Krachtige, succesvolle mensen

Na vijftien jaar trekt de overheid zich terug uit participaties in kansrijke bedrijven. Alpinvest, een financier waarin de overheid 29 procent van de aandelen heeft, gaat naar de effectenbeurs. De 20 werknemers verdienen op papier samen zeker 20 miljoen gulden.

Op de valreep speelde de Britse overheid nog even sinterklaas voor de Nederlandse. De veel te goedkope privatisering van een Brits railbedrijf werd goud voor de nieuwe aandeelhouders toen een overnamebod begin dit jaar vier keer de oorspronkelijke investering opleverde. Bij de grote aandeelhouders die daarvan konden profiteren zat Alpinvest, een Nederlandse financier van kansrijke bedrijven, waarin de Nederlandse overheid 29 procent van de aandelen heeft. De verkoop van zijn aandelen in het railbedrijf leverde Alpinvest ruim 100 miljoen gulden op.

Volgende week gaat Alpinvest naar de Amsterdamse effectenbeurs en stoot de overheid al haar bijna 10 miljoen aandelen Alpinvest af. Opbrengst: ruim 260 miljoen gulden. De beursgang brengt Alpinvest in een bijzondere positie: de meeste (internationale) concurrenten zijn niet aan een effectenbeurs genoteerd, maar zijn dochters van grote financiële instellingen.

Met de verkoop van de aandelen Alpinvest slaat de overheid het boek dicht van de Maatschappij voor Industriële Projecten (MIP), een initiatief uit 1982 om kansrijke projecten aan geld te helpen. De financiële markten en de banken lieten daar kansen liggen, zo was de redenering, terwijl de industrie onmisbaar was voor nieuwe banengroei. In 1991 ging de kwakkelende MIP samen met de participatiedochter van de ABN in Alpinvest, dat inmiddels achter de participatiemaatschappij NPM de Nederlandse nummer twee is.

In Europa steekt Alpinvest alle andere Nederlandse financiers van risicokapitaal de loef af. “Ons netwerk beslaat nu 85 procent van de Europese markt”, zegt directievoorzitter ir. C. Vermeulen. In de grootste nationale markt, het Verenigd Koninkrijk, heeft Alpinvest een toppartner (Candover) en een eigen vertegenwoordiging, in Duitsland een eigen kantoor, in Frankrijk een partner, net als in België. In Italië staat een samenwerking op stapel en daarna moeten Spanje en Portugal nog volgen.

“Europa is het antwoord”, zegt Vermeulen. “Als wij ons exclusief op Nederland zouden richten, waren wij veel te groot.” Wat is de voertaal in dit paneuropese netwerk? Engels? “Nee, alleen in Italië is het nu Engels, omdat niemand van ons genoeg Italiaans spreekt. Verder is het overal de landstaal.”

Participeren is een zaak van weinig mensen, en veel geld. Alpinvest heeft een portefeuille participaties met een waarde van 922 miljoen gulden (per 31 maart) plus 100 miljoen in kas voor nieuwe deelnemingen, maar bij het bedrijf in Naarden werken 'maar' 20 mensen. Alpinvests eigen kapitaal komt van professionele financiers, waaronder pensioenfondsen (zoals PGGM) en banken (zoals ABN Amro, de grootste aandeelhouder) en na de beursgang ook van particuliere beleggers.

Nu Alpinvest naar de beurs gaat verwacht Vermeulen dat de buitenlandse partners de samenwerking zullen versterken door zelf ook aandelen Alpinvest te kopen, zoals Alpinvest in het verleden ook in hun lokale investeringsfondsen meedeed. “Wij streven naar dit soort kruisverbanden.”

