Lionel Jospin; Obstinaat en principieel

PARIJS, 3 JUNI. Het is mede aan Alain Juppé te danken dat Lionel Jospin nog in de politiek zit. Toen de vanmorgen afgetreden premier in 1993 minister van Buitenlandse Zaken was, had hij het in zijn macht Lionel Jospin, uitgekeken op de Parti Socialiste, als ambassadeur naar de andere kant van de aardbol te zenden. Had Juppé dat gedaan, dan zou Frankrijk misschien nog een rechtse regering hebben.

Want één ding is zeker: het is voor een belangrijk deel de verdienste van de obstinate, principiële socialist en democraat Lionel Jospin dat de Parti Socialiste zich zo snel heeft hersteld van het verkiezingsechec van 1993. Een diplomaat is hij nooit geworden, al begon Jospin zijn ambtelijke carrière op het ministerie van Buitenlandse Zaken, maar een behoedzaam bouwer van goede betrekkingen zeker. Hoewel hij in juli zestig wordt, is de oogst onverwachts vroeg gekomen.

Wie in november 1994 gezegd zou hebben: daar spreekt een toekomstig minister-president, zou voor een politiek fantast zijn aangezien. In de desolate sporthal van het Noordfranse stadje Liévin houdt de Parti Socialiste congres: een kil spektakel van elkaar verscheurende groepjes rond bokkige voormannen. De fabiusiens, de rocardiens, de poperenistes en de jospinistes gunden elkaar het licht in de ogen niet.

Tot overmaat van intrige heeft de al zwaar zieke president Mitterrand zich naar het nabij gelegen mijnwerkersmonument laten rijden, om een nutteloze krans te leggen, en de show op radio en tv te stelen. Lionel Jospin mag pas laat in de middag spreken, de meeste afgevaardigden waren al naar de bar. Het is een genadeloze analyse van een partij die bezig is haar roeping te verkwanselen. Zoals zijn trouwe medestander Daniel Vaillant, nu getipt als minister van Binnenlandse Zaken, onlangs zei: “We stonden toen met drie, hooguit vier man om Lionel heen.”

Toch was zijn carrière binnen de Parti Socialiste jaren voorspoedig verlopen. Na een studie politieke wetenschappen, militaire dienst en - door hard werken en een goed verstand - de Ecole Nationale d'Adminstration (ENA) werkt Jospin van '65 tot '69 op de Quay d'Orsay, waar het Franse buitenlandse beleid wordt gemaakt (voorzover dat niet op het presidentieel Elysée-paleis gebeurt). Jospin ziet de studentenrevolte van mei '68 als ambtenaar onder het raam voorbijtrekken en besluit een jaar later de politiek op te zoeken.

Hij gaat economie doceren aan een Parijse HTS. Dat geeft hem de vrijheid zich als 'meelevend' socialist te ontplooien. Van zijn vader, een pacifist en activist in de SFIO, een van de voorlopers van de Parti Socialiste, had hij de gave tot het felle debat geërfd. Waar hij meedoet is hij aanwezig, heftig, gestuurd door intense ideeën over recht en onrecht, hoekig, niet bij de eerste oogopslag al innemend, en toch het meest tot zijn recht komend in groepsverband.

Bij de vorming van de PS in '71 is Jospin van de partij. Hij bekleedt snel allerlei functies, van Oost-West- tot en met onderwijs-deskundige. Hij is nauw betrokken bij Mitterrands charme-offensief jegens de communisten, een voorwaarde voor de overwinning van links in '81. Zijn broer zou een trotskistische fase hebben doorgemaakt, zelf ontkent hij zoiets, maar deze ervaring met de ideologen van Marchais komt Jospin dezer dagen van pas als hij met de roestvrijstalen kaders van Robert Hue moet zien te regeren.

Toen Mitterrand in '81 president werd, stelde hij Lionel Jospin aan als Eerste Secretaris van de Parti Socialiste, een vertrouwensfunctie die van Jospin een doorkneed partijman en een bevoorrecht waarnemer van het Elysée maakt. Juist daarom raakt hij meer en meer gedesillusioneerd over de corrumperende werking van de macht. Hij neemt afstand van het presidentiële politieke spel door in '88 minister van Onderwijs te worden. Met de komst van premier Bérégovoy in '92 wordt Jospin afgedankt. Als de kiezer in '93 de PS afdankt, verliest hij ook zijn Kamerzetel. Jospin staat open voor ieder redelijk arbeidsaanbod.

Het blijft uit. Dankzij het Franse systeem van ambtelijke aanstellingen voor het leven - hij is 'ministre plénipotentiaire' van de Quay d'Orsay - kan Jospin zijn tijd nuttig besteden, zijn gezondheid en zijn levensgeluk herstellen. Als Jacques Delors in '95 afziet van de kandidatuur voor het presidentschap, is Lionel Jospin gelouterd en gerijpt. Hij presenteert zich aan de partij en het land. Met het temperament van een dieselmotor baant hij een weg voor integere sociaal-democratische politiek. Een soort nieuwigheid na alle affaires rond de smeergeld-financiering van politieke partijen die ook de Parti Socialiste heeft meegesleept.

In '95 bleef Chirac Jospin een paar procent voor. Waarschijnlijk 'een zegen in vermomming' want de Parti Socialiste was nog lang niet klaar voor de macht. Jospin evenmin. Sindsdien heeft hij stug doorgewerkt aan een partij waarin de oude stromingen ondergeschikt werden. Daarom werden ook oudgedienden en ex-tegenstanders als Jack Lang en Laurent Fabius betrokken bij het vernieuwingsproces. Naast een nieuwe generatie zonder te veel belast verleden. Jospin weet te putten uit kennis en overtuiging van velen. Het woord 'overleg' maakt overuren. Maar steeds is het één man die beslist. En pal staat.

Aan zijn protestantse achtergrond wordt Lionel Jospin minder graag herinnerd dan aan zijn vader en moeder die in het onderwijs, respectievelijk als vroedvrouw dezelfde waarden belichaamden die vanmorgen om twee minuten voor elf met een rechte rug het Palais Matignon zijn binnengewandeld. Sommigen hopen aan de wieg te staan van een nieuw soort democratie in Frankrijk.