Energiedistributeurs laken extra regelgeving

ARNHEM, 3 JUNI. De 35 Nederlandse energiedistributiebedrijven verzetten zich fel tegen een dreigende “opeenstapeling van regelgeving” die hun bevoegdheden beperkt en hun positie ten opzichte van buitenlandse concurrenten ondergraaft.

Dat zei algemeen directeur dr. R.H.J. van 't Hullenaar van hun organisatie EnergieNed gisteren bij de presentatie van het jaarverslag. Hij vreest dat de energiebedrijven “dreigen te worden opgeknipt in uitvoeringsorganisaties die continu moeten kijken hoe zij aan de regels voldoen, terwijl buitenlandse concurrenten zich ongehinderd op alle markten mogen begeven.” Van 't Hullenaar doelde op recente voorstellen van de Commissie Markt en Overheid onder voorzitterschap van prof.mr. M.J. Cohen.

Van 't Hullenaar is het wel eens met de wettelijke maatregelen om concurrentievervalsing met particuliere ondernemingen tegen te gaan, zoals die in de Wet energiedistributie zijn vastgelegd. Commerciële activiteiten zoals telecom, kabel-tv en installatiewerk worden door de energiebedrijven in aparte dochterondernemingen ondergebracht. 'Kruissubsidiëring' tussen nutsactiviteiten en commerciële activiteiten is verboden.

De extra beperkende regels die de Commissie-Cohen wil opleggen staan volgens Van 't Hullenaar haaks op de liberalisering van de energiemarkt. De commissie adviseert bijvoorbeeld te verbieden om voor diverse activiteiten en dochterondernemingen dezelfde produktiemiddelen en werknemers in te zetten. 'Organisaties met exclusieve marktrechten' (monopolies), zoals de commissie de voormalige nutsbedrijven noemt, zouden al hun commerciële activiteiten zoals het samenwerkingsverband Enertel voor telecommunicatie moeten afstoten of er een minderheidsdeelneming van moeten maken.

“We zijn hier bezig met fijnslijperij op de vierkante millimeter en komen daardoor in een kwetsbare positie ten opzichte van buitenlandse bedrijven”, aldus de directeur. “Ter voorbereiding op de Europese concurrentie zou alle aandacht juist gericht moeten zijn op versterking van de Nederlandse energiebedrijven. We moeten ervoor waken dat we over tien jaar volstrekt vleugellamme en uitgeklede bedrijven hebben, die vrijwel alleen zorgdragen voor het netwerk en transport van energie, en dat alle daarmee samenhangende activiteiten door buitenlandse bedrijven worden uitgevoerd.”

Hij wijst erop dat buitenlandse bedrijven, die vaak al veel groter zijn en meer mogelijkheden hebben mensen en middelen voor uiteenlopende doelen in te zetten, gemakkelijk marktaandeel van Nederlandse bedrijven zullen overnemen. Nederlandse bedrijven hebben hun efficiency sterk verbeterd en lopen in Europa voorop wat leveringszekerheid en service-garantie betreft. Bovendien behoren de Nederlandse gas- en elektriciteitstarieven tot de laagste in West-Europa, zowel voor de industrie als voor de kleinverbruiker.

EnergieNed voert naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad van twee weken geleden over de aansprakelijkheid van energiebedrijven voor een onderbreking van de stroom- of gaslevering aan kleinverbruikers overleg met de Consumentenbond over een oplossing. De mogelijkheid van een speciale verzekering wordt bestudeerd, maar bij onbeperkte vergoeding zal de premie hoog zijn en in de tarieven moeten worden doorberekend. Het bestuur van EnergieNed gaat uit van een minimum- en maximumvergoeding, zoals al in een interne regeling is vastgelegd. Nu wordt een vergoeding uitgekeerd bij schades vanaf 300 gulden, tot een maximum van 3.000 gulden per klant per storing. Per storing wordt maximaal 2 miljoen gulden aan alle getroffenen samen vergoed.

De leden van EnergieNed hebben vorig jaar hun gezamenlijke omzet met 10,8 procent zien stijgen tot 22,5 miljard gulden. Door de koude winters steeg de gasafzet met 15,6 procent en die van warmte met 30,8 procent. De verkoop van elektriciteit nam met 3,8 procent toe. Als gevolg van acties voor energiebesparing bleef het gemiddelde gasverbruik van huishoudens stabiel op 2.130 kubieke meter op jaarbasis, terwijl het stroomverbruik met 2 procent steeg tot 3.255 kilowattuur. Het decentrale vermogen voor stroomopwekking (kleine warmte/krachtcentrales) steeg met 7,5 procent tot 4.600 megawatt en de produktie nam toe met 18,9 procent tot 23 miljard kilowattuur.

De doelstelling van het Milieu Actie Plan dat in 1991 van start ging, om de uitstoot van kooldioxyde in het jaar 2000 met 17.000 kiloton te verminderen, is in zes jaar voor 57 procent gerealiseerd en ligt volgens Van 't Hullenaar dus “op schema”.

Uit de MAP-toeslag op de energietarieven ontvingen de energiebedrijven vorig jaar 268 miljoen gulden, waarvan 207 miljoen is besteed aan energiebesparende maatregelen. Samen hebben de bedrijven nu een reserve aan niet-bestede MAP-gelden van 272 miljoen gulden, een toename van 57 miljoen vergeleken met 1995. Van die reserve is wel 90 miljoen vastgelegd in meerjarige contracten, zoals vergoedingen voor het terugleveren van stroom aan het openbare net door windmolens.