'Onze leiders zijn bestuurlijke mutanten'; De missie van Aleksandr Lebed, redder van Rusland

De vorig jaar door president Jeltsin ontslagen veiligheidsadviseur, Aleksandr Lebed, heeft zijn hoekig optreden gepolijst. Maar zijn oordeel is hard als vanouds. Een vraaggesprek met de 'volgende president van Rusland'

De generaal b.d. gromt niet meer, zoals voorheen, hij geeft vriendelijk en omstandig antwoord op elke vraag. Hij heeft bijgeleerd: hij vertolkt nu de stem van de rede. Zijn nette burgerpak knelt hier en daar. Zijn onafscheidelijke sigarettenpijpje oogt bijna te frivool voor zijn massieve gestalte. Aleksandr Lebed (47) was gisteren als 'de volgende president van Rusland' in Amsterdam te gast bij het 50ste congres van de World Association of Newspapers.

Lebed bracht vrede in Tsjetsjenië. Hij is wars van protocol. Hij noemt de dingen bij de naam en scoort daarom hoog in de Russische opiniepeilingen. Hij heeft een indrukwekkende militaire carrière achter de rug. Hij vocht in Afghanistan, en als commandant van een parachutisteneenheid was hij bij alle brandhaarden van de afgelopen tien jaar aanwezig: de ongeregeldheden in Bakoe, de opstand in Tbilisi, de burgeroorlog in Moldova, de 'putsch' van 1991 en de oorlog in Tsjetsjenië. Toen deed hij een gooi naar het presidentschap.

Zodra Lebed een serieuze bedreiging leek te worden voor Jeltsins herverkiezing, vorig jaar, drukte de president hem aan zijn borst, maakte hem secretaris van zijn Veiligheidsraad en gaf hem de halsbrekende opdracht een einde te maken aan de oorlog in Tsjetsjenië. Lebed volbracht dat huzarenstuk, en kreeg zijn congé. Maar een Lebed geeft niet op. In maart richtte hij de Russische Republikeinse Volkspartij op (18.000 leden). Hij denkt vóór het jaar 2000 president van Rusland te worden.

Het Russische leger is in beklagenswaardige toestand. Twee weken geleden heeft Jeltsin minister van Defensie Igor Rodionov ontslagen. Hij zou niet snel genoeg hervormd hebben. Kwam u dat bekend voor?

“Er is het principe: als er geen schuldigen zijn, moet je ze aanwijzen. Het leger is een staatsinstelling en een staatsinstelling kan zichzelf niet hervormen. De president, die opperbevelhebber is, houdt zich niet met het leger bezig. Hij heeft er geen verstand van en dus is de situatie de afgelopen acht maanden, zolang Rodionov aan de macht was, alleen maar verslechterd.”

Maar hij heeft toch raadsheren?

“Dat geldt misschien voor een echte president, maar onze leiders zijn bestuurlijke mutanten. Onze hele politiek bestaat uit een systeem van afremmen en tegenwicht. Ga maar na: toen ik benoemd werd tot secretaris van de Veiligheidsraad werd bijna gelijktijdig de Defensieraad ingesteld. Stel je voor dat iemand eens echt aan het werk gaat, dan zou hij ook resultaat kunnen boeken. Dus moet hij worden tegengewerkt. Je ziet nu hetzelfde gebeuren bij premier Tsjernomyrdin: hij verliest geleidelijk aan zijn macht. Er zijn twee jonge vice-premiers benoemd (Tsjoebais en Nemtsov - red.), die hem openlijk en brutaal de macht afnemen.”

Moeten wij dat allemaal serieus nemen? Bestuurt Jeltsin het land?

“Nee, Jeltsin bestuurt niet, hij heerst. Liggend op zijn zij. Het Westen moet daar de ogen niet voor sluiten, want het kan slecht aflopen. Een land met zo'n omvang kun je niet dwingen, dat breekt vroeg of laat los. Het geduld is tot het uiterste op de proef gesteld. Wanneer deze zomer geen serieuze maatregelen worden genomen, ontploft het land.”

Maar als Jeltsin niet bestuurt, waarom bent u dan vorig jaar voor hem gaan werken? Dankzij u is hij herkozen.

