Rapport over vliegvelden; Brandweer Beek en Eelde onvoldoende

DEN HAAG, 3 JUNI. Op de vliegvelden Beek en Eelde is de brandweer niet berekend op de grotere types vliegtuigen die daar regelmatig landen. Bij een ongeval kan zich de situatie voordoen “dat er niet voldoende bluscapaciteit is”. Ook zijn hier de rampbestrijdingsplannen onvoldoende ontwikkeld.

Dit staat in het rapport 'Voorbereiding op vliegtuigongevallen op luchtvaartterreinen', op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken samengesteld door een bureau voor beleidsontwikkeling. Minister Dijkstal nam dit initiatief na de ramp met de 'Hercules' van de Belgische luchtmacht op het vliegveld Eindhoven, juli vorig jaar. Daarbij kwamen 34 van de 41 inzittenden om het leven. De hulpverlening liet 25 minuten op zich wachten.

De onderzoekers hebben, zoals ze zelf schrijven, een 'rondje langs de velden' gemaakt. Van Schiphol tot de landingsbaan op Texel, overal is nagegaan wat de rampbestrijding inhoudt; ook de militaire vliegvelden zijn in dit onderzoek betrokken. Defensie heeft volgens de onderzoekers “van de ramp geleerd”. Voor alle militaire velden geldt dat er steeds vaker gezamenlijke oefeningen plaatshebben van militaire en civiele brandweer. Ook de defensiestaf werkt meer samen met gemeentelijke en provinciale bestuurders.

Op Beek (Maastricht-Aachen Airport) en Eelde (Groningen Airport) kan soms een onveilige situatie ontstaan, stellen de onderzoekers. Op beide vliegvelden duurt het te lang voor de brandweer bij de baan is. Eelde beschikt niet over een rampbestrijdingsplan, dat van Beek was “weggezakt”. Deze vliegvelden hebben ook een zogenoemd brandrisicoklasse dat hoger ligt dan wat de luchthavenbrandweer ter plekke aankan. Voor Beek is die klasse 7, een indeling die samenhangt met de grootte van de vliegtuigen: tot vijftig meter lang. Maar op dit vliegveld landen volgens het rapport zelfs regelmatig toestellen (Antonov en Boeing 747) die nog eens twee punten boven het vastgestelde risico liggen. Ook het brandrisico op Eelde kan in drukke tijden enkele punten hoger uitvallen dan waarop het materieel van de brandweer is gebaseerd. Deze situatie zal volgens de internationale regels in 2005 nergens meer worden toegestaan.

De brandweerploegen van Beek en Eelde oefenen niet met de vrijwillige burgerbrandweer. In Eelde meldt de brandweer van het vliegveld dat er vorig jaar nog met de gemeentebrandweer is geoefend. De laatste weet echter van niets. Alleen Rotterdam Airport (Zestienhoven) houdt gemeenschappelijke oefeningen. De directie van Beek erkent in een reactie dat de sterkte van de brandweer op de luchthaven moet worden opgevoerd. Men acht de capaciteit van de aanwezige brandweer inderdaad onvoldoende voor de grotere vliegtuigen (Airbus, Boeing 747) die er soms landen. Na de Herculesramp is men aan het werk gegaan om het rampenplan bij te stellen.

De (nationale) luchthaven Schiphol is volgens het rapport “een voorbeeld” voor andere Europese vliegvelden wat veiligheid betreft. Toch zijn er enkele problemen, zoals de communicatie tussen de luchthaven en de (externe) diensten die bij een ramp hulp moeten verlenen. Dit ondanks de frequente oefeningen van de commissie van overleg, het crisismanagement van de luchthaven. Volgens de onderzoekers moeten de autoriteiten in de regio, met name van de gemeente Haarlemmermeer, beter samenwerken met de staf van het vliegveld. De directie van Schiphol is het eens met de conclusie dat de bestuurlijke samenwerking moet worden versterkt.