Terugkeernotitie naar Kamer; Verblijfstitel bij meewerken aan remigratie

DEN HAAG, 3 JUNI. Uitgeprocedeerde asielzoekers die van hun eigen regering geen identiteitsdocumenten krijgen komen in aanmerking voor een tijdelijke verblijfsvergunning als zij meewerken aan hun terugkeer.

De vergunning kan worden ingetrokken gedurende een periode van drie jaar. Daarna krijgt de asielzoeker recht op een permanente verblijfstitel in Nederland.

Dit blijkt uit de Terugkeernotitie die staatssecretaris Schmitz (Justitie) vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. De maatregelen die deels al zijn genomen kosten dit jaar dertig miljoen gulden. Algemene conclusie in de notitie is echter dat voor het terugkeervraagstuk “geen sluitende aanpak voorhanden is”.

Uitgeprocedeerde asielzoekers die niet meewerken aan terugkeer naar het land van herkomst, zullen gedwongen worden uitgezet, aldus Schmitz.

Vrijwillige terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers blijft de meest wenselijke optie, aldus Schmitz. Asielzoekers zal meer dan tot nu toe gebeurt, al in een zo vroeg mogelijk stadium van hun asielaanvraag duidelijk worden gemaakt dat niet alleen toelating tot Nederland, maar ook afwijzing van hun verzoek en dus terugkeer tot de reële mogelijkheden behoort. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van Justitie ontwikkelt daartoe met het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) een plan van aanpak, waarvan het tijdig geven van eerlijke en realistische informatie aan de asielzoeker een belangrijk onderdeel is.

In februari werd bekend dat de overheid projecten zal opzetten in Ethiopië, Eritrea en Angola met het doel vrijwillige terugkeer naar die landen te vergemakkelijken. Uitgangspunt daarbij is dat aan terugkerenden sociaal-economisch perspectief wordt geboden. Justitie zal geld uittrekken voor een toelage die gerelateerd zal zijn aan de lokale leefomstandigheden. Een andere mogelijkheid is kredietverlening voor het opzetten van bedrijfjes, aldus Schmitz. Justitie heeft een speciaal budget gereserveerd voor het stimuleren van particuliere initiatieven voor vrijwillige terugkeer. Voor 1997 bedraagt dit budget vijf miljoen gulden. Vanaf 1998 wordt gedacht aan tien miljoen gulden.

Verder is besloten tot uitbreiding van het personeel op een aantal posten in het buitenland, waar een toename te zien is van het aantal visumaanvragen. Daarbij gaat het om de steden St. Petersburg, Teheran, Warschau, Zagreb, Istanbul, Lagos, Rabat, Manila en Colombo.