Establishment omarmt nu al een 'brede' EMU

UTRECHT, 3 JUNI. Duitsland ruziet over de herwaardering van het goud van de Bundesbank om de begroting bij te spijkeren. Frankrijk werkt sinds gisteren aan een nieuw, links kabinet dat werkgelegenheid vóór begrotingsdiscipline stelt. Op de financiële markten werd de afgelopen weken de conclusie getrokken dat het haperen van de Frans-Duitse motor achter de Economische en Monetaire Unie tot gevolg zal hebben dat de muntunie in 1999 niet begint met een kleine kopgroep van stabiele landen.

Aan de vlucht van gisteren in de Amerikaanse dollar af te lezen zal de EMU blijkbaar bestaan uit een breed gezelschap, en zwakker zijn dan voorzien.

Nu Frankrijk en Duitsland zelf steeds minder in staat blijken om hun begrotingstekorten dit jaar zonder boekhoudkundige ingrepen onder het vereiste plafond van 3 procent te houden, is de weg vrij voor EU-landen die nog niet zo lang geleden waren voorbestemd te behoren tot een tweede, latere, golf van toetreders: Spanje, Portugal en Italië. De kans was al groot dat de eerste twee op eigen kracht hun overheidsfinanciën net op tijd voldoende op orde zouden krijgen. Ook Italië kan nu, zeker door de wens van de nieuwe socialistische Franse premier Jospin om het land snel toe te laten tot de muntunie, steeds moeilijker worden geweigerd.

In Duitsland leidt dit vooruitzicht op dit moment tot heftige discussies over de voors en tegens van het opgeven van de D-mark voor de Europese munt. Op een gisteren door de Rabo in Utrecht belegde conferentie over de EMU overheerste, de aanwezige VVD-fractieleider en EMU-scepticus F. Bolkestein uitgezonderd, de gelatenheid.

Rabo-topman H. Wijffels accepteerde een 'brede EMU', bij gebrek aan alternatieven. “We moeten eerlijk zijn: de keuze tussen het soepel omgaan met de toetredingscriteria, of uitstel van de EMU, is er niet meer. Het ideale introductiescenario, met een kleine kopgroep van stabiele landen, is buiten breik gekomen. De kleine kopgroep, waar ik altijd voorstander van ben geweest, is een gepasseerd station.” Het alternatief, een uitstel van de EMU tot de voornaamste toetreders Frankrijk en Duitsland daadwerkelijk aan de drie-procentsnorm voldoen, is volgens Wijffels te gevaarlijk. Uitstel wordt afstel, en Europa blijft “een vrij speelveld voor valutaspeculanten,” zei Wijffels, wiens bank vorig jaar 101 miljoen gulden aan valutatransacties verdiende.

Directeur A. van Staden van het Instituut Clingendael schetste dat het niet doorgaan van de EMU het publieke wantrouwen in de gehele Europese integratie zou aanwakkeren, “en de bijzondere verstandhouding tussen Frankrijk en Duitsland zou belasten, zo niet ontregelen. Ik acht dit laatste risico ernstig, omdat het kan leiden tot het vrijkomen van politieke krachten die in Duitsland aansturen op een 'Alleingang' (..). En in Frankrijk tot pogingen tot vorming van een tegen Duitsland gerichte combinatie. Kortom: ik zie het gevaar van een gedeeltelijke terugkeer naar de heilloze evenwichts- en coalitiepolitiek van voor de Tweede Wereldoorlog.” De Duitse bondskanselier Kohl noemde de EMU vorig jaar al een “zaak van oorlog en vrede”.

Doorgaan met de EMU leek gisteren het devies in Utrecht, ook als de euromunt daardoor een minder goede start maakt. PvdA-kamerlid R. van der Ploeg maakte de geesten alvast rijp voor een Italiaanse deelname aan de muntunie vanaf het eerste uur. “Als Italië op dezelfde wijze aan de toetredingscriteria voldoet als Frankrijk en Duitsland, dan voldoet het.” Hij wees er op dat ook een snelle daling van het begrotingstekort volgens het Verdrag van Maastricht een toegangskaart voor de EMU kan geven. “Wat de Italiaanse premier Prodi daarbij al bereikt heeft is gigantisch, daar moet je niet minnetjes over doen.”

“Maar de gemeenschappelijke munt van een groep landen die door de te hoge begrotingstekorten een groot beroep moet doen op de kapitaalmarkt, loopt toch het risico op hogere rentestand?” zo kwam een vraag uit het publiek van Rabo-relaties. Dat hoefde volgens Wijffels niet per sé een probleem te zijn. Hij had, zo zei hij, nog vorige week een analyse gelezen waarin de euro juist harder zou worden als de rente straks met een procent stijgt.