Chiracs miskleun waart als spook door Europa

De Franse kiezers hebben hun overheid een stevige les geleerd en de rol die president Chirac hun had toebedacht geweigerd. Chiracs gok, het uitschrijven van vervroegde verkiezingen, pakte catastrofaal uit, catastrofaal niet zozeer in zijn overmoedige onderschatting van de niet-charismatische kwaliteiten en de kracht van zijn tegenstander Lionel Jospin, als wel omdat de president heeft getoond het contact met de Franse samenleving kwijt te zijn.

De Fransen bleken veel radelozer en verbolgener te zijn dan Jacques Chirac had gedacht.

Intussen betekenen de uitslagen van de Franse verkiezingen weliswaar een overwinning voor de Fransen, maar ook, althans potentieel, zo geen nederlaag dan toch een ernstige bedreiging voor Frankrijk en Europa. De tegenstrijdigheid zit hem in de verwachtingen die de Fransen koesteren ten aanzien van hun staat. Ze hebben met hun stem een tweeledige eis gesteld: minder staat in politieke zin, en méér staat in economische en sociale zin.

Politiek gezien kan de verkiezingsuitslag van afgelopen zondag worden gezien als een zege voor Montesquieu. In een situatie waarin de normen en waarden van de Vierde Republiek steeds meer opgeld doen, maar dan binnen het bestel van de Vijfde Republiek met zijn bijna monarchale presidentiële bevoegdheden, vond het Franse volk het nodig tegenwicht te bieden voor de macht van de president.

De kiezers waren niet bang voor de verlammende werking die kan uitgaan van een cohabitation, integendeel: zij hebben duidelijk een voorkeur uitgesproken voor een evenwichtiger verdeling van de macht. Zich bewust dat 'macht corrumpeert, maar absolute macht absoluut corrumpeert', wensten zij de macht van de president aan banden te leggen.

Het zal als een ironisch feit de geschiedenis ingaan dat door toedoen van juist een gaullistische president de presidentiële macht in Frankrijk ter discussie is gesteld. Nog nooit is een president van de Vijfde Republiek zowel institutioneel als persoonlijk zozeer verzwakt geraakt. In zijn poging tot een parlementsontbinding op zijn Brits, waarbij de premier naar eigen goeddunken een datum voor algemene verkiezingen kan bepalen, heeft de Franse president een premier in het leven groepen wiens machtspositie wellicht niet op papier, maar wel in de praktijk steeds sterker op die van zijn Britse tegenhanger gaat lijken.

De Fransen hunkeren naar een bescheidener, eerlijker staat. Ze zijn de arrogante, loze beloften van hun politieke elites beu. Maar al willen de Fransen op een andere wijze geregeerd worden, ze willen wel dat de staat hen in sociaal en economisch opzicht blijft beschermen. Zoals de Amerikanen zich vol trots de nummer één in de wereld noemen maar macht wensen zonder risico's of kosten, haken de Fransen nu naar verandering, maar eveneens zonder kosten of risico's. Met prins Salinas in De Lampedusa's beroemde roman De tijgerkat lijken de Fransen te zeggen: “Alles moet veranderen, opdat alles hetzelfde kan blijven.”

Deze mentaliteit kan verstrekkende gevolgen krijgen voor de toekomst van Europa. Want de Fransen konden in hun tegenstrijdige verlangens wel eens niet alleen staan. Na Tony Blairs opmerkelijke overwinning in Groot-Brittannië en de spectaculaire wilskrachtmeting tussen de Duitse kanselier Kohl en de Bundesbank staat thans het wezen van het Europese bouwwerk op het spel.

De euro is door zijn voorstanders, onder aanvoering van Kohl, altijd voorgesteld als een politiek project dat de ambitie had bij te dragen tot een Europees identiteitsbesef; de euro was politiek met andere middelen. Maar de inherent economische aard van het project en de therapeutische waarde van zijn convergentie-criteria kregen in toenemende mate de overhand. Zózeer zelfs, dat voor veel Europeanen het middel erger begon te lijken dan de kwaal.

De Franse verkiezingsuitslag luidt de zegevierende en mogelijk kostbare terugkeer van de Politiek met een grote P in. De toekomst van de euro wordt voortaan niet meer bepaald door nationale techno- of eurocraten: er zal mede rekening gehouden moeten worden met de maatschappelijke aanvaardbaarheid van de doelstellingen geformuleerd door het politieke en bureaucratische establishment. De Fransen, geconfronteerd met economische globalisering, gesteld voor de keus tussen verandering of ondergang, zeggen geen nee tegen verandering, maar ze willen veranderen in hun eigen tempo. Kunnen ze zich die luxe veroorloven? Bestaat er een Europese weg in de globalisering? De geschiedenis zal het leren.

We zijn in Frankrijk getuige van een Europees verschijnsel dat weldra in Duitsland de kop zal opsteken en niet uitsluitend een Franse aangelegenheid is, al blijkt uit de instabiliteit van het Franse electoraat ook eens te meer de drang van de Fransen om anders te zijn.

Intussen rust op Lionel Jospin en zijn nieuwe kabinet een kolossale verantwoordelijkheid. Hij moet het vertrouwen tussen regering en geregeerden herstellen, en hij moet althans enige vordering boeken op het werkloosheidsfront.

Faalt hij, dan zal het Front National nog het enige logische alternatief lijken. En dan komt niets minder dan de toekomst van de democratie in Frankrijk op het spel te staan, en zonder een stabiel, democratisch Frankrijk zal de gehele Europese constructie bezwijken.

President Chiracs catastrofale gok zal niet alleen hem zelf blijven plagen, een eenzame figuur, geïsoleerd in zijn eigen kamp in het Elysée, maar zal als een spook door Europa waren.