'Van Amelsvoort gaf onvoldoende politieke leiding'

DEN HAAG, 3 JUNI. Toenmalig staatssecretaris Van Amelsvoort (Financiën) heeft in de periode 1993-1994 in het dossier-technolease onvoldoende politieke leiding gegeven aan zijn ambtelijke dienst. Het duurde te lang voordat criteria voor technolease op papier stonden waardoor er “onvoldoende rechtszekerheid” was voor bedrijven die van deze fiscale constructie gebruik wilden maken.

Dit concludeert een werkgroep uit de Tweede Kamer die de informatievoorziening van Van Amelsvoort aan de Tweede Kamer over de technolease heeft onderzocht. De werkgroep, onder leiding van het Tweede-Kamerlid Wolters (CDA), stelt vast dat Van Amelsvoort de Tweede Kamer niet onjuist heeft geïnformeerd.

“De staatssecretaris heeft de Kamer op 14 oktober en aansluitend op 15 december 1993 juist geïnformeerd over de politiek overeengekomen lijn. Hij slaagde er niet in de gedragingen ten departemente voor- en nadien daarmee in overeenstemming te brengen. Daarmee hij hij in deze onvoldoende politieke leding gegeven aan de ambtelijke dienst”, aldus het rapport van de commissie-Wolters.

Centrale vraag in het onderzoek van de werkgroep was of Van Amelsvoort de Tweede Kamer goed heeft geïnformeerd over een technolease tussen Philips en de Rabobank uit 1993. Daarover was eerder dit jaar twijfel gerezen. Nadat Van Amelsvoort zijn belastingdienst steunde in een afwijzing van technolease gaf hij juli 1993 zijn fiat na politiek overleg met premier Lubbers, minister Andriessen (Economische Zaken) en minister Kok (Financiën).

Een paar dagen later schreef hij de drie collega-bewindslieden dat “alle betrokkenen” het erover eens waren dat het inzake de Philips-technolease “eens maar nooit weer” was. Dit week af van mededelingen die Van Amelsvoort najaar 1993 deed in een vertrouwelijk gesprek met de Tweede Kamer waarbij hij zei dat een technolease voor alle bedrijven toegankelijk was. De werkgroep concludeert dat Van Amelsvoort de Kamer toch correct heeft geïnformeerd. Zij baseert zich op mededelingen van de betrokken bewindslieden in hun verhoren met de werkgroep.

Van Amelsvoort zei toen dat het 'eens maar nooit weer' sloeg op de langdurige, een half jaar slepende procedure voor de goedkeuring van de Philips-technolease.

Pagina 18: Politieke leiding was te traag

Lubbers, Andriessen en Kok kwamen tijdens de gesprekken met de commissie-Wolters tot soortgelijke constateringen.

Van Amelsvoort wordt door de werkgroep verweten dat hij na juli 1993 geen haast maakte met het opstellen van criteria waarmee ook andere bedrijven van de constructie gebruik konden maken. Een ambtelijke werkgroep om criteria op te stellen begon pas in november 1993. “Ten departemente volhardde men in de afwijzende houding van voor 9 juli 1993”, aldus de werkgroep.

Van Amelsvoort slaagde er volgens de werkgroep niet in de onwillige houding van zijn ambtenaren te veranderen. “Daarmee heeft hij in dezen onvoldoende politiek leiding gegeven aan de ambtelijke dienst”, aldus de werkgroep.

De criteria voor technolease waren pas klaar in augustus 1994, kort voor het aantreden van het nieuwe kabinet. Door de vertraging bij de opstelling van criteria bestond er voor bedrijven die van de technoleaseconstructie gebruik wilden maken “onvoldoende rechtszekerheid”, zei Wolters in een toelichting. Volgens hem had Financiën direct na 9 juli 1993 moeten beginnen met het opstellen van “keiharde richtlijnen”. “De grijze periode heeft te lang geduurd”, aldus Wolters vanmorgen in een toelichting op het rapport. De werkgroep constateert dat de Tweede Kamer noch het kabinet heeft aangedrongen op spoed bij de opstelling van de criteria.

Technolease is een fiscale constructie waarbij een onderneming haar technische kennis verkoopt aan een bank; die kennis wordt vervolgens teruggehuurd.

Bij de Philips-Rabo transactie ging het om een bedrag van 2,8 miljard gulden. Voor Philips is het voordeel dat de onderneming kennis die op de balans staat te gelde maakt. De Rabobank kan de kosten in mindering brengen op de winst en betaalt daardoor minder winstbelasting.

De werkgroep hekelt de wijze waarop het huidige kabinet documenten uit het dossier-technolease geheim heeft gehouden. Het onderzoek van de werkgroep werd hierdoor belemmerd. De Kamer kreeg pas - vertrouwelijk - de beschikking over de zogenoemde blauwe brieven van Van Amelsvoort ('eens maar nooit weer') nadat deze in de publiciteit waren gekomen.

De commissie-Wolters constateert “dat het krijgen van inlichtingen door het parlement, zoals vervat in het geheime dossier betreffende technolease, een recht is van het parlement en geen gunst”.

Het “dilemma” of de Kamer “vertrouwelijke gegevens in ontvangst [moet] willen nemen verdient dringend nadere discussie in de Kamer”, aldus de werkgroep.