Twee aardverschuivingen

Afgelopen weekeinde heeft twee verliezers opgeleverd: Chirac en Bolkestein. De nederlaag van de eerste is duidelijk. Hij heeft een gok gewaagd die hij grandioos heeft verloren. In plaats van een verminderde, maar nog stevige meerderheid, waarop hij gespeculeerd had, moet hij nu tot 2002 samenwerken met de vrijwel dood gewaande socialisten. Zijn gezag als politicus is hij kwijt.

En zijn gezag als staatsman? Veel zal afhangen van de manier waarop hij met Jospin zal kunnen samenwerken. Vijf jaar is een lange tijd, en behorend tot een partij die zich als de natuurlijke machthebbers in Frankrijk beschouwt, zal hij moeite hebben zich te plooien naar de wensen van de socialistische 'usurpateurs'.

Zakelijk zou het misschien niet heel veel uitgemaakt hebben of Jospin dan wel Séguin, die gedoodverfd was als opvolger van de zondebok Juppé in geval van een gaullistische overwinning regeringsleider zou zijn geworden. Beiden zijn voorstander van een belangrijke rol van de staat in de economie, beiden zijn 'sociaal' en beiden stellen nieuwe voorwaarden aan de EMU. Maar de sfeer zal een heel andere zijn, en die sfeer zal veel vergen van Chirac, die de twee jaren van cohabitatie met de socialist Mitterrand (1986-1988) al een beproeving vond.

Tenzij deze cohabitatie, die ruim dubbel zo lang zal duren, een onverwacht toonbeeld van teamgeest zal zijn, zal Frankrijks gezag op het internationale toneel in elk geval tanen - wat niet wil zeggen dat het zich inschikkelijker zal gedragen. Integendeel eerder. “Ik ben te zwak om concessies te doen”, heeft generaal De Gaulle eens gezegd.

Moeten alle socialisten nu juichen over Jospins overwinning. Hij heeft zich weliswaar beroepen op Tony Blair, maar zijn programma verschilt werelden van dat van New Labour. Blair zou nooit beloofd hebben dat hij 700.000 arbeidsplaatsen zou scheppen en de werkweek zou verminderen van 39 tot 35 uur - met behoud van salaris.

Als het Franse volk voor verandering heeft gekozen, dan is het niet de verandering van de verouderde structuren, die aanpassing aan de wereldeconomie zo moeilijk maken, maar voor verandering van een beleid dat het mes wilde zetten in de onbetaalbare sociale voorzieningen. Het is dus een gotspe van de mitterrandist Jack Lang, wanneer hij zegt dat de Fransen Chiracs verwijt dat ze conservatief zijn, hebben gelogenstraft. Het zijn de socialisten die de conservatieven van vandaag zijn.

Dit conservatisme, nu in een rood kleed gestoken, maakt het nog onwaarschijnlijker dat de euro, als hij er komt, een sterke munt zal zijn. Evenmin als Chirac zal Jospin zich het vuur uit de sloffen lopen voor de benoeming van Duisenberg - een partijgenoot! - tot eerste president van de Europese centrale bank.

Zwaar weer in Europa op til dus. Maar in Nederland schijnt niemand zich daar iets van aan te trekken. De aardverschuivingen hier te lande zijn van kleiner en vriendelijker formaat. De benoeming van mevrouw Borst tot lijsttrekker van D66 kan als het begin van zo'n aardverschuivinkje beschouwd worden.

Zeker is die benoeming, die overigens tot stand is gekomen in de beste tradities van het regentendom dat D66 zegt (of althans zei) te willen bedrijven, een meesterzet, die ons noodzaakt alle berekeningen omtrent de verkiezingen van mei 1998 te herzien.

Het zal niet langer een duel tussen Kok en Bolkestein zijn. Daartussen schuift nu mevrouw Borst, die alleen maar rust, integriteit en vertrouwen uitstraalt. Dat doet Kok ook, en daarom zal in het bijzonder Bolkestein het moeilijk hebben. Zijn kracht ligt in het scherpe debat, en die kracht dreigt nu ontwapend te worden door een wijze grootmoeder.

In zekere zin zal mevrouw Borst de Koningin van de verkiezingen zijn. Elke aanval op haar zal de goegemeente beschouwen als een aanval op een onschendbare vrouw. Haar aanhang - zeker onder vrouwen - zal er slechts door groeien. Dat zij op andere terreinen dan de volksgezondheid minder deskundig is dan haar tegenstanders, zal daar niets aan afdoen. Dat interesseert het grote publiek niet. Met andere woorden: D66 slaat, met de benoeming van mevrouw Borst, het politieke debat dood.

Dit wordt bevestigd door wat de Amsterdamse wethouder Ernst Bakker, volgens Trouw van gisteren, zondag voor de radio zei: D66 gokt op de zwevende kiezer, de kiezer die zich door de uitstraling van een politicus laat inspireren tot een keuze. Een duidelijke politieke profilering kan de zwevende kiezer alleen maar afstoten.

Als dit juist is - en waarschijnlijk is het juist - dan betekent dit het einde van de politiek. De boodschap is niet belangrijk, het komt op de uitstraling aan. Mijn bezwaren tegen D66 worden er zeker niet kleiner door.

Maar laten we mevrouw Borst het voordeel van de twijfel gunnen. Volgens De Telegraaf van gisteren heeft ze gezegd: “Ik ben een doorbakken D66'er. Het hele gedachtegoed van D66 is mijn gedachtegoed.” Zij heeft nu een gouden kans uit te leggen wat dat gedachtegoed is.