Poëzie en kiespijn inspireren Marokkaan

PARIJS, 3 JUNI. Hicham Arazi houdt van poëzie. Elke dag begint de 23-jarige tennisser uit Marokko de dag met een dichtbundel. Aan de ontbijttafel declameert zijn trainer-coach soms nog een gedicht. Het ritueel maakt sinds enkele maanden op advies van coach Alberto Castellani onderdeel uit van zijn voorbereiding op een wedstrijd. “Poëzie blijkt een goede manier om zijn stress op de baan in bedwang te houden”, zo verwoordde Castellani het afgelopen weekeinde de leeshonger van zijn pupil.

Gedichten verlichten Arazi's geest en zetten hem naar eigen zeggen aan tot grootse daden. Gisteren ondervond Marcelo Rios hoe sterk de Marokkaan is na een poëzie-sessie. In een partij die één keer werd onderbroken door de regen versloeg Arazi de als zevende geplaatste Chileen, 6-2, 6-1, 5-7 en 7-6 (7-4). Daardoor staat morgen voor het eerst een Marokkaan in de kwartfinales van de Open Franse tenniskampioenschappen. “Dat maakte me trots”, zei Arazi na afloop van de grootste prestatie uit zijn vierjarige profloopbaan.

Vooral in de eerste twee sets overrompelde hij tegenstander Rios, die in alle voorbeschouwingen werd gezien als een belangrijke outsider voor de eindzege. Met diepgeslagen ballen pinde Arazi de 21-jarige gravelspecialist uit Santiago vast op de baseline en stuurde hij de Agassi van de Andes van links naar rechts in een duel dat bij vlagen meer weghad van een pingpong- dan een tenniswedstrijd. “Alles wat ik vandaag sloeg was raak”, constateerde Arazi verheugd. Met zijn overwinning luidde de Marokkaan het vertrek in van negen journalisten uit Chili die vorige week al met het zweet op het voorhoofd zaten toen Rios in zowel de eerste als in de tweede ronde een vijfsetter nodig had om verder te komen.

Behalve een verdienstelijk tennisser bleek Arazi gisteren ook een zeer bedreven jongleur. Na bijna elk punt voerde hij duizelingwekkende trucs uit met zijn racket. Het gegoochel kwam hem telkens op luid applaus te staan van de toeschouwers in het Suzanne Lenglen-stadion, onder wie gisteren opvallend veel Marokkanen. “De mensen waren vandaag op mijn hand. Ook de Fransen. Dat verbaasde me, maar maakte me zeer gelukkig”, aldus Arazi.

Waar Arazi de frivoliteit vandaan haalde, bleef een raadsel. Helemaal toen duidelijk werd dat hij al dagenlang geplaagd wordt door hevige kiespijn. “Tijdens de wedstrijd had ik er vandaag niet zoveel last van, maar als ik vanavond in bed stap zal de pijn enorm zijn”, voorspelde Arazi die meteen na afloop van de persconferentie een tandarts opzocht in Parijs.

Arazi maakt deel uit van het omvangrijke peloton van anonieme tennissers. Spelers die voor het grote publiek onbekenden blijven wegens het uitblijven van aansprekende prestaties. Maar binnen het profcircuit geldt de Marokkaan als een geduchte tegenstander. Dit seizoen behaalde hij voorafgaand aan Roland Garros zeventien overwinningen, onder meer op Thomas Muster en Jan Siemerink.

“Na vandaag ben ik voor niemand uit de toptien meer bang en hoef ik niets meer te bewijzen omdat ik niets meer te verliezen heb”, zei Arazi die morgen Sergi Bruguera tegenover zich vindt in de kwartfinale. “Die ken ik alleen van de tv.” Rios was na afloop vol lof over zijn bedwinger. “Als hij zo tegen Bruguera speelt, vermoordt hij hem.”

Op het gemalen baksteen in Parijs versloeg de Marokkaan afgelopen week achtereenvolgens Hendrik Dreekmann, Todd Woodbridge en Magnus Larsson, een voor een spelers die - met uitzondering van Dreekmann - hoger op de wereldranglijst staan genoteerd dan de nummer 55. Van de acht kwartfinalisten op Roland Garros komt hem bovendien de eer toe in vier wedstrijden slechts dertien sets nodig te hebben gehad. Alleen tegen Rios moest hij gisteren een set afstaan.

Arazi werd 23 jaar geleden geboren in Casablanca, de op twee na grootste stad in het Noordafrikaanse land. Al op tweejarige leeftijd verhuisde hij naar Frankrijk. Vier jaar later kwam hij voor het eerst in aanraking met tennis toen vader Mohamed, van origine een tennisleraar, hem meenam naar de plaatselijke tennisclub. Parijs is al jaren zijn woon- en verblijfplaats van waaruit hij van toernooi naar toernooi reist.

Marokko bezocht Arazi de laatste jaren slechts bij hoge uitzondering. De laatste keer was in maart toen hij zijn eerste en tot dusver enige ATP-toernooi won en dat uitgerekend in zijn geboortestad. “Ik beschouw mezelf als een honderd procent Marokkaan, ook al ontbrak het mij de laatste vier, vijf jaar aan tijd om regelmatig terug te keren. Marokko is een prachtig land en ik ben trots om Marokkaan te zijn. Ooit zal ik voorgoed terugkeren.”