“Ik ben niet voor hém gaan werken. Ik heb sinds 1994 geprotesteerd tegen die slachtpartij in Tsjetsjenië. In mijn ogen was het een criminele confrontatie op staatsniveau. Op Russisch grondgebied was een zwarte markt gecreëerd waar je alles kon verhandelen: drugs, wapens, illegale visa, tonnen olie, zwart geld. De Tsjetsjeense leiders deelden met de Russische chefs, totdat ze in 1994 ruzie kregen en besloten op de vuist te gaan. Maar omdat het nogal uit de hand liep, kon alleen het leger nog ingrijpen. En zo zijn er 80.000 man gesneuveld. De morele en materiële schade is enorm en als altijd is niemand schuldig. Die oorlog moest gestopt worden, want er stonden terroristische aanslagen op atoomcentrales en chemische fabrieken op de agenda en dat had kunnen leiden tot gigantische ecologische rampen.”

Had u verwacht dat de president u aan de kant zou schuiven?

“Natuurlijk. Hij verdraagt geen succes van een ander. Van hen die met de president begonnen zijn, is niemand meer over. Zelfs zijn toegewijde persoonlijke lijfwacht Korzjakov vloog de laan uit.”

Welke verhouding had u met de president?

“Een pragmatische. Ik heb gezegd dat ik kan dienen, maar geen bediende ben, dus als hij verwacht dat ik op mijn achterpoten zal lopen dan vergist hij zich. Hij fronste wat, maar ging akkoord.”

Wanneer ontdekte u dat zijn loyaliteit minimaal was?

“Ik heb onderzocht wie de schuld droeg voor Grozny. Op 15 oktober vorig jaar heb ik alle documenten overhandigd aan de administratie van de president. Toen hebben ze onmiddellijk informatie laten uitlekken. De hoofdschuldige, Koelikov (minister van Binnenlandse Zaken, belast met het ordeherstel in Tsjetsjenië - red.) gaf een persconferentie waar hij mij beschuldigde van een greep naar de macht en het opzetten van illegale gewapende groeperingen. Toen schrok de president en tekende met bevende hand het decreet over mijn ontslag. Ze hebben hem geprovoceerd. Ik ben niet beledigd.”

Wie beïnvloedt de president?

“Het is een goedgebaand pad, dat loopt van de heer Tsjoebais via de dochter van de president.”

Is er liefde in het spel?

“Met de liefde is het geen eenvoudige zaak. Maar de president beschouwt zich als tsaar en houdt zich dus niet met zulke pietluttigheden bezig. Het is een zuiver symbolisch landsbestuur. Hij ondertekent decreten. Ik heb het eens nagerekend, in 1995 zijn 447 decreten niet ten uitvoer gebracht. Er is geen controle op de uitvoering.”

Wat voor toestand trof u aan toen u in het Kremlin ging werken?

“Wil je iets ten gunste veranderen, dan moet je het Kremlin onmiddellijk op de monumentenlijst zetten. Het mag niet de zetel van het landsbestuur blijven. Binnen deze muren heerst zo'n concentratie van slechtheid, intriges en bloed, daar moeten miljoenen mensen met hun voetzolen overheen om dat weg te wassen.”

Van buitenaf maakt de Russische politiek een heel cynische indruk. Waarom wilt u die politiek in?

“Er zijn bepaalde mijlpalen geweest in mijn leven. In 1981 belandde ik als commandant in Afghanistan. Als ik thuiskwam van de gevechten en de televisie aanzette, zag je hoe wij daar platanen plantten, kanalen groeven, bergdorpen weer opbouwden, hoe veel iedereen van ons hield. Niks geen gewonden, doden, ruïnes. Daarna kwamen de etnische conflicten, waarbij de lokale partijsecretaris altijd gelijk had. Toen kwam het 28ste partijcongres. Toen ik dat gezelschap seniele heren zag dat ons bestuurde, verdween mijn ontzag voor autoriteiten. Ik weet dat ze niet verstandiger zijn dan ik. Als dat zo is, waarom zijn zij dan de baas? Ze wonen in een voor zichzelf persoonlijk gebouwd communisme. Ze hebben hun tijd gehad.”

Hoe is de atmosfeer in het leger? Rusland heeft geen traditie van bonapartisme, maar acht u zoiets mogelijk?

