Vrachtwagenchauffeurs in de fout

Transportbedrijven moeten hard sappelen. De concurrentie is groot, de winstmarges zijn smal en de regels streng. Op de rol van de economische politierechter prijken regelmatig transportbedrijven die het niet zo nauw hebben genomen met de rusttijden voor hun chauffeurs. Soms moet een chauffeur voor de meervoudige strafkamer verschijnen, omdat hij in zijn haast een ernstig ongeluk heeft veroorzaakt.

Twee voorbeelden - symptomatisch voor een bedrijfstak in het nauw.

Sjoerd Dukkinga (37) moet zich voor de economische politierechter van de Utrechtse rechtbank verantwoorden voor een waslijst aan delicten van zijn chauffeurs. Dukkinga is de baas, hij is verantwoordelijk. In zijn geval is dat terecht, want zijn chauffeurs hebben zich in een brief aan justitie over zijn beleid beklaagd. Ze moesten zeer lange rijtijden maken - soms van achttien en twintig uur - zonder rust. (Volgens de EU-richtlijnen moet een chauffeur in een etmaal negen uur aaneengesloten rusten.)

“Wat zegt u daarop?” vraagt de rechter, mevrouw mr. M. Veldhuijzen.

“Ik weet dat we in overtreding waren”, zegt Dukkinga. “Er werd wel degelijk gerust, alleen geen aaneengesloten tijd van acht tot negen uur. Mijn probleem is dat ik de boete van 12.500 gulden gewoon niet kan betalen.”

“Wat vervoert u?”

“Bouwmaterialen. Die moeten dan 's morgens vroeg ergens in Duitsland gelost worden. Als we te laat komen, moeten we 500 mark boete per uur betalen. De druk is dus groot.”

“Ligt dat niet aan de organisatie?”

“Wij waren bang om het werk kwijt te raken.”

“Zó komt de verkeersveiligheid in het geding. Zo'n chauffeur wordt een gevaar op de weg.”

“Hij kan soms maar twee, drie uur naar bed.”

“U vindt het schikkingsbedrag te hoog, maar de officier heeft u eigenlijk nog gematst: het is een kwart van hetgeen hij had kunnen vragen.”

“Ik kan het gewoon niet opbrengen.”

Dukkinga overhandigt de rechter wat paperassen. Zij bladert ze door en citeert zinsflarden als: “Solvabiliteit tot onaanvaardbaar minimum gedaald (...) Verzocht een en ander aan te zuiveren (...) Bank dreigt einde te maken aan kredietfaciliteiten.”

“Wat gaat u eraan doen?” vraagt de rechter.

“Ik ben zelf op de auto gestapt. Ik heb nog maar twee auto's en één chauffeur over. Het verlies van vorig jaar heeft een groot gat geslagen. Ik zie het niet meer zitten.”

De officier van justitie, mr. E. Roelofs, spreekt van 'zeer ernstige overtredingen'. “Deze chauffeurs hadden geen sociaal leven meer. Dat vind ik nog erger dan het punt van de verkeersveiligheid. De organisatie in het bedrijf laat veel te wensen over.” Toch wil hij Dukkinga niet het vel over de oren halen. Hij eist 15 mille boete waarvan tweederde voorwaardelijk.

“U kunt het in twaalf termijnen betalen”, zegt de rechter, “is dat haalbaar?”

“Ik hoop dat het gaat”, zegt Dukkinga zonder veel overtuiging. Dan vraagt hij opeens: “Mag ik die brief van mijn chauffeurs inzien?”

“Dat mag u. Het is een processtuk. Maar u moet zich wel matigen als u zich tot hen richt. Zij hadden hier het volste recht toe.”

“Ik ben niet van plan iets te doen”, zegt Dukkinga timide.

Enkele weken eerder.

Henk Leeuw (22) uit Drenthe heeft een zwaar hoofd, zó zwaar dat het steeds weer overhelt naar het tafelblad. De rechters van de Bossche strafkamer zullen hem niet vaak in de ogen kunnen kijken. Leeuw heeft vorig jaar december als chauffeur van een vrachtauto een jong, pas getrouwd echtpaar doodgereden.

Het gebeurde 's nachts in de bebouwde kom van Helmond. Leeuw reed met een snelheid van vermoedelijk 77 km per uur op een stoplicht af. Toen het op oranje sprong, kon hij niet meer afremmen, beweert hij. Dus gaf hij maar een dot gas om er zo snel mogelijk doorheen te razen. Zo boorde hij zich met zijn vrachtauto-met-aanhanger in de optrekkende personenauto van het echtpaar. De man was op slag dood, de vrouw overleed vier dagen later.

“Technisch onderzoek wijst uit dat u al langer dan drie seconden rood licht moet hebben gehad”, zegt de voorzittende rechter, mr. J. van Biesbergen. “U besloot niet te remmen. Dat was een beslissing met consequenties.”

“Als ik wel geremd had, had ik het misschien ook niet gered.”

“Misschien wél als u minder hard gereden had.”

“Ja.”

“Het gebeurt vaker dat beroepschauffeurs denken: tijd is geld, vooral voor de baas. Dat mag niet tot dit resultaat leiden. Hoe is uw reactie geweest? Was het gunstig voor uw rijstijl?”

“Ik kijk nu wel vier, vijf keer of het licht op groen staat.”

Tja, Leeuw rijdt alweer. Hij had bij justitie zijn rijbewijs teruggevraagd én gekregen, nadat de raadkamer van de rechtbank zijn bezwaarschrift had gehonoreerd.

“Hoe kijkt u op het ongeluk terug?” vraagt de rechter.

“Ik denk er elke dag aan.”

“Heeft u contact met de familie?”

“Dat mocht ik eerst niet van mijn werkgever. Hij zou dat regelen.”

“In februari heeft u het adres van de familie gekregen.”

“Toen heb ik een brief geschreven. Ik heb daar niets op gehoord.”

De officier van justitie, mr. A. Willemsen, intervenieert. “Zijn ouders hebben die brief geschreven, niet meneer zelf.”

“Ik schrijf een beetje raar”, zegt Leeuw.

Zijn vader is een ervaren vrachtwagenchaffeur, junior rijdt nog maar sinds anderhalf jaar. Zijn technische kennis is nog niet indrukwekkend. Een rechter vraagt hem of hij de remweg weet van zijn combinatie. “Ik heb het wel eens gelezen”, zegt Leeuw, “maar ik weet het niet meer.” Volgens deze rechter had hij ruimschoots de tijd gehad om af te remmen.

De officier spreekt van 'zeer aanmerkelijke schuld'. Hij eist zes maanden onvoorwaardelijk (om te zetten in 240 uur dienstverlening), zes maanden voorwaardelijk plus een onvoorwaardelijke rijontzegging voor twaalf maanden.

“Allerlei economische motieven hebben een rol gespeeld”, zegt de advocaat, mr. P. van der Kruis. “Hij moest die dag nog lossen in Noord-Nederland. In 99 procent van de gevallen gaat het goed. Hier is het fout gegaan.” Hij verzoekt om een vonnis waarbij zijn cliënt in ieder geval kan blijven rijden voor zijn bedrijf.

(Het vonnis, twee weken later: conform de eis.)

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.