Gouden tijd voor de Ierse middenklasse

Politieke partijen in Ierland werpen zich op als beheerders, niet als wegbereiders. Hete hangijzers zoals het abortusvraagstuk worden gemeden.

DUBLIN, 3 JUNI. In de Ierse hoofdstad Dublin heerst in de verkiezingstijd een schrikbarend tekort aan lantaarnpalen. Hoewel veel Ieren dit nijpende probleem meestal anders formuleren. Ze zeggen dat er in Ierland te veel politici zijn. In elk geval zijn er niet genoeg lantaarnpalen om elk verkiezingsbord een eigen steunpunt te geven. Hoofden van aspirant-parlementariërs vormen een electorale totempaal, wiegend in de wind.

Al doet de overvloed aan affiches misschien anders vermoeden, van verkiezingskoorts is geen sprake. In de Temple Bar aan Eustace Street wordt alleen maar over liefde en de Europese munt gesproken. En in St Stephen's Green, het pittoreske park in de binnenstad van Dublin, slaan de krantenlezers op de bankjes het verkiezingsnieuws nadrukkelijk over. Zelfs journalisten lijken de interesse in verkiezingsnieuws verloren. Een persconferentie waarop Fianna Fail, de grootste partij van Ierland, haar huisvestingsbeleid ten doop houdt, wordt bezocht door één enkele Ierse verslaggever en een buitenlandse correspondent.

De Ieren hadden gisteren een vrije dag en het was warm, maar dat is onvoldoende verklaring voor zoveel desinteresse. Des Rowan, een derdejaars student politicologie aan het Trinity College in Dublin, maakt zich met tegenzin los uit een warmbloedige omhelzing om zijn analyse te geven. Hij zegt dat het Ierse politieke stelsel weliswaar stabiel is, maar weinig creatief en dynamisch. Politieke partijen werpen zich op als beheerders, niet als wegbereiders. Hete hangijzers zoals het abortusvraagstuk en constitutionele hervorming worden gemeden of op de lange baan geschoven.

Daarbij verdringen de partijen zich in het politieke centrum, zegt Des Rowan. Fine Gael, Labour en Democratic Left die samen de regerende 'regenboog-coalitie' vormen, net zo goed als de deelnemers in de alternatieve coalitie: Fianna Fail en de Progressive Democrats. Over de belangrijkste economische en sociale kwesties bestaat een brede consensus. Politiek geïnteresseerde kiezers die passages uit de verkiezingsmanifesten voorgelegd kregen, herkenden in acht van de tien gevallen niet van welke partij de tekst afkomstig was. “Ierse burgers”, zegt Rowan terwijl hij zijn geliefde weer naar zich toetrekt als een teken dat zijn monoloog ten einde loopt, “hebben de keuze uit veel varianten van steeds weer hetzelfde”.

Tomas Kavanagh peinst er niet over om vrijdag zijn stem uit te brengen. Samen met zijn vrouw en drie kinderen is hij vandaag hun twee-kamerflat in Noord-Dublin ontvlucht om te picknicken en te luieren in St Stephen's Green, waar de familie zich breeduit geïnstalleerd heeft naast de vijver. Weg van armoe, werkloosheid en vandalisme. Weg van de jeugdbendes, de spuitende tieners en hun zuipende vaders. Weg “van het Ierland waar geen partij zich om bekommert”, zoals Kavanagh zegt.

Met instemming haalt hij de katholieke bisschop Brendan Comiskey aan die afgelopen weekend opkwam voor de minst bevoorrechten in de Ierse samenleving. “Het land maakt een periode van ongekende bloei en welvaart door”, zegt Kavanagh. “Aan lage inflatie en een ongekend hoge economische groei van meer dan vijf procent per jaar dankt Ierland zijn bijnaam: de Keltische tijger. In de euforie wordt vergeten dat die welvaart voorbijgaat aan een deel van het volk. Vijftien procent van de Ieren leeft in bittere armoe en eenderde van de bevolking heeft een loon dat minder dan zestig procent van het modale inkomen is. Alle partijen richten zich op de middenklasse, die een gouden tijd beleeft. Maar wie komt er op voor de 140.000 langdurig werklozen?”

De verkiezingsstrijd mag een schimmenspel zijn, een strijd tussen klonen, maar dat wil nog niet zeggen dat de uitkomst van elk belang is gespeend. Regenboogcoalitie of een combinatie van Fianna Fail en Progressive Democrats maakt misschien maar weinig uit, maar omdat die twee blokken zo sterk aan elkaar gewaagd zijn, bestaat er een grote kans dat geen van de formaties een meerderheid in de Dail krijgt, het Ierse parlement. Zowel premier John Bruton, leider van de Fine Gael-partij, als Bertie Ahern, voorman van Fianna Fail, verklaarde nog zondag dat zo'n patstelling “rampzalig” voor het land zou zijn.

Met steun van onafhankelijke parlementariërs zou na enkele weken waarschijnlijk nog wel een regering kunnen worden geformeerd. Maar zo'n combinatie zou waarschijnlijk geen lang leven zijn beschoren. In de herfst zouden de Ieren zich alweer moeten opmaken voor nieuwe verkiezingen, voorspelde Ahern. Kostbare tijd zou verstrijken. Ierland zou mogelijk zijn sociaal en economisch momentum verliezen. “Het land is gebaat bij een overtuigende, niet mis te verstane verkiezingsuitslag”, verklaarde Bruton. Zelfs daarover zijn alle Ierse partijen het eens.