“Als een staat zijn burgers een oorlog instuurt, moet hij hen helpen weer bij hun positieven te komen, zodat ze 's nachts niet dromen dat ze dood worden geschoten of achterna worden gezeten. Elke 18-jarige die in de oorlog is geweest, heeft een klap van de molen gehad. Dat moet je repareren. Tien jaar Afghanistan, etnische conflicten met tientallen doden en honderden gewonden, daar zijn miljoenen bij betrokken geweest. Al die mensen werden losgelaten met de mededeling: zoek het maar uit, zonder beloning, zonder hand. Ze zijn geestelijk uit hun dak gegaan. Hier, moeder, is je kroost met zijn gebutste hoofd en zorg jij nou maar dat het goed komt. Dat is de ene kant. Dan is er nog de inkrimping van de strijdkrachten. Als officier krijg je eens per maand soldij, en als je afzwaait heb je recht op een huis en minimaal 22 maandsalarissen. Maar ze hebben nog niet eens genoeg geld voor een maand soldij. En daarom houden ze iedereen in dienst. De soldaten vegeteren, verdienen een beetje bij, maar ze worden niet ontslagen omdat er geen geld is om ze uit te betalen. En wie wel afzwaait, krijgt geen woning, geen omscholing. Uit het oog, uit het hart. Die mensen zijn verbitterd en ze zijn professioneel opgeleid. Zo verzamelt zich een kritische massa en als die massa een grens bereikt, ontploft het zaakje. En wat zegt de president? Rodionov moet er 200.000 de laan uitsturen, en de kernkoppen een andere kant opdraaien. Dat is allemaal populisme. Geef ze hun geld, meneer de president!”

U moet met gemengde gevoelens hebben gekeken naar de ondertekening van de NAVO-akte in Parijs?

“Het Westen heeft geprobeerd het gezicht van de Russische president te redden. En dat is gelukt. Maar dat is slechts tijdwinst. De uitbreiding van de NAVO stimuleert onze linksradicalen en reanimeert het defensieve bewustzijn: de vijand staat aan de poort. Men had zich moeten afvragen of de timing wel goed was. Vanwaar die haast? Het laatste land dat in de NAVO is opgenomen was Spanje, in 1986. De Sovjet-Unie viel uiteen, het Warschaupact verdween, het socialisme stortte ineen, er is geen vijand meer. Maar de NAVO is springlevend, alle vuisten op zijn plaats. Je krijgt de indruk dat ze haar oriëntatie kwijt is nu de vijand er niet meer is.”

Uw partij is jong. In Rusland houdt men niet van partijen. Waarin onderscheidt uw partij zich?

“Of ze van partijen houden of niet is geen criterium. Niemand heeft nog iets beters bedacht dan een partijensysteem. Om te besturen heb je een structuur nodig. Mijn partij is opgericht als partij van de middenstand, van de middenklasse, van de kleine grondbezitters. Iedereen heeft er tabak van dat je moet belazeren om het hoofd boven water te houden. Laat de mensen rijk worden, zodat ze hun gezin kunnen onderhouden. Belasting betalen, oké, maar geen 90 van de 100 kopeken.”

Waar bent u trots op?

“Ik ben trots op de vrede in Tsjetsjenië. Op 10 augustus vorig jaar ben ik voor het eerst naar Tsjetsjenië gereisd. Vanuit Dagestan zijn we met vijf jeeps het nachtelijke Tsjetsjenië ingereden. We zijn twaalf wachtposten gepasseerd, een paar keer beschoten, toen had ik een beeld van de reële situatie. En op 30 augustus, 20 dagen later, zijn de akkoorden ondertekend en was het vrede. Vandaag telt in Rusland slechts de taal van het gezond verstand, de taal van de competentie, van het professionalisme.”

Maar het land bevindt zich in chaos, hoezo gezond verstand?

“Dat is nu juist de grote opgave. Ik zie hoe je uit die chaos orde kunt scheppen. Want het geduld is op, de mensen zijn moe. Of er komt een sociale explosie, of we zetten eindelijk enkele stappen in de goede richting, zodat de mensen in de spiegel kijken, een kruis slaan en zeggen: o heer, eindelijk hebben ze ons niet bedrogen.”