God blijft HEER in nieuwe bijbel

UTRECHT, 3 JUNI. In de compleet nieuwe Nederlandse bijbelvertaling die eind 1999 klaar had moeten zijn, wordt niet afgeweken van de traditionele vertaling van de Godsnaam (JHWH). Ondanks kritiek uit feministische en joodse hoek blijft in de nieuwe bijbeluitgave de vertaling 'HEER' gehandhaafd.

Dat bleek gistermiddag op een bijeenkomst van het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) en de Katholieke Bijbelstichting (KBS) over het omvangrijke project van één gezamenlijke bijbelvertaling.

Volgens projectleider drs. R.A. Scholma vlot het project niet erg. Van de hele bijbel is slechts iets meer dan eenderde deel onder vertalershanden, terwijl pas van twee kleine bijbelboeken (Amos en Haggai) de eindtekst is vastgesteld. Scholma voorziet dat het vertaalwerk niet af is op de streefdatum van 31 december 1999 en dat de vertalers er nog tot 2002 mee bezig zijn.

Bij het project zijn ruim vijftien externe vertalers en vijftig deskundigen (supervisoren) uit 22 christelijke en joodse kerkgenootschappen en andere instellingen betrokken. Volgens dr. S.J. Noorda, voorzitter van de begeleidingscommissie van het project, wordt de vertaling geen kerkvertaling en ook geen staatsvertaling, maar een vertaling waarin de oorspronkelijke talen centraal staan en tevens een vertaling die aan de theologie voorafgaat. Met inachtneming van de eigenaardigheden van de oorspronkelijke tekst wordt er gestreefd naar een tekst in goed Nederlands, zowel in stilistisch als syntactisch opzicht. Religieuze termen zoals het begrip 'genade' zullen gebruikt blijven worden, voorzover ze tegenwoordig nog bruikbaar zijn.

Zowel de protestantse kerken als de rooms-katholieke kerk in Nederland vinden de gemeenschappelijke nieuwe bijbelvertaling van groot belang. Bovendien heeft ook de joodse gemeenschap van zowel orthodoxe als liberaal-religieuze joden belangstelling voor een nieuwe vertaling van het Oude Testament. In tegenstelling tot de meeste andere Europese landen was er in Nederland nog geen 'interconfessionele' vertaling. In Nederland waren alleen de Groot Nieuws Bijbel en de Friese Bijbel interconfessioneel van opzet.

De vertaling van nu is een Nederlands-Vlaamse onderneming. Zij moet geschikt zijn voor alle soorten van gebruik: zowel in de kerkdienst als voor persoonlijke en gezamenlijke lezing thuis en op school. Het taalgebruik zal 'eigentijds' zijn. Gestreefd wordt naar een vertaling uit de brontekst in de taal van lezers en gebruikers aan het begin van de nieuwe eeuw. Speciale aandacht wordt besteed aan de voorleesbaarheid van de teksten en de kenmerken van diverse 'genres' van de tekst.