Akkoord over Japanse bezuinigingen

TOKIO, 4 JUNI. De Japanse regering heeft gisteren overeenstemming bereikt over vergaande bezuinigingen en maatregelen om de overheidsschuld te verminderen. Financiële analisten in Tokio prezen vanmorgen het plan. Het is voor het eerst in tien jaar dat in de Japanse overheidsuitgaven wordt gesneden.

De grootste bezuinigingen voor het fiscale jaar dat in april 1998 begint, betreffeen openbare werken en buitenlandse hulp, waarop respectievelijk 7 en 10 procent wordt bezuinigd. De bezuiniging op openbare werken zal de komende drie jaar oplopen tot 15 procent. Daarnaast wordt bezuinigd op defensie, landbouw, wetenschap en onderwijs. De maatregelen moeten nog worden uitgewerkt in een ontwerp-wet die nog voor het eind van het parlementaire vergaderjaar aan de Diet wordt voorgelegd.

Minister Mitsuzuka van financiën zei gisteren dat het overheidstekort voor het jaar 2003 terugmoet naar 3 procent, wat overeenkomt met het percentage dat de landen en de Europese Unie nastreven om te voldoen aan het criterium voor de Europese muntunie. Volgend jaar komt het Japanse tekort uit op 5,4 procent. De afgelopen jaren is de druk op Japan toegenomen de problemen van de overheidsschulden aan te pakken, omdat de Verenigde Staten en de landen van de Europese Unie bezig zijn dit ook te doen.

In absolute termen is de Japanse staatsschuld met 476 biljoen yen (4,1 biljoen dollar) groter dan de 5 biljoen dollar van de Verenigde Staten. Als percentage van het nationaal inkomen is de Japanse schuld met 90 procent echter aanzienlijk groter dan de Amerikaanse (65 procent).

Financiële analisten prijzen de Japanse bezuingingen als een goede poging om de openbare financiën op orde te brengen, vooral omdat de bezuinigingen komen na een verhoging van de omzetbelasting in april van dit jaar. De analisten onderstrepen echter dat nog steeds veel moet worden gedaan om de schulden aan te pakken, waaronder een van 27 biljoen yen van de voormalige nationale spoorwegen.

Japanse industriëlen zeiden akkoord te gaan met de lange-termijnstelling van de budgetmaatregelen, maar te vrezen over de korte-termijneffecten van de bezuinigingen op de bestedingen. (AP, AFP)