Wilhelmina (2)

Het beeld dat Fasseur schetst, bevat enige onnauwkeurigheden. Zo is niet het gehele college van secretarissen-generaal afgetreden. Ik wil wijzen op dr. H.M. Hirschfeld, de vooroorlogse directeur van Handel en Nijverheid, die tijdens de oorlog een meesterlijke rol heeft gespeeld in het dienen van de Nederlandse belangen.

Hirschfeld bewandelde de scheidslijn tussen de Nederlandse belangen en de Duitse eisen op zulk een wijze dat hij voor Nederland veel heeft weten te behouden. Hierbij denk ik aan brandstoffen, halffabrikaten en levensmiddelen. Dankzij hem (en ir. S.L. Louwes) heeft de Nederlandse bevolking tot het eind van de oorlog afdoende te eten gehad. Dat is een verdienste die niemand ooit vanuit Engeland had kunnen realiseren.

Hirschfeld omschreef zijn optreden als het bovengrondse verzet. Na de oorlog is erkend dat de werkwijze van Hirschfeld het landsbelang onmiskenbaar heeft gediend. Dit alles terwijl zijn vader vol-joods was en hij continue aanvallen uit NSB-hoek tegen zijn persoon diende te pareren.

Het oude en door Fasseur weer eens uit de kast gehaalde argument dat verzet niet mogelijk geweest zou zijn, is dan ook niet juist.

Ik heb ook vraagtekens bij Fasseurs stelling dat Nederland niet met Denemarken vergeleken kan worden. In hoeverre Nederland zich tegen de Duitse overweldiging verzette is nog maar de vraag. Nog voor het grote bombardement begon, had de legerleiding zich al overgegeven. Het is dus niet zo dat Nederland een tweede en derde Rotterdam te wachten stond toen het zich overgaf. Door een houding aan te nemen zoals Denemarken deed, had Nederland zich echt niet verder vernederd dan het al was en zeker geen verraad gepleegd. Nederland valt in mijn ogen hierom, in tegenstelling tot wat Fasseur betoogt, wel zeker met Denemarken te vergelijken. Beter zelfs dan met België.

Dat land was immers tijdens de Eerste Wereldoorlog een van de strijdende partijen. Duitsland had hierdoor een inschatting kunnen maken van wat hun in België te wachten stond. Voor Nederland en Denemarken was het daarentegen afwachten hoe er op hun maatregelen gereageerd zou worden en hoe zij hun perfide ideeën konden realiseren. Zoals de geschiedenis aantoont, waren de Duitsers bij de uitvoer van onder andere de joden-maatregelen wel degelijk gevoelig voor reacties van de koning. De Jodenster werd bijvoorbeeld, na fel protest van de koning, in Denemarken niet ingevoerd.

Het wordt - kortom - eens tijd voor nieuwe argumenten in het historische debat rond de vlucht van Wilhelmina. We hebben er niet veel aan om ons af te vragen wat er gebeurd zou zijn als de koningin op haar post was gebleven. Wel zou het helpen als wij eens in staat zouden zijn niet alle daden van het koningshuis bij voorbaat te verdedigen. Of erger nog, met de mantel der liefde te bedekken.