Alleen de president kan minister ontslaan

BONN, 4 JUNI. Minister Theo Waigel van Financiën zou vandaag meteen moeten opstappen als de Bondsdag de Rijksdag was geweest. In de Weimar-Republiek (1919-1933) kon het parlement een minister met slechts een motie van wantrouwen wegstemmen.

De huidige Bondsrepubliek heeft een dergelijke destructieve motie afgeschaft en dus zal Waigel het huidige debat in de Bondsdag overleven, of hij nu door een meerderheid wordt weggestemd of niet. Ministers worden op voorstel van de bondskanselier door de president benoemd, en alleen hij kan ministers ontslaan.

Desondanks zijn in de geschiedenis van de Bondsrepubliek herhaaldelijk moties van wantrouwen tegen ministers ingediend, omdat men de tegenstander op deze wijze wel degelijk lelijke politieke schade kan berokkenen. Spreekt een meerderheid van de Bondsdag zich tegen een minister uit, dan blijft dit meestal niet zonder gevolgen.

In de geschiedenis van de Bondsrepubliek zijn er twaalf voorstellen van de oppositie geweest waarin de kanselier werd gevraagd een minister te ontslaan. Geen enkel verzoek had succes. Zo vroeg de SPD in 1983 bijvoorbeeld om ontslag van FDP-minister van Economische Zaken Otto Graf Lambsdorff, omdat hij verdacht werd steekpenningen te hebben aangenomen in de Flick-affaire. Dit verzoek werd afgewezen, hoewel Lambsdorff later door de grote politieke druk toch het veld moest ruimen.

Volgens de grondwet is het wel mogelijk tegen de bondskanselier zelf een motie van wantrouwen uit te spreken. Maar de opstellers van de grondwet hebben ook dit bemoeilijkt, om de instabiliteit ten tijde van de Weimar-Republiek te voorkomen. Destijds stemden regelmatig negatieve meerderheden in de Bondsdag een kanselier weg, zonder dat zij het eens waren geworden over de benoeming van een opvolger.

De Bondsdag kan tegen de kanselier zijn wantrouwen uitspreken volgens een 'constructieve motie van wantrouwen'; dan moet een meerderheid een opvolger kiezen en de president vragen de kanselier te ontslaan. Maar hiervoor is in dit geval geen meerderheid te vinden. Zo'n motie had succes in oktober 1982 tegen bondskanselier Helmut Schmidt (SPD), waarna Helmut Kohl aan de macht kwam.