Hugo Bánzer Suarez; Van caudillo tot democraat

ROTTERDAM, 3 JUNI. Bolivia, het land van tweehonderd staatsgrepen, kent een bizarre politieke cultuur. Wat te denken van generaal Hugo Bánzer Suárez (71), militair dictator tussen 1971 en 1978, initiator van een vuile oorlog tegen links met honderden verdwijningen, martelpartijen en moorden, beschermheer van de voormalige Gestapochef Klaus Barbie, en in de jaren tachtig mede-architect van de Boliviaanse democratie? Wat te denken van zijn compaan Oscar Zamora Medinacelli, in de jaren zeventig guerrilla-commandant en nu “marxist, leninist en bánzerist”?

Zondag won Bánzer de presidentsverkiezingen, in augustus maakt hij een uitstekende kans om ook door het congres tot president te worden gekozen. Mensenrechtenactivisten hebben hem zijn bloedige verleden niet vergeven en vinden dat hij thuishoort in de gevangenis, niet in het presidentieel paleis. “Wat hadden de subversieven indertijd verwacht?”, antwoordde Bánzer onlangs. “Een boeket bloemen?”

Hugo Bánzer, van caudillo tot democraat. Zijn ontwikkeling loopt synchroon met de transformatie van Bolivia van een chronisch instabiel en straatarm land naar een nog altijd straatarm land met een stabiele democratische cultuur. In augustus 1971 kwam Bánzer via een staatsgreep aan de macht. Militaire junta's wisselden elkaar al zeven jaar af, de politiek speelde zich af in de kazernes, waar linkse en rechtse officieren om de macht streden. In het binnenland wemelde het van de guerrillagroepen; Ernesto 'Che' Guevara zag Bolivia eind jaren zestig als het geschikste land om zijn Latijns-Amerikaanse revolutie te beginnen.

Onder Bánzer werd de 'vuile oorlog' met grote voortvarendheid voortgezet. Ook in ander opzicht was zijn regime typerend voor Latijns Amerika in de jaren zeventig: economische groei, betaald door buitenlandse leningen. Uiteindelijk leidde dat tot een topzware staatssector en een torenhoge staatsschuld. Maar Bolivianen herinnerden zich zijn bewind als een tijd van relatieve voorspoed.

In 1978 maakte Bánzer plaats voor dictators van korte adem, tot onder de 'narco-junta' van generaal Luis Garcia Meza in 1981 Bolivia een dieptepunt bereikte. Daarna begon een lange periode van democratische regeringen. Bánzer bekeerde zich al snel. Enkele maanden na zijn val richtte hij de rechts-nationalistische Acción Democrática Nacionalista (ADN) op. In 1985 won hij met 29 procent de presidentsverkiezingen, maar het congres koos in de tweede ronde een andere kandidaat. Zijn aanhang schreeuwde om een staatsgreep, Bánzer weigerde en steunde een coalitieregering. Ook bij latere regeringen was hij de man die op de achtergrond coalities smeedde.

Opnieuw heeft Hugo Bánzer nu een verkiezing gewonnen, ditmaal op een populistisch programma. Onder vertrekkend president Sánchez de Lozado zijn de staatsbedrijven op onorthodoxe wijze geprivatiseerd, maar daarmee heeft hij zich vooral geliefd gemaakt bij het IMF. Bij de grote massa armen en de indianen heeft Bánzer met vage pleidooien voor 'humanisering' van de economie een snaar geraakt. Bovendien geldt hij na zoveel jaren in de schaduw als een outsider, een voordeel op een continent waar de kiezers moe zijn van ouderwetse partijpolitiek. En de angst voor de ambities van de oude caudillo is bijna verdwenen.

Bánzer lijkt veilig ingebed in de democratie. Misschien heeft hij in het verleden een campagne laten financieren met cocaïnegeld, maar voor welke politicus in dit produktieland van coca-bladen geldt dat niet? De Amerikanen zijn blij met Bánzer omdat hij eind jaren tachtig de DEA zijn ranch bij Santa Cruz liet gebruiken als uitvalsbasis voor acties tegen de cocaïnemafia. Vorig jaar was hij voor de vierde maal eregast op het congres van de Republikeinse Partij. De VS en Bolivia gunnen deze patriarch een mooie herfst.