Het hoge geïnvesteerde bedrag per medewerker is het gevolg van de keuze om alleen transacties van een flinke omvang (tusen 3 en 30 miljoen gulden, en maximaal 50 miljoen gulden) te doen. Kleine investeringen, zoals de financiering van starters en 'Willy Wortels', kosten evenveel inzet van de geldschieter als een deal van 15 miljoen gulden, maar het rendement op de laatste ligt een stuk hoger dan op de eerste. Met name de MIP heeft dat leergeld in de jaren tachtig betaald.

De buitenlandse partners (“zonder hen doen wij niets in een bepaald land”) en de eigen mensen in Londen en Frankfurt moeten Alpinvest een informatievoorsprong geven. Wie niet haantje de voorste is, verliest de slag om te participeren in de lucratieve, vaak grensoverschrijdende investeringen. “Het is keiharde concurrentie en een heel verschil met het betrekkelijk gezapige wereldje in de jaren tachtig”, zegt directeur drs. Th. Vervoort. “Een markt met potente aanbieders.”

Tientallen miljarden guldens investeringsgeld uit Europa, Amerika en het Verre Oosten jagen op aantrekkelijke participaties, bijvoorbeeld bedrijven die worden afgesplitst van een groot concern (zoals de chemiedivisie van Unilever), of een privatisering (automatiseringsbedrijf Roccade) of een familiebedrijf dat kapitaal voor expansie zoekt en nog niet naar de beurs wil, of ambitieuze managers die voor zichzelf willen beginnen en een onderdeel van de onderneming van hun baas willen kopen.

Om zulke investeringen te doen moet niet alleen strijd worden geleverd met andere financiële concurrenten, maar ook met bedrijven die de fusie- en overnamemarkt willen gebruiken voor rappe expansie. “Financiële partijen stellen zich steeds meer als concurrent van bedrijven op”, merkt Vermeulen, “omdat niet altijd duidelijk is of het samengaan van het ene bedrijf met het andere direct meerwaarde oplevert.” Gevolg: nieuwe investeringen doen wordt steeds duurder, maar bestaande participaties afstoten wordt steeds profijtelijker.

Vroeger konden de financiële opkopers zich niet meten met grote ondernemingen,maar door de samenklontering en de samenwerking tussen financiers en de ontwikkeling van nieuwe financiële technieken “kunnen zij zich meten met bieders uit de bedrijfstak waarin de betrokken onderneming werkzaam is”. Ook dan is er baas boven baas: de 15 miljard gulden die ICI op tafel wilde leggen voor de Unilever-chemiebedrijven overtrof alles.

Londen, het feitelijke Europese financiële centrum, is de draaischijf voor veel van deze transacties. De markt is hot. Afgelopen week was de Britse zakenbank Schroders de eerste met een Europees investeringsfonds dat de grens van 1 miljard pond (bijna 3 miljard gulden) overschreed.

Bang dat de financiële markten de waarde van de participaties van Alpinvest niet zullen begrijpen en de beurskoers constant een korting zullen geven, zoals zij dat tijden met de aandelen NPM hebben gedaan, is Vermeulen niet. Om de beleggers een handje te helpen zal Alpinvest eens per half jaar een eigen taxatie van de werkelijke waarde geven.

De bandbreedte van de uitgiftekoers (tusen 26,50 en 30 gulden) levert de 20 medewerkers dankzij hun aandelenbezit in elk geval een papieren vermogenswinst op van (samen) ruim 22 miljoen gulden. En dan zijn er ook nog winstdelingsregelingen. En dat terwijl de overheid zelf, bij monde van minister-president Kok, twee maanden geleden te hoop liep tegen zulke privé-winsten die de basis van het 'poldermodel' aantasten.

Vermeulen: “In 1991, toen Alpinvest er niet zo goed voorstond, heeft iedereen opties op aandelen gekregen en die zijn inmiddels omgezet in aandelen. Het is zeker geen windfall profit. Wij concurreren met internationale investeringsfondsen die hun medewerkers tot wel 15 procent laten delen in boekwinsten op participaties. Voor deze business heb je krachtige, succesvolle mensen nodig, anders vind je de hond in de pot.”