taxi's waarvan de portieren met ijzerdraadjes op hun plaats worden gehouden, hobbelen er door de kuilen, de voetgangers achterlatend in een okerrode wolk van tot poeder geworden zand. Als we het huis van Sarah Loyson hebben gevonden, voelt mijn huid aan alsof er talloze minuscule etsnaaldjes in de poriën steken.

De gastvrouw staat ons op te wachten op de binnenplaats. Overgoten door een plens zonlicht, is ze een en al zinderende kleur. Ze draagt goudkleurige oorringen, een lange bontgekleurde jurk en een stola met een tijgerprintje. Haar kroeshaar, dat een oranjerode glans heeft, is zorgvuldig opgehoogd met dotjes kunsthaar en wordt in model gehouden door een netje. Hoewel ze als 83-jarige een tikje zal zijn gekrompen, steekt ze een paar koppen boven ons uit.

Ze loopt met voorzichtige pasjes haar huis binnen. De veel bezongen benen van de voormalige revuedanseres die in de jaren dertig in een bananenrokje in het Casino de Paris optrad, zijn door artrose aangetast. Zo nu en dan geeft ze er een ferme tik op alsof ze een span onwillige ezels aanspoort.

In de schemerdonkere woonkamer is de tafel zorgvuldig gedekt. Sarah wijst ons vormelijk onze plaats aan tafel terwijl een dienstmeisje met een wit schortje gekoelde witte wijn en voorgerechten aandraagt.

Alles herinnert hier aan het verleden. Het damasten tafelkleed, het art deco-servies en het in verval geraakte meubilair. Aan de wanden hangen portretten van 'De Zwarte Gazelle', zoals de revuedanseres werd genoemd, ooit geschilderd door in de vergetelheid geraakte Parijse artiesten. Op verbleekte foto's zie je haar uit Guadeloupe afkomstige familie die naar Cuba trok om werk te vinden op de suikerrietplantages. De bebrilde man in uniform is Sarah's echtgenoot, die al weer jaren dood is. Door deze Senegalese militair, die ze op latere leeftijd in Parijs ontmoette, belandde ze in het begin van de jaren vijftig in het provinciestadje Ziguinchor.

Als Sarah over het verleden praat, drukt haar gezicht goedmoedige spot uit. Ze kent de kleine pekelzonden van de mannenwereld op haar duimpje. “Waar ik ook optrad, in Parijs, Boedapest of Lausanne, ze hadden het altijd maar over mijn benen”, zegt ze. Van haar archief is niet veel overgebleven. Op een gescheurde affiche, een paar knipsels en foto's na, is het opgevreten door de termieten. Het memoreert ondermeer haar uitvoering van een wilde mensenetersdans in 1936 en haar vermetele optreden in een leeuwenkooi.

De oorlog bracht ze in Parijs door. Afgezien van de samenstelling van het publiek, veranderde er weinig voor de naaktdanseres. Er zaten nu Duitse officieren in de zaal. Ze dronken na afloop van de voorstelling graag een glas met het torenhoge, mokkakleurige fenomeen. “Kom maar naar mijn hotel, zei ik dan. Want dat durfden ze toch niet. Ze wilden niet met een negerin in een hotel worden gezien”, zegt Sarah.

In de jaren na de bevrijding was ze populairder dan ooit.

Als de 'Josephine Baker van 1947' nam ze deel aan de 'Miss Tour Eiffel'-verkiezing waarbij de schilder Kees van Dongen als jurylid fungeerde. De verschijning van de 1.85 meter lange Antilliaanse boorde bij een verslaggever zelfs een dichtader aan. 'De Koningin van de Hoogte en de Prinses van het Gebaar. Onze onvergetelijke Sarah...', schreef hij in een Parijse krant. Sarah Loyson schuift de tekst lachend terzijde en schenkt ons nog eens in.